De Russische revolutie van 1917 was een keerpunt: voor Rusland zelf, en voor de rest van de wereld. Al honderd jaar zijn oorzaken en gevolgen onderwerp van debat. Voor RaamopRusland schetsen verschillende historici hun visie op 1917.  Marc Jansen uit Amsterdam over het jaar waarin de politieke en maatschappelijke elite werd weggevaagd. Eerst deel in een reeks.

1917 postersmall 2

Rusland anno 1917: een rijk rijp voor de snijtafel

Op 8 maart 1917 begon de Russische Revolutie in Petrograd. Tsaar Nikolaas II kwam ten val. Acht maanden later namen de bolsjewieken de macht over. Die gaven ze driekwart eeuw niet meer uit handen. Was de Oktoberrevolutie een logisch vervolg op de Februarirevolutie of een soort staatsgreep? Marc Jansen schetst de omwenteling die de hele wereld zou raken.

door Marc Jansen

De Eerste Wereldoorlog, waarin het Russische rijk vanaf 1914 aan de kant van Frankrijk en Engeland meestreed tegen Duitsland en Oostenrijk, kostte niet alleen talloze soldaten het leven, maar gaf ook de economie een rake klap.

De voedselvoorziening van de grote steden raakte daardoor in het ongerede. Op 23 februari 1917 (bij ons 8 maart, internationale vrouwendag) begonnen vrouwen in Petrograd een hongeroproer. Tienduizenden arbeiders, studenten en leden van de middenklasse sloten zich in de loop van deze en de volgende dagen bij hen aan. Nadat enkele tientallen demonstranten waren doodgeschoten, sloegen ook de garnizoenssoldaten aan het muiten. De leiders van de Doema, een door de autocratische keizer Nicolaas II na een eerdere revolutie in 1905 ingesteld maar daarna weer in rechten beknot parlement, stelden zich aan het hoofd van de beweging, die zo uitgroeide tot de politieke ‘Februarirevolutie’.

OctoberKerenskiKRant
Voorpagina van Amerikaanse krant Eveing World. Illustratie Wikipedia

Deze in het rood gehulde ‘kleurenrevolutie’ (in de hedendaagse Russische terminologie) vond grote steun onder alle lagen van de bevolking. Ze hadden allemaal hun eigen grieven. De middenklassen eisten meer zeggenschap in het landsbestuur. De arbeiders wilden betere werkomstandigheden voor een hoger loon. De boeren vonden dat ze recht hadden op meer grond dan ze bij de opheffing van de lijfeigenschap in 1861 gekregen hadden. En de soldaten smachtten naar vrede.

Onder druk van de politieke en militaire leiding deed Nicolaas II op 2/15 maart 1917 afstand van de troon ten gunste van zijn broer Michail, maar die zag af van de eer en enkele maanden later werd de republiek uitgeroepen. Leidende figuren uit de Doema vormden een Voorlopige Regering, die het landsbestuur overnam tot er verkiezingen voor een Grondwetgevende Vergadering zouden hebben plaatsgevonden.

Dubbele macht

Maar naast de regering trad, in navolging van de revolutie van 1905, in Petrograd een door socialisten gedomineerde Raad van arbeiders- en soldatenafgevaardigden aan, een Sovjet. Ook elders in het land ontstonden sovjets, overkoepeld door een Centraal Executief Comité. Al lieten ze in theorie het regeren in deze ‘burgerlijke’ ontwikkelingsfase aan de Voorlopige Regering over, in de praktijk hadden de sovjets grotere invloed op de bevolking. Die ‘dubbelmacht’ was een recept voor toenemende chaos en anarchie.

October Patrol WikiCommon
Gewapende milities in 1917. Illustratie Wikipedia

De Voorlopige Regering dacht de oorlog tot een zegevierend einde voort te zetten. De socialisten uit de Sovjet wilden overleg tussen de strijdende partijen, dat moest uitlopen op een vrede zonder annexaties en herstelbetalingen. Dat laatste sloot beslist meer aan bij de oorlogsmoeheid onder de bevolking, een patstelling die in mei uitliep op het vertrek uit de regering van de voornaamste pleitbezorgers van voortzetting van de oorlog en de vorming van een coalitie van liberalen en socialisten. Maar toen de Russische socialisten er niet in slaagden de partijen ook daadwerkelijk aan de onderhandelingstafel te brengen, kwamen ze met lege handen te staan.

De gevechtskracht van het Russische leger nam intussen zienderogen af. Dat was mede het gevolg van een gebrek aan militaire discipline. In maart vaardigde de Sovjet van Petrograd het Bevel No. 1 uit dat de soldaten opriep hun officieren alleen te gehoorzamen indien hun bevelen niet in strijd waren met de richtlijnen van de Sovjet. Desertie nam hand over hand toe. Het Duitse opperbevel zag het met tevredenheid aan en financierde waarschijnlijk radicale groeperingen om deze stemming te stimuleren.

Ook volgens de leider der bolsjewieken, Vladimir Lenin, diende er vrede te komen: zij het niet door overleg, maar door revolutie en burgeroorlog. Had Lenin voordien een vrij marginale rol gespeeld, zijn opvattingen sloegen nu aan. Lenins defaitisme was voor de Fransen en Britten aanleiding hem een doorreisvisum vanuit zijn verbanningsoord in Zwitserland naar Rusland te weigeren. Maar de Duitse regering was graag bereid hem doortocht te verlenen op weg naar Petrograd.

Direct na aankomst op 3 april lanceerde hij daar zijn ‘aprilstellingen’. Lenin eiste een eind aan de coalitie en de vorming van een zuiver socialistische regering, alle macht aan de sovjets, vrede in plaats van imperialistische oorlog, land voor de boeren, macht over de bedrijven voor de arbeiders en zelfbeschikkingsrecht voor nationale minderheden. Dit terwijl de Sovjet in navolging van de Voorlopige Regering zulke belangrijke kwesties aan de nog te kiezen Grondwetgevende Vergadering wilde overlaten.

Lenins leuzen deden het nu goed. Boeren waren uit op een ‘zwarte herverdeling’ van de grond die zij nog niet in gebruik hadden gekregen. Om zich hun aandeel in de buit niet te laten ontgaan, deserteerden boerensoldaten met tienduizenden tegelijk. Zij ‘stemden met hun voeten tegen de oorlog’, in Lenins woorden.

In juni slaagde de socialistische minister van oorlog Aleksandr Kerenski erin de soldaten aan het zuidwestfront nog één keer in beweging te krijgen in een offensief in Galicië. Na een kort succes liet het fiasco niet lang op zich wachten en de Russen werden al snel teruggeworpen.

‘De Russische staat is eindelijk rijp voor de snijtafel’, concludeerde de Duitse veldmaarschalk Paul von Hindenburg. Na de val van Riga op 3 september konden de Duitsers vrijwel zonder weerstand te ontmoeten verder trekken, om vervolgens niet ver van Petrograd pas op de plaats te maken.

De nog maar kort daarvoor als opperbevelhebber aangestelde generaal Lavr Kornilov kon het niet langer aanzien en stuurde in augustus troepen naar Petrograd om er ‘de orde’ te herstellen. Maar zijn soldaten lieten hem al gauw in de steek en de Voorlopige Regering interneerde hem. Kerenski, inmiddels premier, zou een heel eind met hem hebben willen meegaan maar was tegen een militaire putsch. Het was een Pyrrhusoverwinning voor Kerenski die nu behalve links ook rechts zijn draagvlak zag wegsmelten, terwijl de bolsjewieken juist versterkt uit het pleit traden.

Moment voor machtsgreep

Met een groeiende invloed in de grote steden en het leger veroverden zij in september een meerderheid in de sovjets van Petrograd en Moskou. Met steun van Lev Trotski, sinds september voorzitter van de Petrogradse Sovjet, vond Lenin dat het moment nu gekomen was om de macht te grijpen. Die lag op straat en de bolsjewieken pakten haar op. De bolsjewieken presenteerden het als een actie ter voorkoming van een overwinning van ‘de contrarevolutie’. Op 25 oktober (7 november bij ons) nam het Militair-Revolutionaire Comité van de Petrogradse Sovjet onder Trotski’s leiding de macht in Petrograd over. Het was het werk van relatief kleine groepen gewapende arbeiders en soldaten. De meeste burgers hielden zich afzijdig. Na een simpele, later door de Sovjetgeschiedschrijving gemythologiseerde ‘bestorming’ van het Winterpaleis werden de ministers daar gevangen genomen, alleen Kerenski wist te ontkomen.

Een Congres van Sovjets kwam bijeen om de zaak vervolgens te beklinken. Toen de mensjewieken en socialisten-revolutionairen uit protest de zaal verlieten, verwees Trotski ze hooghartig naar de ‘vuilnisbelt van de geschiedenis’. Het Sovjet-congres zette de Voorlopige Regering af en benoemde een door Lenin geleide Raad van Volkscommissarissen. Eind van het jaar werden enkele vertegenwoordigers van een linkse afsplitsing van de Partij van Socialisten-Revolutionairen (aanhangers van een agrarisch socialisme) tot deze nieuwe regering toegelaten die zo voor korte tijd niet louter uit bolsjewieken bestond. Het Congres aanvaardde ook Lenins decreet over vrede, dat de oorlogvoerende partijen uitnodigde onmiddellijke onderhandelingen over een eerlijke en democratische vrede te beginnen. Het eveneens aangenomen decreet over land dat het grootgrondbezit onteigende, was niet meer dan de erkenning van een fait accompli. Al vóór de bolsjewistische machtsovername waren de in hun dorpsgemeenschappen georganiseerde boeren begonnen zich de grond van particuliere eigenaren toe te eigenen. Tot Stalins landbouwcollectivisatie tien jaar later had de dorpsgemeenschap inderdaad gewonnen.

OctoberLeninTrotski
Lenin spreekt, Trotski kijkt toe. Onder Stalin werd Trotski uit foto weggepoetst. Illustratie Wikipedia

Duitsland wil vrede en vrije handen

Ruslands bondgenoten weigerden in te gaan op de uitnodiging aan vredesonderhandelingen deel te nemen. Duitsland had er wel oren naar aan het oostfront de handen vrij te krijgen nu de Amerikanen spoedig in de wereldoorlog zouden gaan meevechten. Nadat een wapenstilstand was gesloten begonnen op 9/22 december in het Duitse hoofdkwartier in Brest-Litovsk vredesonderhandelingen. De Duitsers eisten dat Rusland al zijn westelijke grensgebieden opgaf.

De bolsjewieken zagen de onderhandelingen vooral als anti-imperialistische propaganda, maar toen de gedroomde revolutie in Duitsland uitbleef stond de tijd niet aan hun kant. Sommigen van hen propageerden nu een ‘revolutionaire oorlog’, terwijl Trotski een onpraktisch tussenstandpunt van ‘geen oorlog, geen vrede’ innam. Lenin hield vol dat het nieuwe bewind zonder vrede ten dode was opgeschreven.

Toen de nieuwe bolsjewistische autoriteiten niets tegenover het hervatte Duitse offensief te stellen hadden, kon Lenin zijn zin doorzetten. Op 3 maart 1918 (de bolsjewieken hadden de kalender inmiddels gelijkgetrokken en na 31 januari niet 1 maar 14 februari doen volgen) werd de vrede van Brest-Litovsk getekend. Rusland verloor de Baltische landen en Polen, evenals Oekraïne, waar de naar onafhankelijkheid strevende regering van de Rada kort eerder een eigen separate vrede met Duitsland had getekend. Vanuit het bedreigde Petrograd verplaatsten de bolsjewieken de hoofdstad naar Moskou, waar zij zich in het Kremlin vestigden. Ondertussen hadden de linkse socialisten-revolutionairen zich uit protest tegen de vernederende vrede uit de coalitie met de bolsjewieken teruggetrokken.

Formeel was de Eerste Wereldoorlog hiermee voor Rusland achter de rug, al ging hij direct over in een burgeroorlog, niet zoals Lenin had gewild een Europese, maar een bloedige Russische burgeroorlog. Schattingen van de Russische dodelijke militaire verliezen in de wereldoorlog lopen van rond 1,7 tot 2,25 miljoen man, plus nog eens tussen de 400.000 en 700.000 burgerdoden.

Verkiezingen voor een Grondwetgevende Vergadering in november 1917 leverden een overwinning op voor de socialisten-revolutionairen en aanverwante groeperingen, niet voor hun linkse afsplitsing maar gewoon voor de ‘mainstream’. De bolsjewieken kregen maar een kwart van de zetels.

Deze Constituante kon op 5 januari welgeteld één dag vergaderen. Toen al werd zij door de bolsjewieken ontbonden, waarna een Congres van Sovjets de Russische Sovjetrepubliek uitriep. In plaats van een parlementaire democratie had Rusland in de driekwart eeuw hierna een zogeheten ‘sovjetdemocratie’, die door het getrapte kiesrecht veel makkelijker was te manipuleren. Omdat alternatieve partijen waren uitgebannen, was het sovjetbewind in de praktijk een éénpartijstelsel.

Revolutie of putsch

Er is discussie of de bolsjewistische machtsovername op 25 oktober/7 november 1917 de naam ‘Oktoberrevolutie’ verdient, of dat het een ordinaire putsch was.

Wat zich in 1917 in Rusland voltrok kan met stelligheid een revolutie worden genoemd, al beperkte het proces zich natuurlijk niet tot die ene datum of zelfs dat ene jaar. Nog afgezien van de internationale gevolgen (droom en werkelijkheid van de ‘wereldrevolutie’, de opkomst van het fascisme als reactie op het ‘bolsjewistische gevaar’ en daarna de Koude Oorlog) verjoeg zij een meer dan 300 jaar oude dynastie met haar instituties en zette er een op de marxistisch-leninistische ideologie gegrondveste éénpartijstaat voor in de plaats. Privébezit werd ingeruild voor staatsbezit. De complete politieke en maatschappelijke elite werd weggevaagd, wat natuurlijk kansen bood aan nieuwe mensen. Een andere pijler van het oude regime, de nu vervolgde orthodoxe kerk wist slechts ternauwernood te overleven. De boeren keerden juist terug naar de oude verhoudingen, tot die tien jaar later door Stalins collectivisatie overhoop werden gegooid.

Niettemin zorgden onveranderlijke factoren als geografie en klimaat toch ook voor een element van continuïteit, zodat er uiteindelijk een synthese van revolutionaire en traditionele kenmerken ontstond. Na het uiteenvallen van de door de revolutie in het leven geroepen Sovjetunie in 1991 keerde een nieuw gevoel voor traditie weer en wilden velen in Rusland bij wijze van spreken terug naar 1913, het jaar vóór het uitbreken van de wereldoorlog die de oude wereld had vernietigd.

1917 postersmall 2
Dit is het eerste artikel in een reeks over 1917.