de russische burger    De productie van winkelschappen bleek een gat in de markt toen Vladislav Avsijevitsj en zijn compagnons er in de jaren negentig mee begonnen. Vijfentwintig jaar later doet het bedrijf nog steeds goede zaken in Rusland, maar Avsijevitsj kijkt vooral naar het Westen. ‘Het beste wat er kan gebeuren is als er een wonder zou plaatsvinden en wij ons met Europa zouden verenigen.’

avsijevitsj op kantoor 2Vladislav Avsijevitsj met de bedrijfsvlag.  Foto's Wabkje Waaijer

door Wabke Waaijer

Op zijn kantoor in de Oktoberfabriek in Kostroma steekt Avsijevitsj (1963) meteen van wal. ‘Onder Stalin hadden ze me al drie keer doodgeschoten’ zegt hij nadat hij zichzelf heeft omschreven als een ‘kosmopoliet’, ‘libertair’ en ‘pacifist’. ‘Ik hou niet van geweld en ben tegen oorlog. Ik ben tolerant en sta positief ten opzichte van alle naties. Voor mij bestaan er geen landen, alleen maar mensen. Je hebt goede mensen en slechte. Dat is alles.’

Avsijevitsj is mede-oprichter en algemeen directeur van de bedrijvengroep KS-Roes’/Magma en geeft een rondleiding door de Oktoberfabriek in Kostroma, een provinciestad aan de Wolga, zo'n 300 kilometer ten noordoosten van Moskou. Er wordt flink gewerkt. Een enorm koelsysteem staat klaar om naar Duitsland te gaan maar ook in Frankrijk en Noorwegen heeft Avsijevitsj afnemers. Het merendeel van de gebruikte materialen komt uit Rusland maar de machines die er staan zijn voornamelijk van Franse of Duitse makelij.

In twee staalbewerkingsfabrieken en een houtbewerkingsbedrijf produceert het bedrijf metalen- en houten winkelschappen, kassasystemen, koelsystemen en vleesvitrines. ‘Er zijn niet heel veel van dit soort bedrijven in Kostroma. Qua omzet en personeel behoren we hier tot de top tien van productiebedrijven’,  zegt Avsijevitsj, die leiding geeft aan 560 medewerkers. Tegelijkertijd geeft hij liever niet te hoog op over zijn bedrijf: ‘Volgens Europese standaarden leveren we producten van gemiddelde kwaliteit.’

Het eerste winkelrek

Avsijevitsj begon zijn carrière als ingenieur maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie kwam de fabriek waar hij chef was in zwaar weer waardoor er geen cent meer te verdienen viel. In die economisch moeilijke jaren trouwde Avsijevitsj en werd zijn dochter geboren. ‘Je moest overleven en ik wilde niet voor de staat werken, maar als eigen baas. Met vijf vrienden zijn we in 1994 dit bedrijf begonnen.’

Nadat Avsijevitsj samen met zijn partners een winkelrek had gemaakt voor een bevriende winkelier ging het balletje rollen. ‘We kregen steeds meer bestellingen binnen. De markt begon zich te ontwikkelen maar de winkels zelf waren niet mooi. Dus maakten we het ene na het andere winkelrek. Er begon een markt te ontstaan en in Kostroma kregen we een naam. Het geld dat we verdienden investeerden we in de aanschaf van apparatuur en gereedschap. Rond de eeuwwisseling hebben we een oude Sovjetfabriek gekocht in Soedislavl, vijftig kilometer buiten Kostroma en daar hebben we meteen zo’n tweehonderd mensen aangesteld. Voor een klein dorp als Soedislavl met 5000 inwoners is dat veel. In 2004 hebben we deze fabriek in Kostroma gekocht.’

'Ik zou willen dat er vrij verkeer van kapitaal, goederen en mensen was. Zodat niemand je kan tegenhouden bij grenzen.'

Op zijn kantoor zucht Avsijevitsj als ik hem vraag hoe het leven hem op dit moment in Rusland bevalt. ‘Ik vind het heel zwaar. Ik kan onze televisie niet aanzien. Ik ben gewoon in shock. God heeft ons grond gegeven, toch? Maar hij heeft nooit gezegd dat er grenzen moesten komen. Dat hebben mensen, ambtenaren gedaan. Ik merk dat heel sterk als ik met de auto op vakantie ga. Zolang ik door Rusland rijd is alles goed. Dan kom je bij Polen en dan sta je bij de grens te wachten omdat ze de auto’s moeten controleren. Of je iets speciaals vervoert omdat je in de Europese Unie komt. Binnen Europa, bij jullie, daar kun je overal naartoe rijden. Niemand houdt me tegen als ik geen overtredingen maak, er zijn geen douaneposten. Ik zou willen dat er vrij verkeer van kapitaal, goederen en mensen was. Zodat niemand je kan tegenhouden met grenzen.’

Hoe gaat het verder?

‘Ik ben op dit moment een beetje negatief. Dat begon toen ze de Krim innamen. Toen werd de verhouding met het Westen slechter en met iedereen om ons heen. Op televisie zeggen ze dat we omringd worden door vijanden en dat iedereen ons wil aanvallen...’

En hoe gaat het met uw bedrijf, dat is best groot, toch? Hoe is uw concurrentiepositie?

'Uhm, ik zou het een middelgroot bedrijf noemen. Op de Russische markt hebben we veel concurrentie en de markt voor winkelkoelsystemen is hier al redelijk verzadigd. Toen we begonnen in 1994 waren we de eerste, er was niemand. We begonnen met gewone winkelstellingen die je in elke winkel ziet. De roebelcrisis van 1998 heeft ons natuurlijk geholpen. De dollar steeg enorm en daarmee ook de prijs van geïmporteerde goederen. In Rusland gemaakte producten werden goedkoper. Toen konden wij dealers in Moskou krijgen. Daar heb je meer afzetmarkt dan in de rest van Rusland waar minder mensen wonen.’

avsijevitsj in de oktoberfabriekEigenaar Avsijevitsj in zijn Oktoberfabriek in Kostroma.

‘In 2006 zijn we koelsystemen gaan bouwen. Wij hebben vooral concurrentie van de Italianen en de Polen. Op onze markt zijn de Italianen sterk, die hebben hier veel bedrijven. Maar over het algemeen zijn er weinig buitenlandse winkelkoelsystemen op de Russische markt. Want ze zijn gewoon duurder dan onze eigen productie.’

Wie zijn jullie afnemers?

‘We werken met de particuliere sector. Omdat de staat vooralsnog niet in de handel en de retailsector is gaan zitten, is onze markt nog min of meer een markt. Hoewel de VTB-bank vorig jaar[(staatsbank – red.] in feite Magnit [één van Ruslands grootste supermarktketens – red.]  heeft opgekocht. Dat is een slechte tendens.’

‘We verkopen in heel Rusland, in Duitsland, Tsjechië en Litouwen. We exporteren ook naar Kazachstan en Kirgistan. Eén van onze klanten is Vkoes Vill [een keten die zich richt op lokaal geproduceerde en gezonde voeding – red.]. We werken niet met Magnit en Pjatorochka. Dat zijn prijsvechters die alleen maar naar de prijs en niet naar de kwaliteit kijken. Wij proberen om toch een product van kwaliteit te leveren. We willen mensen niet bedonderen. Als we zeggen dat het koelsysteem een bepaalde temperatuur bewaart, dan doet het dat ook. Veel producenten bedonderen de boel gewoon.’

'Wij hebben geen vrije markteconomie. 70% van de economie bestaat uit  staatsbedrijven' 

Hoe functioneert de vrije markt?

‘Wij hebben geen markteconomie. De markteconomie is klein want 70% is staatseconomie. Gazprom, Lukoil, Rosneft, de Russische Spoorwegen, het zijn allemaal staatsbedrijven. De invloed van de staat op de economie neemt toe. In plaats van eigenaren krijg je nu "managers". En daar is corruptie. Zelfs aan grote particuliere bedrijven raak je je product niet kwijt zonder de "manager" iets te betalen. Hen kan de kwaliteit niets schelen.’

Hoe kunt u daartussen het hoofd boven water houden?

‘Door met die bedrijven samen te werken die wel naar kwaliteit kijken. Als wij beiden eigenaar zijn, dan is corruptie niet mogelijk. Maar als je met de staat te maken hebt in de vorm van een ambtenaar dan heeft hij er lak aan welke prijs hij betaalt, hij denkt alleen aan zijn eigen belang.’

Heeft de crisis van 2014 invloed gehad op uw bedrijf?

‘Nee, in 2014 was er voor ons niet zo’n duidelijke crisis. In 2008 hadden we wel een crisis. Maar in 2014 hadden we volgens mij zelfs groei. Het lukt om de prijzen van ons product laag te houden. Geïmporteerde materialen maken ongeveer 10% van de uiteindelijke prijs van ons product uit. Er zijn dingen die ze hier in Rusland gewoon niet maken. We importeren onderdelen uit Polen, Duitsland en Italië. En lampjes uit China. Maar het meeste wordt hier geproduceerd.’

Een zwakke roebel is misschien goed voor uw bedrijf maar niet voor iedereen…

‘Is de devaluatie van de roebel slecht voor de bevolking hier? Het hangt ervan af naar wie je kijkt. Voor de ontwikkeling van de landbouw is het niet slecht. Voor elke producent is devaluatie voordelig, ook voor de export want onze concurrentiepositie wordt sterker en we krijgen daar in euro’s betaald. Maar bij ons werkt slechts een klein deel van de bevolking in de productie. Velen werken als ambtenaar, in het leger, bij de politie en dergelijke. Voor hen is de devaluatie niet voordelig.’

En uw concurrentiepositie in het buitenland?

‘Die is sterker geworden door de devaluatie van de roebel. Maar we verkopen niet veel in het buitenland. Tien procent van onze productie is export. We zijn pas twee jaar geleden in Duitsland begonnen. In eerste instantie zit daar niemand in het bijzonder op ons te wachten. We hebben twee keer op de Euroshopbeurs in Düsseldorf gestaan en gaan nu voor de derde keer.’

Waarom koopt men uw product in Europa?

‘Omdat het goedkoper is. Bij ons is arbeid en materiaal goedkoper. Het salaris van mijn werknemers is 30.000 roebel, omgerekend ongeveer 400 euro. In Europa verdient men zo’n 1500 euro. Bovendien betalen wij minder belasting dan de Europeanen. En de energievoorziening is goedkoper.’

Wat kunt u zeggen over de huidige economische situatie?

‘Er is geen groei meer, er is stagnatie, sommige bedrijven gaan zelfs in de min. We proberen de Italianen, de Polen en de Turken eruit te werken. We proberen het maar we hebben al niet zo’n grote niche meer. Het is moeilijk om iets over de ontwikkeling van de huidige markt te zeggen. Ik denk dat dit jaar moeilijk wordt en het volgende jaar ook.’

'Het is beter als de staat niets doet voor ondernemers. Want als ze iets doen, wordt het alleen maar slechter'

U bent al 25 jaar ondernemer. Wat is er veranderd?

‘Met de wetgeving in de jaren negentig was het voor ons makkelijker werken. We konden de belasting officieel ontlopen, nu niet. Alles is transparanter geworden. Dat is enerzijds een plus want we werken nu allemaal onder dezelfde condities. Vroeger won diegene die een route vond om de belasting te ontwijken. Als ik BTW betaalde maar een ander niet, versloeg hij mij als concurrent. Nu werkt iedereen in principe onder dezelfde voorwaarden. De keerzijde is dat de belastingdruk nu groot is. Als ondernemer is het nu moeilijker, de concurrentie is hoog en er blijft minder geld over om te investeren. Dit jaar hebben ze de belasting en de BTW verhoogd. Hoe kunnen wij investeren in productiemiddelen? Voor een rente van minder dan 10% krijg je geen lening.’

Wat doet de staat om ondernemerschap te stimuleren?

‘Het is beter als ze niets doen. Als ze iets doen, dan wordt het alleen maar slechter.’

Waarom blijft u in Kostroma? Veel klanten zitten toch in Moskou?

‘Die klanten zitten in heel Rusland. Ik ben hier geboren! Iedereen kent mij hier. De stad is klein. Ik hou heel erg veel van Kostroma, de stad is mij dierbaar, niet alleen omdat ik hier iedereen ken, maar omdat het in mijn ogen de mooiste en meest unieke stad is.´

brandweertoren op centrale plein kostromaHet centrale plein van Kostroma

Kostroma wordt wel de juwelenhoofdstad van Rusland genoemd…

‘Ongeveer dertig procent van alle Russische juwelen wordt hier geproduceerd. Je kunt het zien aan de grote auto’s waarin men hier rijdt. Als je in een andere stad komt, zie je meteen het verschil. Voor mij als ondernemer is dat slecht. Want juweliers betalen hun mensen een hoog salaris en zij trekken de arbeidskrachten aan. Daarom moet ik een hoger salaris betalen om goede mensen aan te trekken. Onze concurrenten in de regio Pskov betalen bijvoorbeeld twee keer zo weinig. Daarom kunnen zij van mij de concurrentiestrijd winnen.’

In hoeverre is Kostroma aantrekkelijk voor ondernemers?

‘Er is geen administratieve druk hier. De lokale machthebbers hinderen ons werk niet en bemoeien zich nergens mee. Ik kan eigenlijk alleen maar over Kostroma spreken, maar in andere regio’s kun je bijvoorbeeld meer belastingdruk hebben. Bovendien is het een voordeel dat we niet ver van Moskou zitten, zo’n 300 kilometer. En in de hoofdstad zouden de salarissen zeker twee keer zo hoog zijn.’

En qua personeel?

‘Het is moeilijk om goede werknemers te vinden maar als je een goed salaris betaalt en goede arbeidsomstandigheden biedt dan is het geen probleem. Heel veel mensen vertrekken echter uit Kostroma naar Moskou, Petersburg of het buitenland.’

Wat is uw toekomstperspectief?

‘Ik wil onze aanwezigheid op de Europese markt uitbreiden. Met name met de winkelstellingen kunnen we in Europa goed concurreren omdat het een simpel product is waarbij vooral het materiaal de prijs bepaalt. IJzer alleen al maakt de in Europa geproduceerde producten 15% duurder dan als ze hier worden gemaakt waar het materiaal goedkoper is. Om die reden is het in Europa niet interessant om simpele producten te produceren.’

U zegt dat u meer kansen heeft in Europa?

‘Ja om ons te ontwikkelen. Je kunt je hier ontwikkelen als je nieuwe apparatuur koopt. Maar als je stil blijft staan, ga je dood.’

Wat stimuleert de markt?

‘Particuliere bedrijven leggen het loodje. Er is geen markt omdat er geen vraag is. Stel dat iemand hier dat gemiddelde salaris van 30.000 roebel (€400) verdient, dan gaat bijna een derde daarvan naar de vaste woonlasten, God verhoede dat hij een huurhuis heeft. Als het een jong gezin is met een kind en als de vrouw niet werkt, dan houden ze weinig over als je de boodschappen en kleding meerekent. In de jaren negentig was honderd dollar een goed salaris. Nu is ons salaris drie keer zo hoog, maar de prijzen zijn ook gestegen. Toen kochten mensen meer.’

'Een ondernemer moet wilskracht hebben en een vrij mens zijn'

Wat moet je in huis hebben om hier een succesvolle ondernemer te zijn?

‘Een ondernemer heeft wilskracht nodig en hij moet een vrij mens zijn, onafhankelijk van de staat. Ik neem zelf de beslissingen. Je moet van vrijheid houden. Als je het via de overheidsstructuren probeert, dan hou je ook wel wat vrijheid over maar… je neemt minder beslissingen. Je moet juist niet bang zijn om verantwoordelijkheid op je te nemen. En je moet een beetje gek zijn. Een normaal mens wordt geen ondernemer.’

avsijevitsj op zijn kantoorVladislav Avsijevitsj; 'Ik wil onze aanwezigheid op de Europese markt uitbreiden'

Wat is uw motivatie om door te gaan?

‘Ik heb al geen keus meer. Ik zit gevangen in mijn bedrijf!’

Wat levert het u op?

‘Ik verdien bovengemiddeld. Ik denk dat ik omgerekend ongeveer 5.000 tot 6.000 euro per maand verdien. Voor Rusland is dat heel goed. Ik ben heel de week aan het werk maar we gaan drie keer per jaar op vakantie naar Europa. Met Nieuwjaar, met de meidagen en in de herfst. We rijden met de auto naar Italië, Montenegro, Spanje, of Frankrijk.’

Wat hoopt u voor de toekomst?

‘Ik weet het niet. Misschien moeten we hier wel wegvluchten. In ons land is alles mogelijk. In 1917 had men toch ook niet voorzien dat de bolsjewieken zulke monsters zouden zijn.’

Hoe ziet u de toekomst van Rusland? U klinkt een beetje…

‘Pessimistisch. We sterven gewoon uit. Op Wikipedia las ik dat de bevolking in deze regio de afgelopen twintig jaar tijd met 18% is gekrompen. Hier wonen slechts tien mensen per vierkante kilometer. Ik heb gekeken naar de Tver- en de Nizjny-Novgorodregio, daar is de bevolking met nog meer afgenomen. De dorpen sterven uit. Als je naar onze fabriek vijftig kilometer verderop rijdt, zul je het merken. Je ziet geen koe.'

'Europa heeft de technologie en een grote markt en wij de grondstoffen. Het beste zou zijn als wij ons verenigen'

Ziet u helemaal geen positieve ontwikkelingen?

‘Het beste wat er zou kunnen gebeuren is als er een wonder zou plaatsvinden en wij ons met Europa verenigen. Ik ben natuurlijk een dilettant en geen politicus. Maar ik zie dat alles wat onze leiding nu doet een zegen is voor Amerika. Als wij ons zouden verenigen met Europa en als de verhoudingen goed waren… Dan heb je Europese technologie, Europese inwoners, onze grondstoffen…  In Europa heb je 540 miljoen mensen en wij hebben 140 miljoen mensen, dan heb je dus al 700 miljoen mensen bij elkaar. De Europese technologie is innovatief en wij hebben hier goedkope grondstoffen, staal en aluminium, plus veel van die lege gebieden…’

‘Net als Catherina de Grote die hier Duitsers heenbracht. We noemden het Duitsers maar het waren ook Nederlanders… Mensen kwamen hier uit heel Europa. Ze vestigden zich hier, je had hier zelfs een Duitse republiek [Sovjetrepubliek van Wolga-Duitsers, 1918-1941 – red.]. Kortom, als Europa en Rusland zich zouden verenigen, zou ik heel blij zijn. Dan zouden we een locomotief zijn voor heel Europa. Er is hier enorm veel potentie. Maar alles is leeg, er moeten wegen aangelegd worden, de steden moeten worden ontwikkeld...’

Wat moet er gebeuren om dat potentieel te ontwikkelen?

‘Ten eerste zou er bij ons een onafhankelijke rechtbank en een onafhankelijke pers moeten zijn en echte verkiezingen. Zolang deze drie elementen er niet komen, komt er niets. Wat zien we nu? We hebben geen verkiezingen, geen vrije pers, geen machtswisseling, niets. Dus er is kapitaalvlucht, mensen gaan hier weg, niemand die hier nu zou willen investeren.’