Historicus dr. Vladimir Medinski wankelt. Zijn dissertatie is volgens de geschiedkundigen van de Hoge Attestatiecommissie een potpourri van onzin en bedrog. De vakhistorici van de commissie adviseren om de minister van Cultuur zijn doctorstitel te ontnemen. Of het zover komt is echter een politieke beslissing. Eerst moet het presidium van de Hoge Attestatiecommissie de aanbeveling overnemen. Daarna heeft de minister van Onderwijs en Wetenschap de laatste stem in het kapittel.

door Hubert Smeets

MedinskiVladimir Medinski, sinds 2011 doctor in de historische wetenschap en sinds 2012 minister van cultuur

Vijf jaar lang leek minister Vladimir Medinski van Cultuur onaantastbaar. Van zijn geschiedenisboeken, bijvoorbeeld de reeks waarin hij allerlei mythes door de eeuwen heen over Rusland ontmaskert, verkocht hij afgelopen tien jaar meer dan 200.000 exemplaren. Maar nu staat dr. Vladimir Medinski in zijn hemd. Zijn dissertatie uit 2011 blijkt een potpourri van klinkklare onzin en academisch bedrog. Medinski, sinds 2012 minister van cultuur na eerder acht jaar lid te zijn geweest van de Doema, is volgens een grote meerderheid van zijn vakgenoten een wetenschappelijke charlatan. Op grond van zijn proefschrift getiteld Problemen van objectiviteit in de manier waarop de Russische geschiedenis van medio 15de tot de 17de eeuw wordt belicht verdient Medinski zijn doctorstitel niet. Volgens collega-historici moet hij die teruggeven.

Dit harde oordeel komt niet uit de hoek van onverbeterlijk kritische dissidenten, die gebeten zijn op de bewindsman die al een decennium onvermoeibaar strijdt tegen onpatriottische kunsten en vóór nationalistische geschiedschrijving en cultuurbeleid. Dit is de conclusie van een twintigtal gerenommeerde Russische historici, die zitting hebben in de speciale expertgroep van de officiële Hoge Attestatiecommissie van Rusland. Tijdens hun reguliere vergadering van maandag 2 oktober namen zij het wetenschappelijke oeuvre van Medinski onder de loep en adviseerden in grote meerderheid om de minister zijn doctorstitel te ontnemen.

Hun advies is nog geen besluit. De uiteindelijke beslissing over de academische graad van Medinski wordt genomen door het presidium, dat vrijdag 20 oktober het laatste woord heeft.

Hoewel het denkbaar is dat het presidium van de Hoge Attestatiecommissie alsnog afwijkt van het advies, is de aanbeveling een overwinning voor de drie burgers die de affaire Medinski ruim anderhalf geleden aanhangig hebben gemaakt. Deze drie, gesteund door de onderzoeksgroep Dissernet die al vier jaar met succes plagiaat van politici, ambtenaren en wetenschappers openbaart, werden tot voor kort voortdurend het bos ingestuurd. Steeds kreeg Medinski in formele zin gelijk. Totdat zijn proefschrift begin oktober inhoudelijk bij de historische vakgroep van de Hoge Attestatiecommissie ter tafel kwam en de zaak een verrassende wending nam.

Geen plagiaat

Vier jaar lang had bijna niemand omgekeken naar de dissertatie over de (Westerse) beeldvorming over Rusland in de vroegmoderne tijd tussen 1450 en 1700, toen Rusland onder meer de Tijd der Troebelen (1598-1613) doormaakte. Medinski dacht te kunnen bewijzen dat Europa ook toen al valse mythes over Rusland rondstrooide. Hij baseert zich daarbij op bronnen van waarnemers uit het huidige Italië en Duitsland. Hij werd met alle academische egards behandeld, nadat hij zijn proefschrift met succes had verdedigd bij de kleine Russische Staats- en Sociale Universiteit in Moskou. Dat veranderde toen de onderzoekers van Dissernet zijn dissertatie door de molen haalden. Met fijnmazige computerprogrammatuur onderzoekt deze burgergroep wetenschappelijk werk op plagiaat.

Het werkstuk stond op hun agenda omdat Medinski's eerdere academische werk uit de jaren negentig bol had gestaan van plagiaat. Dissernet had dat nooit aangekaart omdat die geschriften inmiddels waren verjaard. In de dissertatie had de software van Dissernet geen plagiaat aangetroffen. Voor Ivan Babitski van Dissernet was die ontdekking aanleiding om het proefschrift gewoon van kaft tot kaft te lezen. Babitski, een 38-jarige classicus uit Moskou die in Florence is gepromoveerd, viel van zijn stoel. Wat een hoop gekkigheid bij elkaar.

Zo beweert Medinski dat het de Russen waren die de niet-christelijke vijanden van buiten ‘eerder dan de Europeanen’ een halt toeriepen. Hij doelt op de slag bij het Snippenveld (1380), waar een coalitie van Russische troepen onder leiding van prins Dmitri van Moskou de Tataars-Mongoolse Orde versloeg. Hij zag even over het hoofd dat Karel Martel ruim zes eeuwen eerder bij Poitiers (732) al een opmars van de Moren stopte.

 1767RussianBible SmolenskBijbel van Russisch-orthodoxe Kerk uit Smolensk anno 1767

Wat te denken van deze zinsnede over de orthodoxe kerk ten tijd van Ivan de Verschrikkelijke (1530-1584): ‘Bij de orthodoxen waren alle kerkelijke boeken in het Russisch geschreven, zodat de inhoud makkelijk te begrijpen was. Bij de katholieken en protestanten was de situatie anders. Bij hen waren de heilige geschriften geschreven in het Latijn, dat de gelovigen niet kenden’. Het werk van Maarten Luther (1517) en de daarop volgende reformatie waren kennelijk aan Medinski voorbij gegaan.

Mythejager

Er staat nog meer feitelijke onzin in zijn proefschrift. Maar de minister maakt zich in zijn dissertatie ook schuldig aan elementaire methodologische fouten. Als hij het oneens is met de inhoud van zijn (buitenlandse) bronnen, dan weerlegt hij die niet met andere bronnen die een ander beeld schetsen, maar weerspreekt hij die louter met zijn eigen mening. Russen drinken te veel, aldus bijvoorbeeld een bron. Welnee, dat is een mythe, betoogt Medinski op basis van zijn eigen kennis. Hij polemiseert zo onbeschaamd met zijn bronnen, omdat hij ze niet in hun originele vorm of taal heeft bestudeerd maar in een latere Russische vertaling.

Consequent is hij als mythejager overigens niet. Daar waar hij de westerse mythevorming hekelt, omarmt hij juist de Russische mythes. Zeker als die uit de Tweede Wereldoorlog stammen. Zoals de mythe over de 28 soldaten-Panfilovtsy die in 1941 zouden zijn gesneuveld terwijl ze moederziel alleen tientallen Duitse tanks van de Wehrmacht hadden uitgeschakeld. Intussen staat vast dat dit niet is gebeurd. Voor Medinski is dit echter 'een heilige mythe waar je van moet afblijven, om een mythe die materiële waarheid is geworden'.

Medinski laadt in zijn proefschrift zelfs de verdenking van regelrecht bedrog op zich. Hij refereert ter ondersteuning van zijn stelling dat het Westen er niets van heeft begrepen aan tien wetenschappelijke artikelen en vijf monografieën van eigen hand. Dat suggereert serieus deelonderzoek voordat hij aan zijn magnum opus begon. Maar deze vijftien titels zijn nergens in een bibliotheek te vinden, hoewel de Russische wet een bewaarplicht voorschrijft. Pas later, toen de affaire al wijd en zijd bekend was, is alsnog een monografie aangemeld. De andere veertien titels zijn nog steeds spoorloos.

Tot slot geven ook de promotor, de drie opponenten en de achtkoppige promotiecommissie bij de Russische Staats- en Sociale Universiteit (RGSOe) te denken. Geen van deze twaalf historici had zijn sporen verdiend met onderzoek van voor de 19de eeuw. Elf van hen staan te boek als kenners van de 20ste eeuw en vijf als experts in de geschiedenis van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Zes jaar later, nadat de vakhistorici van de Hoge Attestatiecommissie hun oordeel hadden geveld, verklaarden twee opponenten dat ze helemaal niet hadden geopponeerd bij Medinski's verdediging van zijn proefschrift. Waarom hun handtekening onder de officiele documenten staat, wisten ze naar eigen zeggen niet. De derde oppontent is intussen overleden.

‘We hebben niet te maken met een slechte dissertatie van een slechte wetenschapper, dit is gewoon geen wetenschap,’ concludeerde Ivan Babitski na bestudering van het proefschrift. Dat vonden ook de historici Vjatsjeslav Kozljakov en Konstantin Jerusalimski,die wel zijn gespecialiseerd in middeleeuws en vroegmodern Rusland.

Op 25 april 2016 richtte het drietal zich vervolgens tot het Russische ministerie van Onderwijs en Wetenschap met het verzoek om het proefschrift aan de academische toets der kritiek te onderwerpen, eventueel met terugwerkende kracht nietig te verklaren en Medinski zijn doctorstitel te ontnemen.

Lange mars met nul op het rekest

Een lange mars door de instellingen begon. Volgens de regels moest het drietal eerst een klacht indienen bij de universiteit waar Medinski in 2011 was gepromoveerd. Maar de attestatiecommissie van zijn universiteit was wegens malversaties opgeheven. Babitski wendde zich vervolgens tot de universiteit van Jekaterinburg, waar de historische faculteit beschikt over kennis over de 15de tot 17de eeuw. Het leek er op dat de universiteit van Jekaterinburg het verzoekschrift zou honoreren. Totdat drie dagen voor de officiële zitting van de universitaire commissie ineens een delegatie van het ministerie van Onderwijs en Wetenschap in de Oeral op bezoek kwam. Het rekest werd ineens niet in behandeling genomen, omdat er een termijn zou zijn overschreden, een termijn die achteraf met terugwerkende kracht was vastgesteld. Het dagblad Kommersant schreef er vroeg en systematisch over.

Babitski
Ivan Babitski thuis in Moskou. Foto Hubert Smeets

Een nationaal schandaal kondigde zich aan. Tien leden van de Russische Academie der Wetenschappen (RAN) en 14 correspondent-leden (geaffilieerd aan de Academie) vroegen in een open brief om een nader onderzoek naar het wetenschappelijke niveau van Medinski’s dissertatie. Dit verzoek belandde bij de Staatsuniversiteit-Lomonosov in Moskou (MGOe), de belangrijkste wetenschappelijke instelling van Rusland. De MGOe maakte zich ervan af. Er was geen plagiaat in het spel, aldus de universiteit, en over het wetenschappelijke niveau wenste de universiteit zich niet uit te laten.

Formeel muizengaatje

Eén muizengaatje had Medinski over het hoofd gezien. Conform de wet moest uiteindelijk de expertcommissie van de Hoge Attestatiecommissie zich over het verzoek buigen. Op maandag 2 oktober kwamen 21 historici bijeen. De minister kwam zelf niet, maar had wel drie vertegenwoordigers gestuurd. Ook Babitski was erbij.

De commissie, die bestaat uit gerenommeerde historici die niet voor hun commissiewerk worden betaald en in die zin onafhankelijk kunnen zijn, deed wat niemand had verwacht: met 17 stemmen voor, 3 tegen en 1 onthouding (de bezoldigde voorzitter) adviseerden deze historici de Attestatiecommissie om Medinski zijn doctorstitel te ontnemen.

Hun argumentatie is hard en helder. In tien punten sommen de historici de euvels van het proefschrift nauwgezet op, variërend van een hele reeks feitelijke fouten tot methodologische manco’s. Het argument van de minister dat het ‘nationale belang van Rusland de absolute maatstaf vormt voor de waarheid en de geloofwaardigheid van zijn historische werk’ doet de commissie bijvoorbeeld af als strijdig met de ‘wetenschappelijke principes van objectiviteit en historiciteit’. Dat klemt volgens de vakhistorici des te meer, omdat Medinski zijn Latijns-, Italiaans- of Duitstalige bronnen niet in het origineel heeft bestudeerd, maar slechts in vertaling. De vakhistorici verwijten hem bovendien dat hij zijn historiografie niet op orde heeft en daarom voorbij gaat aan het geschiedkundige onderzoek dat vóór hem al in Rusland is gedaan.

In een interview met radio Svoboda lichtte de historicus Igor Boednitski later het standpunt van de meerderheid in de commissie toe. ‘Het onderwerp en de methodologie van zijn onderzoek zijn als volgt samen te vatten: “Datgene wat mij bevalt, erken ik en wat me niet bevalt, erken ik niet”. En dat is natuurlijk geen wetenschappelijke benadering.’

Medinski: 'de werklozen van Dissernet hebben louter ideologische kritiek'

Sindsdien gaat Vladimir Medinski als een geslagen hond door het leven. Dat is althans de indruk van talkshow-host Vladimir Solovjov, die hem na dit vernietigende oordeel van de vakgenoten in een interview voor het televisiekanaal Rossija probeerde op te monteren. De kritiek van de 'werklozen van Dissernet heeft een ideologisch karakter’, zei Medinski twee dagen later tegen Solovjov, een van Poetins loyaalste en rijkste journalisten. ‘Zij houden niet van mijn methodologie. Het nationale belang van de staat is namelijk mijn methodologie. Ik kom op voor mijn land. Zij willen niet meer dan algemeen historisme.’

vladimir solovjov
Talkshow-presentator Vladimir Solovjov probeerde de geplaagde minister op te monteren. Foto Kremlin

Bijna een week later schoot ook Dmitri Kiseljov, hoofdredacteur van Rusland Vandaag, de minister te hulp in zijn wekelijkse zondagavondshow, onder meer via enkele interviews met twee historici uit de Academie van Wetenschappen die Medinski verdedigden door te benadrukken dat er geen plagiaat in het spel is en het dus gaat om een verschil in smaak. Kiseljov zelf concludeerde dat er kennelijk sprake is van een ‘drijfjacht’ op Medinski. ‘Precies als in de Sovjettijd, toen dissertaties geen wetenschappelijke waarde hadden als ze niet marxistisch waren, zo stellen marginale liberalen nu vast dat een proefschrift geen betekenis heeft als het niet leunt op het westerse liberalisme. Een verbod op andere ideeën.’

Kiseljov wekt zo de indruk dat Medinski alleen wordt gekritiseerd door liberale historici en dat de uitspraak van de expertcommissie dus politiek gemotiveerd is. Snijdt dat argument hout? Amper. Als de patriottische historici de minister hadden willen steunen, dan zou de stemming in de vak-commissie van de Hoge Attestatiecommissie niet zo eenduidig zijn uitgevallen.

Volgens Ivan Koerilla, lid van het Vrije Historische Genootschap, heeft Medinski onder Russische geschiedkundigen weinig steun. Eigenlijk staat alleen een groepje rond Michail Mjagkov (1968) hem nog bij. Samen met politicoloog Sergej Tsjernjachovski schreef hij na het advies van de vakhistorici een artikel voor de Rossijskaja Gazeta, waarin hij de status van deze expertcommissie ter discussie stelt. Mjagkov is wetenschappelijk directeur van het Militair Geschiedkundig Genootschap, dat Medinski zelf in 2012 heeft opgericht uit wrok dat hij eerder was gepasseerd voor een leidinggevende functie bij de officiële Russische Historische Vereniging. Zelfs Aleksandr Djoekov (1978), een onversneden patriottische historicus die exclusief toegang heeft tot de archieven van de geheime dienst en op basis daarvan boeken publiceert waarin hij bijvoorbeeld alle Balten en West-Oekraïners beschuldigt van medeplichtigheid aan de holocaust, heeft Medinski laten vallen, zei Koerilla toen ik hem in Sint-Petersburg bezocht.

Politieke afwikkeling

Maar Medinski is nog niet verloren. De steun die hij krijgt van de invloedrijke televisiesterren Solovjov en Kiseljov zet de finale van de procedure nu onder grote druk.

Er zijn nog twee etappes te gaan voordat de minister zijn doctorstitel verliest. Op 20 oktober neemt het presidium van de Hoge Attestatiecommissie een definitieve beslissing over de aanbeveling van de historische expertcommissie. Het presidium kan van dit advies afwijken, zij het alleen op procedurele gronden. Mocht het presidium de deskundigen volgen, dan kan zijn beslissing nog ongedaan worden gemaakt door de minister van Onderwijs en Wetenschappen.

Ivan Babitski telt intussen toch vast zijn zegeningen. Medinski is volgens hem door zijn vakgenoten in de Hoge Attestatiecommissie neergezet als wetenschappelijke charlatan. De affaire illustreert zo dat de academische wereld in Rusland zich niet tot op het bot wenst te laten corrumperen, aldus Babitski. Medinski mag de intenties van ‘werkloze’ critici in twijfel blijven trekken, op serieus wetenschappelijk niveau wordt Dissernet gewaardeerd, zegt Babitski. Dissernet houdt de corrupte universiteit een spiegel voor en alleen dat al werkt zuiverend.

Daarom werd Dissernet tot voor kort niet openlijk maar wel heimelijk gewaardeerd door loyale academici, ook binnen de muren van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Met hun aanbeveling hebben de historici bij de Attestaiecommissie die lof nu ook openlijk geuit. Dat is nog lang geen catharsis, maar als het presidium dit advies opvolgt, is er wel een stap gezet. In het andere geval  zullen velen dat besluit volgens Babiski zien als een politieke knieval die niets zegt over het academische niveau van Medinski.

Twintig tophistorici van Rusland, allen lid van de expertcommissie bij de VAK, zitten ook op die lijn. In een gezamenlijke verklaring een week voor de vergadering van het presidium diende deze groep geschiedkundigen, van wie de helft lid is van de Russische Academie van Wetenschappen, de journalisten Sovoljov en Kiseljov van repliek. Er is geen ‘drijfjacht’ op de minister gaande. Het advies aan de Hoge Attestatiecommissie heeft ook niet te maken met zijn ‘visie op de geschiedenis’ of zijn ‘patriottische positie’, aldus de twintig historici. Het is volgens hen eerder omgekeerd. ‘We zijn er diep van overtuigd dat dit niet-gekwalificeerde en onprofessionele werk de vaderlandse wetenschap in diskrediet brengt en zelf als anti-patriottisch fenomeen kan worden beschouwd.’