In 2014 voltrok zich een ommekeer in de Russische maatschappij. De Oekraïense crisis bleek dé lakmoesproef. De grote meerderheid van de bevolking versmolt toen met de staatmacht. Maar een kleine minderheid hield vast aan de eigen democratische ethiek. Zolang die minderheid standhoudt, hebben totalitaire ambities geen kans. Het Kremlin heeft volgens de Moskouse journalist Andrei Arkhangelsky nu daarom geduchtere tegenstanders dan voor 2014. 

Bolotnya.Boris Nemtsov at the Moscow rally at the Bolotnaya square 10 Dec 2011 Oppositieleider Boris Nemtsov, vermoord in 2015, tijdens een betoging tegen verkiezingsfraude anno 2011. Foto Wikimedia

door Andrei Arkhangelsky

Het is een voortdurend strijdpunt op het Russische facebook – een van de weinige vrije mediaplatforms  – om almaar het morele recht van deze of gene ter discussie te stellen om de heersende macht te bekritiseren. Iedere deelnemer die tien, vijf of drie jaar geleden nog ‘geld heeft aangenomen van de machthebbers’ of voor een organisatie heeft gewerkt die door de staat werd gefinancierd, zal hier onvermijdelijk aan herinnerd worden. Het is echter onmogelijk mensen te vinden die niet met de overheid hebben samengewerkt: elke paternalistische staat is zo ingericht dat het vrijwel onmogelijk is een project zonder zijn deelname te realiseren, of er nu wel of niet overeenkomsten zijn gesloten met de overheid.

Het mag daarom dan lachwekkend lijken dat men juist nu probeert te achterhalen wie moreel het meeste recht van spreken heeft, toch is dat van groot belang: feitelijk wordt er in Rusland voor het eerst een poging ondernomen om een nieuw maatschappelijk akkoord te sluiten, zelfstandig, buiten de overheid om.

Dit lijkt een utopie, maar in deze discussies op facebook komt nu wel een nieuwe ethiek aan de oppervlakte: een universele ethiek die berust op algemeen menselijke waarden.

Je zou denken dat de vorming van een nieuwe ethiek in de Russische samenleving al veel eerder had moeten beginnen, namelijk in de jaren tachtig tijdens de perestrojka. Even logisch is de veronderstelling dat dit zelfonderzoek in de jaren negentig had moet plaatsvinden – de meest vrije periode in de hele geschiedenis van Rusland.

Vrijheid niet op waarde schatten

Maar in de jaren negentig waren de mensen druk met overleven, zoals ze in het eerste decennium van de 21e eeuw bezig waren met geld oppotten. Bovendien vonden de mensen het niet echt nodig om over universele waarden na te denken, omdat ze dachten dat die democratie ‘toch niet wegliep’, dat dit een uitgemaakte zaak was.

Kosteloos verkregen vrijheid niet op waarde schatten – ziedaar het eeuwige probleem van Rusland. Zelfs de democratie heeft het immers cadeau gekregen, van bovenaf. Het verzet tegen de putsch in augustus 1991, toen duizenden Moskovieten de straat op gingen om tegen de coupplegers te protesteren, kan als een uitzondering worden gezien.

Essentiële zijns-vragen kunnen in de regel niet anders dan onder druk van de omstandigheden worden beslecht, niet als er rust heerst. De versterking van autoritaire tendensen in Rusland gaf de eerste aanzet tot dergelijke overpeinzingen, aan het begin van de derde termijn van president Vladimir Poetin (vanaf 2012). Overigens begonnen de eerste protesten al onder de vorige president, Dmitri Medvedev, in december 2011. Bolotnaja Plosjtsjad [de protestdemonstraties op het Moerasplein in Moskou, red] kwam voor de machthebbers als een verrassing: voor het eerst in de post-Sovjetgeschiedenis stelden demonstranten geen economische maar ethische eisen. ‘Niet liegen, niet stelen’ – was de slogan van de nieuwe oppositieleider, Aleksej Navalny.

Bolotnaja eindigde net als de protesten in 1968 in Frankrijk in een nederlaag. Maar al met al was het een signaal dat de samenleving aan het veranderen was.

Keerpunt: lakmoes uit Kiev

Toch gaf het jaar 2014 pas echt de doorslag voor de massale positiebepaling van de Russen. En ook dat gebeurde onder voor de samenleving hoogst ongunstige omstandigheden.

Lees meer