Zijn er, naast grote verschillen, vandaag ook parallellen met de wereldorde van na de Vrede van Versailles (1919) en de conferentie van Jalta (1945)?  Is er opnieuw een verband tussen Russische invloedssferen en Amerikaans isolationisme? Historicus Raymond van den Boogaard opent een debat over Europa tussen hamer en aambeeld.

HamerAambeeldIllustratie
Illustratie Nanette Hoogslag

door Raymond van den Boogaard

De grote omwenteling van 1989 was in de Bulgaarse hoofdstad Sofia eerder een discrete affaire: een communiqué van veranderingen aan de top, en in mijn herinnering regende het voortdurend. Geen extatische menigten dus, zoals in Praag. Maar op de derde dag rondhangend kreeg ik via een Bulgaarse student een uitnodiging. Klopte het dat ik Nederlander was? Dan waren er mensen die mij graag wilden spreken.

Die middag zat ik om een tafel met vijf hoogbejaarde mannen die zich voorstelden als de laatste overlevenden van het Centraal Comité van de de Bulgaarse Sociaal-Democratische Arbeiderspartij die zich in 1948 hadden verzet tegen een gedwongen fusie met de Bulgaarse Communistische Partij. De anderen hadden het leven gelaten in communistische gevangenkampen, of waren anderszins overleden.

Maar nu de macht van de communisten gebroken was, wilden de heren de draad weer opvatten. En dat gold ook voor het lidmaatschap van hun partij van de Socialistische Internationale waarvan, zo hadden zij vernomen, de Nederlandse PvdA het voorzitterschap waarnam. Ze gaven mij een brief mee voor de internationaal secretaris van de PvdA.

Deze kleine anekdote laat twee dingen zien: hoe groot de opluchting was toen in 1989 – na zoveel jaren – de vrijheid terugkeerde in Bulgarije en al die andere landen die decennia gezucht hadden onder Ruslands opvatting van 'beperkte soevereiniteit' in zijn satellietlanden; en ook met welke drastische middelen Rusland na 1945 in Oost-Europa zijn hegemonie had gevestigd. In de collectieve herinnering leeft vooral voort hoe Moskou met militaire middelen steeds die macht herstelde, wanneer het zijn hegemonie bedreigd zag: Berlijn 1953, Hongarije 1956, Tsjechoslowakije 1968.

Maar in de geschiedenis van de onderschikking van Oost-Europa aan de Russische belangen waren dat eigenlijk maar incidenten. De hele periode 1945-1989 is voor Polen, de DDR, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije een buitengewoon zwarte tijd geweest. Al deze landen werden, op last van Rusland, opgezadeld met een quasi-democratische 'volksdemocratie'  – in feite een politiestaat met een één-partijdictatuur, en een economisch systeem dat voor de burger niets deed maar door Moskou werd voorgeschreven.

Zoals Rusland nog altijd geen raad weet met de miljoenen slachtoffers van de terreur onder Stalin – deze mega-misdaad tegen de mensheid wordt liefst verdoezeld onder heimwee naar de door Stalin bewerkstelligde supermacht-status van Rusland – zo heeft het Kremlin ook nooit duidelijk excuses aangeboden voor wat Oost-Europa is aangedaan. Eerder lijkt de huidige bewoner van het Kremlin, president Poetin, het verdwijnen van de satelliet-landen te betreuren – element immers van de ineenstorting van het Sovjet-systeem eind jaren tachtig die hij als catastrofe kenschetst.

Jalta 2.0

Nu, 25 jaar later, staat het Russische revanchisme er goed voor. Mede dankzij Russische inmenging – waarvan we de details nog maar ten dele kennen – is in Washington een isolationistische president aan de macht gekomen, die zijn affiniteit voor de nationalistische autocraat in het Kremlin niet onder stoelen of banken steekt. Er wordt – schertsend nog maar toch – al gesproken over een mogelijk Jalta 2.0, waarbij de Verenigde Staten en Rusland in Europa hun invloedssfeer zouden afbakenen, naar analogie van de akkoorden van Jalta en Potsdam waarbij dit aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gebeurde.

Van Russische zijde wordt daarbij heftig geageerd tegen alles wat zweemt naar open samenlevingen. Rusland intern is een land waar een kleptocratie regeert, uit naam van een autoritaire filosofie die wordt gekenmerkt door economische centralisatie, militarisering van de samenleving, primitieve verheerlijking van een grotendeels verzonnen nationaal verleden, religieuze blauwkouserij, onvrije media en intimidatie van mogelijke oppositie.

Dit reactionaire gedachtengoed wordt door de Russische propaganda ook op grote schaal geëxporteerd, ter destabilisering van de gehate liberale samenlevingen in het Westen. En niet zonder succes, naar uit de houding van Trump en zijn kliek in het Witte Huis blijkt. Ook in Europa zijn er heel wat groeperingen en individuen die in hun eigen haat jegens de open samenleving, de liberale waarden, de markteconomie en de mondialisering Poetins Rusland als een lichtend voorbeeld willen zien.

In het licht van deze ontwikkeling lijkt het dienstig eraan te herinneren hoe Rusland te werk ging, de vorige keer dat het zijn macht in Europa uitbreidde.

Lees meer