Filosoof en patriot

De Russische filosoof Aleksandr Tsipko (Odessa, 1941) noemt zichzelf een patriot. Jarenlang verafschuwde hij de Russische liberale intelligentsia met wie het Westen veelal praat. De annexatie van de Krim en de Russische inmenging in de Oekraïense Donbas deden hem van opvatting veranderen.

Sindsdien bekritiseert hij Poetins imperialisme in de krant Nezavisimaja Gazeta en windt zich op over de rehabilitering van Stalin. Hij schuwt zelfs de parallellen tussen communisme en nazisme niet, in Rusland vloeken in de kerk.

Op 2 december 2015 schreef Tsipko bijvoorbeeld: ‘Ik waag te stellen dat al die leerstellingen over de bijzondere Russische beschaving en de bijzondere Russische missie bedacht zijn om een serieus gesprek uit de weg te gaan over de wandaden van de sovjet-tijd, over de misdaden van de bolsjewieken, niet alleen van Lenin, maar ook van Stalin, over de zwakheden van de Russische ziel, die we moeten overwinnen om deel te blijven uitmaken van de menselijke beschaving.’

Tsipko viel ook patriarch Kirill aan, de leider van de Russisch-orthodoxe kerk die in het Rusland van Poetin op een hoog voetstuk staat: ‘Patriarch Kirill probeert ons te bewijzen dat het sovjet-systeem moreel gesproken hoger stond dan het nationaal-socialistische, omdat het, anders dan het mensenhatende fascisme, slechts ‘repressief’ was. […] Waar ontwaart patriarch Kirill solidariteit in de paranoia van sovjet-mensen, die ertoe opriepen zogenaamde “volksvijanden” te executeren?’

Goede kanten van Stalin

De patriarch wijst vergoelijkend op de goede kanten van Stalin. Tsipko maakte er gehakt van. ‘Ook Hitler behaalde onbetwistbaar successen bij de industrialisering van Duitsland. En Hitlers tempo lag aanmerkelijk hoger dan dat van Stalin. Maar niemand haalt het in zijn hoofd te zeggen dat we bij een oordeel over de misdaden van Hitler ook zijn successen in de industrialisatie in aanmerking moeten nemen.’

Stalin rehabilitering

In februari 2016 schreef Tsipko: ‘In het huidige post-Krim-patriottisme zit aanzienlijk meer haat tegen vijanden dan liefde voor ons eigen land. […] De waarheid wordt vervolgd als een vrucht van ‘russofobie’, als smerige zwartmakerij van onze ‘heilige Russische ziel’, als ondermijning door het ons vijandig gezinde Westen. Bijgevolg worden zij […], die vandaag gewag durven te maken van de vreselijke prijs die we betalen voor de herrezen ‘imperiale glans’ van het post-Krim-Rusland, verdreven naar de randen van het politieke leven als ‘vijfde kolonne’ of ‘agenten van de CIA’. 

Hij geselde het cynisme van de politieke elite die schouderophalend reageert op de westerse sancties: ‘Politici, kabinetsleden van wier gezicht het gemakkelijke en comfortabele leven afspat, roepen gepensioneerden die moeten rondkomen van 12.000 roebel per maand op tot opofferingsgezindheid. Het openlijke cynisme van een deel van onze ambtenarenelite gaat werkelijk alle perken te buiten. De minister van toerisme, die nog tot voor kort cottages bezat op Bali, overtuigt het verarmde Rusland ervan dat de zee en al die zuidelijke kuuroorden alleen maar schadelijk zijn voor de Russische mens.'

Poetins 'schreeuwende eenzaamheid'

Over Poetins ‘schreeuwende eenzaamheid’ schreef Tsipko: ‘Zo’n raadsel als Poetin heeft de Russische geschiedenis niet eerder gekend: geen dagboeken, geen artikelen, geen vrienden die ons iets kunnen vertellen over zijn persoonlijkheid. Ik zie in zijn ogen een schreeuwende eenzaamheid, een openlijk drama van de macht. De tsaar had broers en zussen, leden van de tsarenfamilie, die op gelijke voet met hem konden omgaan en hem raad konden geven. Brezjnev had Soeslov en Gromyko, zonder wie hij geen belangrijke beslissingen nam. Maar het lijkt of Poetin totaal alleen staat met zijn vreselijke verantwoordelijkheid voor het lot van Rusland.’

Poetins populariteit verklaarde Tsipko als volgt: ‘Voor de overweldigende meerderheid van de bevolking is het belangrijkste dat Poetin de hardvochtige, absolute, onwrikbare macht vertegenwoordigt die de Rus dierbaar is.’

Wie in Rusland kritische kanttekeningen maakt wordt voor landverrader uitgemaakt, aldus Tsipko. ‘Om de “eer van post-Krim-Rusland te versterken” dien je nu te zeggen dat Stalin de Polen, de Tsjechen en de Hongaren geluk heeft gebracht door ze te belonen met kolchozen en het sovjet-systeem. Je moet zeggen dat de miljoenen die in de jaren 1941-45 door Stalins schuld zijn omgekomen met hun dood de grootsheid van onze overwinning alleen maar versterkt hebben. En zo gaat het maar door.’

Mismoedig constateerde Tsipko: ‘Het Rusland van vandaag wordt gekenmerkt door het feit dat het irrationele het rationele volledig heeft verdrongen. Zelfs in de sovjet-tijd traden er tijdens de meest fervente anti-imperialistische propagandacampagnes in de media nooit zoveel openlijk domme mensen op met een duidelijk waas voor ogen. Uit mijn eigen ervaring op de tv weet ik dat de anchormen om onduidelijke redenen altijd de meeste spreektijd geven aan de mensen die niet nadenken, maar schreeuwen, aan de mensen die roepen dat een nieuwe derde wereldoorlog onvermijdelijk is. In de sovjet-tijd zouden ze nooit mensen op tv hebben toegelaten die tot een kernoorlog oproepen, maar nu is dat zo ongeveer een teken van nationale trots geworden. Gezond verstand, gevoel voor proportie, instinct voor zelfbehoud zijn niet allen impopulair in het moderne Rusland, maar worden voorgesteld als een grote bedreiging voor ons land. In de ‘ideologische idiotie’ van de leninisten zat aanzienlijk meer denkwerk dan in de ‘ideologische idiotie’ van de hedendaagse bestrijders van het Westen.’