Hoewel er tot nu toe geen concreet bewijs op tafel is gekomen, heeft de Montenegrijnse justitie de beschuldiging dat Rusland betrokken zou zijn geweest bij een couppoging in het kleine Balkanland verder uitgewerkt. Volgens de speciale openbaar aanklager Milivoje Katnić speelden niet alleen Servische nationalisten, maar ook ‘Russische staatsorganen’ een rol in het plan om de regering in Podgorica ten val te brengen en zo te voorkomen dat Montenegro lid zou worden van de NAVO. De regering in Moskou heeft deze nieuwe aantijging van de hand gewezen.

Wat er vier maanden geleden in Montenegro is gebeurd, is niet duidelijk. Vier dagen voor de parlementsverkiezingen van 16 oktober 2016 kregen de Montenegrijnse autoriteiten informatie over een op handen zijnde putsch tegen de zittende regering. Aan de vooravond van de stembusgang hield de politie een groep Servische nationalisten aan. En ook twee Russische staatsburgers: Edoeard Sjirokov and Vladimir Popov. De arrestanten zouden op verkiezingsdag een staatsgreep hebben willen plegen tegen de zittende regering, die Montenegro het westerse bondgenootschap wil binnenleiden. Premier Milo Djukanovic zou bij de putsch vermoord moeten worden. Het doel van de coup was om een regering in het zadel te helpen die af zou zien van verdere toenadering tot de NAVO.

Montenegro, een land met minder dan een miljoen inwoners, is militair niet relevant, maar beschikt wel over strategisch gelegen havens aan de Adriatische Zee. Over het lidmaatschap van het Noord-Atlantisch bondgenootschap bestaat in het land geen consensus. Volgens recente opiniepeilingen zou bijna 40 procent voor zijn en bijna 40 procent tegen. In een interview met het Amerikaanse weekblad Time zei premier Dusko Markovic, die na de verkiezingen de toen onverwacht teruggetreden Djukanovic opvolgde, niettemin stellig: ‘Er is geen dilemma. Ons pad is helder: NAVO en Europese Unie’.

Alom scepsis

De verhalen over de samenzwering in Podgorica zijn met scepsis ontvangen. Concreet bewijs voor de staatsgreep zelf en de samenzweerders heeft de Montenegrijnse justitie nooit gepresenteerd. Zelfs het wapenarsenaal dat de complotteurs tot hun beschikking zouden hebben gehad, kon tot nu toe niet worden getoond, omdat deze wapens in Kosovo zouden zijn vernietigd. Speciaal aanklager Katnić zei zondag 19 februari niettemin dat er steeds meer sporen zijn die naar Moskou leiden. ‘Tot nu toe hadden we bewijs dat Russische nationalisten achter de putsch zaten, nu weten we dat Russische staatsorganen tot op zekere hoogte betrokken waren,’ verklaarde Katnić tegenover Montenegrijnse media.

Katnić baseert zijn aantijging op de relaties die een van de aangehouden samenzweerders er op na hield. Een van de gearresteerde Servische nationalisten, Aleksandar Sindjelic, zou voor de mislukte putsch in Moskou zijn geweest op uitnodiging van Edoeard Sjisjmakov alias Edoeard Sjirokov. Deze Sjisjmakov, die bij 'Russische militaire structuren' werkzaam was, zou volgens Katnić de spil in het complot zijn geweest. Mogelijk doelde Katnić op de militaire inlichtingendienst GROe, maar hij noemde de dienst niet. Sjisjmakov heeft een verleden als inlichtingenman. In 2014 werd hij als militair attaché op de Russische ambassade in Warschau wegens spionage door de Poolse regering uitgewezen.

Er zijn meer ongerijmdheden. Onder de circa 25 verdachte complotteurs zouden zich ook twee pro-Russische parlementariërs van het Montenegrijnse Democratische Front bevinden: Andrija Mandić and Milan Knežević. Deze politieke partij is tegen een lidmaatschap van de NAVO. Recent is hun parlementaire immuniteit daarom opgeheven, zodat ze gearresteerd en berecht zouden kunnen worden. Maar de Montenegrijnse justitie heeft de politie opdracht gegeven hen op vrije voeten te houden.

Het is niet duidelijk of Katnić autonoom en op basis van eigen bevindingen naar buiten trad met zijn nieuwe bewijsvoering, dan wel zich baseerde op buitenlandse inlichtingen. Eerder had de Sunday Telegraph namelijk al bericht dat de Britse geheime dienst ook aanwijzingen zou hebben voor Russische betrokkenheid bij de mislukte coup. Pas na deze publicatie kwam Katnić voor een lokale televisiezender met vergelijkbare informatie op de proppen. Katnić vertelde erbij dat Montenegro in het onderzoek naar de couppoging wordt geholpen door Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten.

Geen jota bewijs

De Russische regering reageerde een dag later. 'Uit de duim gezogen. Er is geen jota bewijs,' aldus minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken. Lavrov plaatste de uitspraken in een bredere context. Ze passen in het patroon om Rusland ongefundeerd te beschuldigen 'van cyberaanvallen, van inmenging in verkiezingen in westerse landen en van banden tussen de regering-Trump en de Russische geheime diensten'. Lavrov refereerde ook aan de Litvinenko-kwestie. Een Engelse onderzoekscommissie heeft eerder geconcludeerd dat de Russische geheime dienst de hand heeft gehad in de vergiftiging in Londen van de dissidente ex-FSB’er Litvinenko met polonium.

Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov liet zich in vergelijkbare bewoordingen uit. ‘Dag in dag uit worden er absurde beschuldigingen tegen Rusland geuit. Er is geen sprake van betrokkenheid van officiële Moskouse en Russische zijde aan welke interne gebeurtenissen in Montenegro dan ook’, aldus Peskov.

In Montenegro worden deze ontkenningen weer met argwaan bejegend. Men wijst daarbij op de mogelijke rol van de door Podgorica gezochte Serviër Nemanja Ristic. Ristic stond vlakbij minister Sergej Lavrov, toen de Russische bewindsman op 12 december in Belgrado te gast was bij een herdenkingsplechtigheid ter ere van de bevrijding van de Joegoslavische hoofdstad in 1944. Ristic werd toen gefotografeerd, terwijl Lavrov zijn armen om een drietal vrouwen van een Servische nationalistische groep sloeg, en plaatste de foto vervolgens zelf op zijn Instagram. Waarom hij dat deed, is niet duidelijk.

Ook op de ambassades en gezantschappen van Kosovo en Albanië in Den Haag leeft het idee dat Rusland via hulp aan Servië meer greep op de westelijke Balkan wil krijgen.

Zie ook essay van Arend-Jan Boekestijn