Op 30 juli werden drie Russische journalisten bij de stad Sibut in de Centraal-Afrikaanse Republiek doodgeschoten door gemaskerde mannen. Onderzoeksjournalist Orchan Dzjemal, regisseur Aleksandr Rastorgoejev en cameraman Kirill Radtsjenko, ervaren oorlogsverslaggevers, zouden een documentaire maken over de rol van de Wagner Group in het gebied, waar rebellengroepen elkaar bestrijden. Wat weten we van de huurlingen van Wagner PMC, dat officieel in Rusland niet bestaat maar in Oekraïne, Syrië en Afrika wordt ingezet voor hybride oorlogsvoering en zakendeals?

 wagner soldaten in loehanskVermeende Wagner-soldaten in Loehansk, hoofdstad van de Volksrepubliek Loehansk in de Donbas (foto Fontanka.ru)

door Laura Starink

Op 23 mei 2015 liep Aleksej Mozgovoj, commandant van rebellenbataljon Prizrak (Fantoom), in de opstandige Volksrepubliek Loegansk in de Oost-Oekraïense Donbas in een hinderlaag. Hij werd met machinegeweren neergemaaid. Het bericht viel nauwelijks nog op: er was al maanden een grootscheepse zuiveringsoperatie aan de gang tegen al te wilde rebellen.  Mozgovoj was slechts een van de criminele warlords van de opstand. Hij verwierf zekere faam door een verkrachter in een showproces per handopsteking van het publiek ter dood te laten veroordelen. De anarchie in het opstandige gebied, waar roof en moord aan de orde van de dag waren, werd zelfs het Kremlin, dat de rebellie militair en materieel ondersteunde, te gortig.  Er moest enige orde op zaken worden gesteld.

Volgens het gedegen achtergrondverhaal 'Continuing War by Other Means; the Case of Wagner, Russia’s Premier Private Military Company in the Middle East' van Sergey Sukhankin voor The Jamestown Foundation werd de liquidatie uitgevoerd door leden van de Russische huurlingenorganisatie Wagner, die in Loegansk werd aangestuurd door de Russische militaire geheime dienst GROe. In korte tijd werden Russische kozakken, locale bendeleiders en ongehoorzame vazallen opgeruimd. Dat Wagner PMC (Private Military Company) in Rusland een illegale organisatie was, was voor de Russische overheid een prettige bijkomstigheid. Officieel ontkennen de Russen immers tot op de dag van vandaag dat ze enige bemoeienis hebben met de oorlog in de Donbas, die tot nu toe meer dan 10.000 doden heeft gekost. Wagner kan het vuile werk doen.

200 doden in Syrië

Over het schimmige huurlingenleger van ‘Poetins kok’ Jevgeni Prigozjin (zo gedoopt omdat hij weleens catert voor het Kremlin) weten we inmiddels heel wat meer. Miljardair Prigozjin, eigenaar van de trollenfabriek Internet Research Agency in Sint Petersburg, is een van de twaalf Russen die door openbaar aanklager Robert Mueller verdacht wordt van betrokkenheid bij het hacken van de Amerikaanse verkiezingen. Maar hij is ook eigenaar van het Petersburgse bedrijf M.Invest, dat weer gelieerd is aan Lobaye Invest, dat volgens de Franstalige onderzoekssite Africa Intelligence betrokken is bij de winning van diamanten in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën, dat Prigozjin al in december 2016 op een sanctielijst zette, heeft hij ‘uitgebreide zakendeals’ met het Russische ministerie van Defensie.

In de Donbas was orde op zaken stellen niet erg moeilijk. Maar in Syrië liep Wagner in februari van dit jaar tegen een veel vervaarlijker vijand op, aldus Sergey Sukhankin. Na aanvankelijke successen tegen het ratjetoe aan Syrische opstandelingen – Wagner speelde onder meer een rol bij de herovering van Palmyra – werden de huurlingen, ondanks uitgebreid contact tussen de VS en de Russische militaire staf, bij Deir ez-Zor totaal verrast door een Amerikaans bombardement dat meer dan 200 doden zou hebben gekost. Wagner, dat meer dan 2.000 manschappen in Syrië zou hebben, was betrokken bij zakendeals rondom olie- en gasvelden in Syrië. De Russische overheid werd er ernstig door in verlegenheid gebracht, en de officiële pers bagatelliseerde het debacle. Volgens het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken vielen 5 Russische doden, die geen enkele relatie hadden tot het Russische leger.

Er is onduidelijkheid over de directe aanleiding voor de Amerikaanse aanval op de Russische huurlingen in de nacht van 7 op 8 februari 2018. Volgens de Russische krant Kommersant bereidden de Russen, op instigatie van een aantal regimegetrouwe Syrische bedrijven, een aanval voor op gas- en olievelden die in handen waren van Koerden, bondgenoten van de Amerikanen, die hen terugsloegen.

'Protesteren tegen de Amerikaanse aanval konden de Russen niet', aldus militair analist Viktor Baranets van de Komsomolskaja Pravda. 'Uit juridisch oogpunt is de beschieting van een afdeling van een privaat militair bedrijf geen conflict tussen combattanten van verschillende landen. In het concrete geval van Wagner PCM: dit bedrijf staat in Rusland buiten de wet, in de meest letterlijke zin van het woord. Het zijn uit juridisch oogpunt illegalen. Daarom kan de Russische overheid formeel de Amerikanen niet verantwoordelijk stellen voor het sneuvelen van de werknemers van Wagner.'

In de Russische pers verschenen inmiddels artikelen over mogelijke belangenverstrengeling van het huurlingenleger van Prigozjin. Eind 2016 sloot het Russische bedrijf Europolis met de Syrische overheid een contract af over de bevrijding, bewaking en assistentie bij de winning van olie- en gasvelden in Noord-Syrië. Onder meer volgens persbureau The Bell is er een link tussen Europolis en Prigozjin. 'Europolis beloofde de olie- en gasvelden en olieverwerkende infrastructuur te bevrijden van strijders van IS en tegenstanders van de Syrische regering en hen te bewaken,' aldus The Bell. In ruil daarvoor zou Europolis voor een periode van vijf jaar een kwart van de opbrengsten van de velden krijgen. Prigozjin zou zijn geld zelfs hebben geïnvesteerd in Wagner om toegang te krijgen tot de Syrische olie.

Sovjet-adviseurs in den vreemde

De Sovjet-Unie stuurde in de loop der jaren tienduizenden ‘militaire adviseurs’ naar het Midden-Oosten en Afrika en ook destijds werden sterfgevallen in eigen land stilgehouden. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 begon Rusland met de inzet van illegale (niet officieel geregistreerde) bewapende groepen 'vrijwilligers', bijvoorbeeld in Tsjetsjenië en Joegoslavië. In Joegoslavië doken tijdens de oorlog van de jaren 90 de eerste 'kozakkenvrijwilligers' op, die we later op de Krim en in de Donbas terugzagen. Hun aantal liep op tot enkele honderden, veelal afkomstig uit Zuid-Rusland. Ook die werkwijze werd later op de Krim en in de Donbas gebruikt.  De formule is simpel: het Kremlin gedoogt en stimuleert patriotten om de wapens ter hand te nemen en het vuile werk voor hen op te knappen. Niks wordt gelegaliseerd.

Later werden die geprofessionaliseerd en geïnstitutionaliseerd in Private Military Companies, die ondergeschikt werden gemaakt aan geheime diensten als de militaire inlichtingendienst GROe. Tussen 1997 en 2013 nam het aantal PMC's toe tot enkele tientallen. In 2007 maakte een wet het mogelijk dat belangrijke staatsbedrijven als Transneft en Gazprom PMC's als beveiligers in mochten zetten om de voor de Russische staat cruciale winning van energiebronnen te beschermen. Maar huurlingenlegers die deelnemen aan militaire operaties van de staat zijn tot op de dag van vandaag officieel verboden in Rusland volgens de Wet op Huurlingen.  Najomnitsjestvo (je als privésoldaat verhuren aan de staat) is in Rusland bij wet verboden (artikel 359 van het Wetboek van Strafrecht).

In de oorlog om Oekraïne kregen PMC’s een belangrijkere rol in conflictgebieden. Wagner werd ingezet bij de annexatie van de Krim en in de Donbas. Sukhankin noemt het een ‘door de staat gecontroleerd systeem van dwangmiddelen om economische doelen te bereiken'. Zo kan de staat officieel buiten schot blijven bij deze activiteiten. Men rechtvaardigt dat met verwijzing naar de ‘kleurenrevoluties’, zoals in Oekraïne, Georgië, maar ook de Arabische lente, die volgens de Russische machthebbers allemaal vanuit het Westen op touw zijn gezet, vooral door de VS. In de militaire doctrine van chef-staf en generaal Gerasimov dient Rusland daarop te reageren met 'assymetrische' of 'non-lineaire oorlogsvoering'. Tegenover die westerse inmenging mag Rusland guerillamethoden gebruiken, waarbij het de verantwoordelijkheid verhult. De doctrine grijpt terug op de in de sovjet-tijd ontwikkelde veelvuldige inzet van 'diversanten', undercover operaties en 'maskirovka'. Daarop is in Rusland nauwelijks of geen controle van het parlement, dat deze buitenlandse politiek doorgaans klakkeloos goedkeurt.

Toch ontstond er ook in Rusland sinds de oorlog in Oekraïne debat over de legalisering van Private Militaire Bedrijven als Wagner. Maar een wetsvoorstel daartoe werd in het voorjaar van 2017 na zware druk van de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken, de Nationale Garde en de geheime diensten in de Doema afgestemd, aldus Sukhankin. Legalisering heeft immers nadelen: niet alleen moet je dan verantwoordelijkheid afleggen voor je daden, wat je strijdmethoden beperkt, ook kunnen blunders als in Syrië het blazoen van de Russische strijdkrachten bezoedelen.

Wagner staat onder leiding van de vroegere GROe-luitenant Dmitri Oetkin (46), die voor zijn werk van Poetin een lintje heeft gekregen. Hij zou tot 2013 in het reguliere leger hebben gediend bij de commando's. De ietwat sleazy Russische website Ridus publiceerde dit voorjaar een zeer gedetailleerd interview met Jevstafi Botvinjev, een Russische vrijwilliger die in de Donbas heeft gevochten en nauw heeft samengewerkt met Oetkin, die zelf de bijnaam Wagner had. De naam Wagner zou getuigen van zijn belangstelling voor het Derde Rijk, meldde Fontanka.ru, dat de eerste foto's van hem publiceerde. 

Er zijn in Rusland veel websites die grote belangstelling hebben voor militaria en interessant zijn om te volgen, omdat ze inzicht geven in de schimmige wereld van vechtjassen en patriotten die zich tot op zekere hoogte gesteund weten door de overheid. De Russische regering beseft dat werken met rapalje gevaren met zich meebrengt. PMC's kunnen hier uitkomst bieden.

wagner dmitri oetkin op feest dag van de helden in kremlin 2016Dmitri Oetkin, leider van Wagner, tijdens een lintjesceremonie in het Kremlin in 2016 (foto Pervy Kanal tv)

Volgens Donbas-strijder Botvinjev werkte Oetkin onder leiding van GROe-officier Andrej Ivanovitsj. Dit was het pseudoniem van Oleg Ivannikov, die door het onderzoekscollectief Bellingcat verantwoordelijk wordt gehouden voor het transport van de Russische Boek, waarmee de MH17 zou zijn neergehaald, uit het Russische Koersk naar Oost-Oekraïne.

Gevraagd naar de status van Oetkin, zegt Botvinjev: 'Dmitri Oetkin is officieel reserveofficier, hij is geen actieve militair. Maar hij was op evenementen waar slechts Helden van Rusland worden uitgenodigd en ridders die de Orde van Moed hebben gekregen. Ook hij heeft de Orde van Moed en volgens de documenten heeft hij die na 2014 gekregen. Hoge onderscheidingen worden niet zomaar uitgedeeld. Ze zijn bestemd voor hoge functionarissen in de staatsstructuren. Ze hebben nummers en documenten met officiële zegels. Een reserveofficier komt per definitie niet in aanmerking voor zo'n onderscheiding. Hij kan een of andere civiele onderscheiding krijgen, maar geen militaire. En voor de acties op de Krim een Orde van Moed geven is ook niet zo eenvoudig, want daar was helemaal geen militair conflict.'

Amerikaanse evenknie Blackwater

Ruslands Wagner staat in een internationale traditie van privélegers.

Het bekendste voorbeeld is het Amerikaanse Blackwater, opgericht in 1997 door ex-marinier Erik Prince, destijds net dertig. Hij begon met een state of the art trainingskamp en contracteerde veel ex-militairen. Zijn strategie zoals beschreven in een paper van Yale University: ‘to be to the Pentagon what FedEx was to the Postal Service, and save everyone money and time by providing one-stop shopping solutions to whatever issues the US armed forces and diplomacy would encounter in unfamiliar, high-risk territories’.

Anders dan Wagner maakt Blackwater openlijk reclame en afficheert zich als een aantrekkelijke werkgever. Op internet kun je gewoon informatie vinden over de eisen die aan een militair contractant worden gesteld. Na 9/11 kreeg Blackwater de wind in de zeilen en tussen 2001 en 2009 sleepte het voor $1.5 miljard aan overheidscontracten in de wacht, voor beveiliging, crowd control, militaire assistentie en humanitaire hulp. In 2005 assisteerde Blackwater na de orkaan Katrina in New Orleans. In Afghanistan en Irak kwam de nadruk steeds meer op militaire taken te liggen. Volgens Prince was Blackwater ‘cheaper and better’ dan het Amerikaanse leger.

In Irak liep het uit de hand. Op het hoogtepunt van de oorlog waren er evenveel Blackwater contractanten als reguliere soldaten. Op 31 maart 2004 werden 4 Blackwater contractanten in Falujah door een woedende menigte gedood en achter een auto aangesleept. Op16 september 2007 openden huurlingen het vuur op een kruispunt in Bagdad: 17 burgers kwamen om. Het leidde tot een groot schandaal en de roep in het Congres om verscherpt toezicht en verantwoording. Blackwater zag zijn omzet met 40% dalen. Hun geweldsgebruik werd aan banden gelegd door het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon.

Prince week uit naar de CIA als opdrachtgever voor undercover operatiesen liquidaties. Blackwater werd omgedoopt in XE en later in Academi. In Abu Dhabi begon Prince met de opzet van een Pretoriaanse Garde voor de kroonprins van de Verenigde Arabische Emiraten.

Maar hij heeft de VS niet opgegeven: een jaar geleden opperde hij het plan om de oorlog in Afghanistan te privatiseren. Burgeractivisten waarschuwen dat private legers onder president Trump opnieuw de wind in de zeilen zouden kunnen krijgen. De Washington Post onthulde in 2017 een door de VAE op de Seychellen georganiseerde ontmoeting tussen Trump-aanhanger Prince en een hoge Russische official, bedoeld om een communicatielijn tussen beide landen te openen.

De VS hebben de United Nations Mercenary Convention van 2001 niet ondertekend.

Het Digital Forensic Research Lab van de Atlantic Council publiceerde onlangs een YouTube-filmpje waarop volgens de onderzoekers huurlingen van Wagner te zien zijn tijdens een van de beslissende veldslagen in de Donbas, die om Debaltsevo, in januari en februari 2015. Honderden Russische soldaten deden aan die veldslag mee, maar over de aanwezigheid van Wagner-troepen was niet veel bekend. De Russen namen Debaltsevo nog net in voordat het tweede wapenstilstandsakkoord Minsk II van kracht werd en kregen zo een belangrijk spoorwegknooppunt in handen.

wagner soldaat bij de battle of debaltsevoWagner-huurling bij de slag om Debaltsevo in de Donbas, januari 2015 (bron YouTube)

De mannen van Wagner worden getraind en bewapend op een GROe-basis bij de plaats Molkino, ten noorden van Sotsji, maar volgens de laatste berichten wordt die basis ontmanteld en zoekt men een nieuwe bestemming in onduidelijker gebieden als Tadzjikistan, Transnistrië of Abchazië. Wagner trekt vooral werkloze mannen van middelbare leeftijd, aldus Sukhankin, mannen met militaire ervaring. De salarissen liggen voor Russische begrippen hoog (tussen de $2.500 en $3.500 per maand), maar in Syrië schijnt er onvrede te zijn sinds de uitbetaling is overgedragen aan wanbetaler Assad. Concessies bij olie- en gaswinning (of zoals in de Centraal-Afrikaanse republiek bij goud- en diamantwinning) kunnen de kas spekken.

Moord in Centraal-Afrikaanse Republiek

Het afgelopen jaar heeft Wagner zijn werkterrein uitgebreid. Op 30 juli werden drie Russische journalisten bij de stad Sibut in de Centraal-Afrikaanse Republiek doodgeschoten door gemaskerde mannen. Oorlogscorrespondent Orchan Dzjemal, regisseur Aleksandr Rastorgoejev en cameraman Kirill Radtsjenko - allen ervaren oorlogsverslaggevers - zouden van plan zijn een documentaire te maken over de rol van de Wagner Group in het gebied, waar rebellengroepen elkaar bestrijden. Ze wilden onderzoek doen naar schimmige zakendeals van de huurlingen betreffende de exploitatie van goudmijnen. De journalisten waren op weg naar een goudmijn in het gebied.

Volgens de Russische overheid waren de journalisten niet geaccrediteerd en zijn zij waarschijnlijk het slachtoffer van een roofmoord geworden. Staatsmedia noemden Wagner niet, maar meldden slechts dat de journalisten een 'documentaire' maakten over de Centraal-Afrikaanse Republiek. De drie zijn inmiddels in Rusland begraven. Ze werkten in opdracht van Investigations Management Center, een medium voor onderzoeksjournalistiek in Rusland, dat onder meer wordt gefinancierd door Kremlin-tegenstander Michail Chodorkovski. Dit jaar is al eerder een journalist die zich met Wagner bezighield onder verdachte omstandigheden omgekomen: in april 2018 werd Maksim Borodin in Moskou dood aangetroffen. Er zijn twijfels over de versie dat hij zelfmoord zou hebben gepleegd. 

Ruim vier maanden vóór de moord op de drie journalisten gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken op 22 maart 2018 de volgende verklaring af naar aanleiding van vragen van de westerse pers over de Russische aanwezigheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Rusland onderzoekt de mogelijkheden voor ‘het wederzijds voordelig winnen van grondstoffen’. Dat moet leiden tot een stabilisatie van de economische situatie in de republiek en het aantrekken van investeringen. Daarnaast heeft Rusland, in afstemming met de VN en geheel conform de sancties van de Veiligheidsraad jegens de Republiek, president Faustin-Archange Touadéra militair-technische assistentie aangeboden in de vorm van 5 militaire adviseurs en 170 civiele instructeurs om het Centraal-Afrikaanse leger op te leiden, aldus het ministerie. Wagner wordt niet genoemd.

Eerder berichtte onderzoekssite The Bell dat Wagner door de Russische overheid sinds dit jaar ook wordt ingezet bij goudwinning en beveiliging in Soedan. Het Kremlin maakte het afgelopen jaar ook afspraken over militaire samenwerking met landen als Guinea, Niger, Tsjaad en Nigeria.

journalisten dood in carKirill Radtsjenko, Aleksandr Rastorgoejev en Orchan Dzjemal werden doodgeschoten in de Centraal-Afrikaanse Republiek (foto Open Russia)

Van de groeiende militaire samenwerking van het Kremlin met Afrikaanse landen wordt in Rusland intussen geen geheim gemaakt. The Bell citeert uit een reportage van persbureau Ria Novosti met de titel: 'Rusland zal Afrika overnemen zonder gevechten': 'In de Centraal-Afrikaanse Republiek vierde men de verjaardag van de verkiezing van Faustin-Archange Touadéra tot president. De president arriveerde in gezelschap van opmerkelijk witte bewakers in camouflagepak zonder militaire insignes. Een week eerder hadden de witte mensen de Rwandese VN-patrouilles op de straten van de stad [de hoofdstad Bangui] overgenomen. Het werd snel duidelijk dat de witte bewakers de totale controle hebben over de presidentiële administratie en de beveiligde auto's van de president en onbelemmerde toegang hebben tot hem en sleutelfiguren in Touadéra's omgeving'.

Volgens Bloomberg-columnist Leonid Bershidsky is het zaak de activiteiten van Wagner in andere Afrikaanse landen als Soedan, Tsjaad, Rwanda en Gabon scherp in de gaten te houden: ‘Businessmodel Wagner is erg geschikt voor deze regio waar aanwezigheid met geweldsmiddelen een voorwaarde kan zijn voor succesvol zakendoen – en waar onderzoek naar deze business gemakkelijk tot de dood kan leiden’.

(Bronnen: The Jamestown Foudation, The Guardian, The Bell, Bloomberg, Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Ridus, Africa Intelligence, Digital Forensic Research Lab)

Bekijk hier het filmpje met Wagner-personeel in de Donbas.