Op 5 augustus herdachten in Sandarmoch tweehonderd mensen de Stalin-slachtoffers die daar begraven liggen. Amateur-historicus Joeri Dmitrijev, die het massagraf in 1997 ontdekte, werd in 2016 gearresteerd wegens 'vervaardiging van kinderporno'. Hij werd vrijgesproken, maar opnieuw gearresteerd. Dmitrijev wordt vervolgd omdat hij internationale belangstelling wekt voor de Stalin-terreur, betoogt Nikolay  Epplée. Maar door zijn vervolging is Sandarmoch er alleen maar bekender op geworden.

 dmitrijev goed voor siteDe Karelische amateur-historicus Joeri Dmitrijev (foto hrdco.org)

door Nikolaj Epplee

Wat zich de afgelopen drie jaar rondom de herdenkingsplek Sandarmoch in het noorden van Rusland heeft afgespeeld is een wijziging in het overheidsbeleid ten aanzien van de zwarte bladzijden in onze geschiedenis, een vervaging van de grens tussen politieke en burgerlijke activiteiten en een nieuwe vorm van politiek gemotiveerde repressie. Alleen daarom al verdient Sandarmoch de aandacht van eenieder die wil begrijpen wat er in Rusland aan de hand is. 

Op het territorium Sandarmoch, 180 km van Petrozavodsk, de hoofdstad van Karelië, liggen de stoffelijke resten van minimaal 7.000 mensen. Het is een van de grootste ontdekte massagraven van slachtoffers van de staatsterreur van de Sovjet-Unie in Rusland, naast het militaire oefenterrein Boetovo en Kommoenarka bij Moskou (respectievelijk meer dan 20.000 en 10.000 personen), Levasjov bij Sint-Petersburg (niet minder dan 45.000 mensen) en de dorpen Katyn in de provincie Smolensk en Mednoje in de provincie Tver (respectievelijk 4.415 en 6.295 stoffelijke resten).

Het naburige Medvezjegorsk was de ‘hoofdstad’ van het stalinistische project van het Witte Zeekanaal, dat het begin vormt van de Goelag als klassiek systeem van dwangarbeid in dienst van de industrialisatie, net zoals het concentratiekamp op de Solovetski-eilanden, dat nog dateert uit de Lenin-tijd, symbool staat voor de oprichting van de Goelag zelf.

Sandarmoch is nauw verbonden met beide belangrijke episodes uit de geschiedenis van de staatsterreur: zo zijn daar op bevel van het hoofd van de NKVD Nikolaj Jezjov 1.111 gevangenen van Solovki heengebracht en geëxecuteerd.

Amateur-historicus

Joeri Dmitrijev is geen professionele historicus of mensenrechtenactivist. Als maatschappelijk actief burger vatte hij tijdens Gorbatsjovs perestrojka belangstelling op voor de de sovjet-repressie en met leden van de Petersburgse afdeling van ngo Memorial ontdekte hij in 1997 twee grote executieplaatsen van de Grote Terreur van 1937 en 1938, Krasny Bor (het Mooie Naaldbos) en Sandarmoch.

Naast veldwerk deed Dmitrijev archiefonderzoek om de namen van de vermoorden vast te stellen, wat resulteerde in de boeken Executieplaats Sandarmoch (1991) en De herdenkingslijsten van Karelië (2002). Ook spande hij zich in voor de oprichting van gedenktekens op de graven.

dmitrijev sandarmoch monument foto semnasem Gedenkteken bij de ingang van het massagraf in Sandarmoch: Mensen, dood elkander niet! (foto semnasem.ru)

Het is ongelooflijk dat een man zonder historische achtergrond, als het ware op intuïtie, ontdekte wat herdenkingsfilosofen terzelfdertijd aan het uitdokteren waren: bij plekken als Sandarmoch is werken met de levenden net zo belangrijk als de ontdekking van botten en het vaststellen van de namen. Cruciaal was voor Dmitrijev dat juist het delen van de herinnering aan je voorouders, waarvoor je de plaats moet kennen waar ze begraven zijn, van een geatomiseerde massa een volk maakt.

In het boek Executieplaats Sandarmoch staan de namenlijsten dan ook naast brieven van familieleden die hun naasten zoeken en dankbetuigingen van hen die ze hebben teruggevonden. Zo werkt Dmitrijev niet alleen als historicus maar ook als pedagoog. Deze brieven zijn een oproep dat geheugen tot leven te wekken.

Die opvoedkunde zie je ook aan de manier waarop Dmitrijev van Sandarmoch een lieux-de-mémoire begon te maken. De geëxecuteerden hadden uiteenlopende nationaliteiten en Dmitrijevs inspanningen hebben ertoe geleid dat nationale verenigingen van Duitsers, Georgiërs, Oekraïners, Polen, Tataren, Vajnachen en andere volkeren daar allemaal hun eigen monument hebben opgericht.

‘Wat ik doe in Sandarmoch?’ citeert Sjoera Boertin hem in het artikel De zaak Chottabytsj. ‘Ik voed volkeren op. Ik zeg tegen mensen: hier liggen jullie gedode broeders begraven. Jullie zijn één volk, alleen jullie leven nog en zij zijn dood. Waarom richten jullie, ellendelingen, voor hen geen monument op?’

De inspanningen van Dmitrijev hadden succes. Snel vonden niet alleen familieleden van de vermoorden en nationale organisaties de weg naar Sandarmoch, in 2010 kwam patriarch Kirill op bezoek en officiële delegaties uit Polen, Litouwen, Finland, Oekraïne, de VS, Georgië werden vaste gasten op de herdenkingsdagen in augustus. In 2015 kreeg Dmitrijev het Gouden Verdienstkruis van Polen. Alleen Rusland maakte met eretekenen geen haast. Hoe populairder Sandarmoch werd bij de buitenlandse gasten, hoe groter de ergernis bij de Karelische overheid over het werk van Dmitrijev.

Dat is heel begrijpelijk. De erkenning van de misdaden van het sovjet-verleden droeg in het postcommunistische Rusland vooral een decoratief karakter. De actieve herdenkingsfase stamt uit de eerste jaren van de onafhankelijkheid, begin jaren negentig, en liep snel dood. Er ontstond ‘berouw-moeheid’. Men wil de verantwoordelijkheid voor de eigen misdaden niet erkennen (dat wordt beschouwd als nationale vernedering), maar geeft de voorkeur aan een discussie over nationale trots. Liever wentelt men de verantwoordelijkheid af op de buren – vooral de Baltische landen, Polen en Finland.

Terwijl de overheid in de jaren negentig in Sandarmoch nog heel actief samenwerkte met Memorial en Dmitrijev – aan de opgravingen nam zelfs personeel van het Ministerie van Defensie deel en voor de inrichting van de kerkhoven en de uitgave van herdenkingsboeken werd overheidsgeld uitgetrokken – kwam er geleidelijk aan een einde aan die samenwerking. Men begon de bezoeken van de buitenlandse delegaties haast te zien als een bedreiging van de nationale belangen van Rusland. 

Buitenlands agent

Dat werd heel merkbaar na 2014, toen isolement en de onwil om over het verleden te praten zich van de politieke periferie naar het centrum verplaatsten. Ngo Memorial, de belangrijkste promotor van het thema van de verantwoordelijkheid voor sovjet-misdrijven, werd voor het eerst openlijk een tegenstander van de officiële staatspolitiek genoemd en tot ‘buitenlandse agent’ verklaard en staatsinstellingen verbraken de samenwerking. Het werk van musea en herdenkingscentra wordt steeds sterker gecontroleerd door de staat, de leiding wordt vervangen en de exposities worden ‘gemoderniseerd’. Zo werd in 2016 het voormalige strafkamp Perm-36, aanvankelijk een onafhankelijk museum over politieke repressie, door de overheid overgenomen en begin 2017 begon men met de reconstructie van de gedenktekens in Katyn en Mednoje.

dmitrijev demo petrozavodskDemonstratie voor vrijlating van Dmitrijev in Petrozavodsk, hoofdstad van Karelië (foto site Dmitrievaffair)

Terwijl in het verleden alleen politieke actviteit die niet met het Kremlin was afgestemd niet werd getolereerd, maar burgeractivisme, ondermeer over historische onderwerpen, werd toegestaan, is de situatie inmiddels veranderd: ook werkzaamheden op het vlak van de herinnering aan sovjet-misdaden worden beschouwd als politieke activiteit.   

Tegelijkertijd is niet duidelijk hoe er met die herinnering moet worden omgegaan: de feiten over de vernietiging van honderdduizenden mensen zijn zo onloochenbaar dat het moeilijk is een andere invalshoek te kiezen dan een veroordeling. Maar kennelijk kan de strategie, die is uitgerold in Perm-36, in het hele land worden toegepast. Wat Sandarmoch zo belangrijk maakt is dat die aanpak hier voor het eerst op serieus verzet stuitte.

De zaak

In juli 2016 verscheen in de Finse krant Kaleva een artikel van de historicus Joeri Kilin uit Petrozavodsk, getiteld Een groot deel van de [sovjet – red.] krijgsgevangenen kwam om in kampen tijdens de oorlog. In het artikel wordt voor het eerst de gedachte geopperd dat in Sandarmoch, naast de door de [Russische geheime dienst – red.] NKVD geëxecuteerden, ook door de Finnen geëxecuteerde sovjet-krijgsgevangenen begraven zouden kunnen liggen, die tijdens de Fins-Russische oorlog van 1941 tot 1944 gevangen zaten in de [Finse - red.] concentratiekampen rondom Medvezjegorsk. 

Twee weken later werd die stelling door de landelijke Russische media overgenomen. In een artikel in de krant Izvestia leverde Sergej Verigin, co-auteur van het artikel in de Finse krant en directeur van het Instituut voor geschiedenis, politieke en sociale wetenschappen van de staatsuniversiteit van Petrozavodsk, voor het eerst commentaar op de ‘Finse versie’. En televisiekanaal De Ster [van het Russische ministerie van Defensie – red.] maakte al gewag van ‘duizenden sovjet-soldaten’, die door de Finnen zouden zijn gemarteld. De publicaties zijn duidelijk tegen Memorial gericht, dat erop uit zou zijn de misdaden van de buurlanden te verzwijgen. 

Naar goede sovjet-traditie worden publicaties in de centrale media door locale autoriteiten opgevat als het uitzetten van ‘de partijlijn’ en dus ontbraken in augustus 2016 voor het eerst in 15 jaar overheidsdienaren op de jaarlijkse herdenking in Sandarmoch.

In december 2016 werd Joeri Dmitrijev gearresteerd op verdenking van de vervaardiging en verspreiding van kinderporno. Een heel aantal details van de zaak maken het zeer waarschijnlijk dat de zaak vervalst is. De aanleiding was een anonieme aangifte van een man die toegang had tot de huiscomputer van Dmitrijev. Op zijn huiscomputer bewaarde foto’s uit 2012-2015 van zijn aangenomen dochter, die bij zijn arrestatie elf jaar oud was, werden hem ten laste gelegd.

Minder dan een maand na de formulering van de aanklacht bracht een van de Russische staatskanalen een uitzending over Dmitrijev, waarin die foto’s werden getoond, die uitsluitend in bezit waren van de gerechtelijke instanties. De beschuldiging tegen Dmitrijev vormde een aanleiding om Memorial aan te wrijven dat ze zich dankzij buitenlands geld bezighoudt met geschiedvervalsing. Het onderzoek, dat 9 van de 140 foto’s bestempelde tot kinderporno, werd verricht door een organisatie die eerder al expertises op bestelling leverde in de zaak tegen meidenpunkband Pussy Riot en tegen Jehovagetuigen (in het laatste geval werden enkele Bijbelboeken tot extremistische literatuur verklaard). Tijdens de rechtszaak bleek die organisatie geen enkele bevoegdheid voor juridische expertises te bezitten.

Een paar maanden na het begin van de zaak voegde men er voor de zekerheid nog aan toe dat Dmitrijev zich, met verwijzing naar de foto’s, schuldig had gemaakt aan misbruik van een minderjarige en aan illegaal wapenbezit (een oud geweer dat na expertise onbruikbaar bleek).

Volgens de verdediging had Dmitrijev, zelf opgegroeid in een kindertehuis, die foto’s gemaakt ter controle van de toestand van het meisje, dat bij de adoptie uit het kindertehuis vermagerd was en een ontwikkelingsachterstand had. Tijdens de rechtszaak concludeerden onafhankelijke experts dat de foto’s niet pornografisch waren en dat Dmitrijev geen psychische afwijkingen had die kenmerkend zijn voor pedofielen.

Snel kwam er maatschappelijke steun voor Dmitrijev en tal van maatschappelijke en politieke personen met sterk uiteenlopende overtuigingen pleitten voor zijn vrijlating, van bekende muzikanten en liberale journalisten tot geleerde historici en orthodoxe priesters. Alleen functionarissen en organisaties die dicht bij de macht staan, zoals officiële vertegenwoordigers van de Russisch-orthodoxe Kerk, hulden zich in stilzwijgen. In december 2017 vroegen mensen uit de culturele wereld bij een ontmoeting aan president Poetin uit te zoeken of er sprake kon zijn van machtsmisbruik in de zaken tegen Joeri Dmitrijev en toneelregisseur Kirill Serebrennikov (beschuldigd van fraude met staatssubsidie). 

In april 2018 werd Dmitrijev van de belangrijkste beschuldiging vrijgesproken en alleen schuldig bevonden aan het bezit van een wapen. Zo ontstond de indruk dat het regionale initiatief van het Karelische OM, verpulverd in de rechtszaal, een veel te scandaleuze en dus ongemakkelijke geschiedenis voor Moskou was geworden en dat men de zaak had gesloten om verdere reputatieschade te voorkomen.

dmitrijev foto simeon maisterman site dmitrijevaffairJoeri Dmitrijev aan het werk (foto Simeon Maisterman, copyright site Dmitrievaffair)

Maar dat was te snel geoordeeld: kort na de vrijspraak werd het vonnis geannuleerd en werd Dmitrijev opnieuw opgepakt. Deze keer werd hij beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarige, waarbij de aanklager zich baseerde op getuigenissen van de oma van het meisje en van haarzelf. De grootmoeder had bij het eerste proces geen enkele rol gespeeld. Haar dochter, de moeder van het meisje, zit in de gevangenis en dat maakt de grootmoeder in de Russische omstandigheden makkelijk manipuleerbaar. Samen met een omslag in de verklaringen van het meisje roept dit veel vragen op.

Deze nieuwe getuigenissen vormden de belangrijkste troef van de initiatiefnemers van het tweede proces. Had Dmitrijev voor de eerste aanklacht 15 jaar gevangenis kunnen krijgen, nu hangt hem al 20 jaar boven het hoofd.

Opgravingen door Militair-Historisch Genootschap

De tweede aanval op Dmitrijev ging gepaard met nieuwe acties van de aanhangers van de ‘Finse versie’. In augustus kwam er een expeditie van het Russische Militair-Historische Genootschap naar Sandarmoch, met de opdracht om in de massagraven te zoeken naar stoffelijke resten van sovjet-krijgsgevangenen. De expeditieleden hadden noch de benodigde vergunningen, noch enige kwalificatie: nadat ze twee kuilen hadden uitgegraven rapporteerden ze daar ‘fragmenten van kledingstof gevonden te hebben die deed denken aan veldjassen van sovjet-krijgsgevangenen’.

Het Genootschap is een eigenaardige instelling die werd opgericht in 2012 als opvolger van de officiële presidentiële  ‘Commissie tot verzet tegen geschiedvervalsing ten detrimente van Rusland’. Volgens het statuut dient het Genootschap ‘het krachtveld van staat en maatschappij voor de bestudering van het militair-historische verleden van Rusland te consolideren, de bestudering van de Russische militaire geschiedenis te bevorderen en pogingen haar te verdraaien tegen te werken’.  

Hoewel het Genootschap geen staatsinstelling is, werkt het nauw samen met het ministerie van Defensie en het ministerie van Cultuur van minister Vladimir Medinski, een van de meest bedenkelijke ministers van het huidige Rusland. Naast de oprichting van monumenten en de reconstructie van herdenkingsplekken heeft het ook zuiver propagandistische doelen, zoals het creëren van een ‘patriottisch internet’.

Dankzij de steuncampagne voor Dmitrijev was de aandacht voor die expeditie groot en zo kwamen mensen die direct met Sandarmoch te maken hadden in het vizier. De enige persoon die zowel met de locale autoriteiten als met Sandarmoch verbonden was, was de 65-jarige Sergej Koltyrin, sinds 1991 directeur van het stadsmuseum van Medvezjegorsk, dat een deel van zijn tentoonstelling aan Sandarmoch heeft gewijd. Vanaf het begin van de opgravingen probeerde Koltyrin zich in gesprekken met journalisten zorgvuldig te onthouden van commentaar op de gebeurtenissen, tot hij uiteindelijk op een directe vraag antwoordde:

‘Ik ben ervan overtuigd dat er hier geen executies door Finnen hebben plaatsgevonden. Ik beschouw dat als een feit. Er is één overtuigend argument: als de Finnen hadden geweten dat er in Sandarmoch executies door de NKVD plaatsvonden, zouden ze daar gebruik van hebben gemaakt. Dat zou een krachtig propagandamiddel zijn geweest.’

Twee maanden later werd Sergej Koltyrin beschuldigd van verleiding van een minderjarige. Zoals gewoonlijk werd dit onderwerp direct actief opgepikt door de staatstelevisie, waarbij de relatie tussen Dmitrijev en Koltyrin en beiders connectie met Memorial werden benadrukt. De kijker kreeg voorgeschoteld dat Memorial en allen die iets met Sandarmoch te maken hadden niet alleen vijanden van Rusland waren, maar zo ongeveer een bende pedofielen.

Anders dan Dmitrijev bekende Koltyrin direct, volgens de informatie van het onderzoeksteam. Er is alle aanleiding om te denken dat zijn bekentenissen onder druk zijn verkregen: kort na de arrestatie zag Koltyrin af van de diensten van de advocaat van Dmitrijev en accepteerde de advocaat die door het OM werd voorgesteld (volgens de advocaat van Dmitrijev vroeg Koltyrin hem de verdediging op zich te nemen, maar zag daar vervolgens weer van af. In mei 2019 werd Koltyrin tot 9 jaar strafkamp veroordeeld. Als je weet hoe men in Russische kampen gevangenen behandelt die voor zedendelicten zijn veroordeeld staat dat voor iemand van zijn leeftijd gelijk aan de doodstraf. De toegewezen advocaat was bij de uitspraak niet aanwezig.

dmitrijev spreekt bij herdenking in sandarmoch 2013Dmitrijev spreekt in 2013 bij de jaarlijkse herdenking bij Sandarmoch (foto rechtenvrij, Wikipedia)

Volgens journalisten van de Novaja Gazeta en de website Karelia.News durfde Koltyrin zich niet uit te spreken over de opgravingen van het Russisch Militair-Historisch Genootschap en meldde dat hij bedreigd was. ‘Ik weet dat er hier geen executies van krijgsgevangenen van de Finnen hebben kunnen plaatsvinden,’ zei hij, niet op geluidsband. ‘Maar wat hangt er van mij af? Ik ben gewoon maar de museumdirecteur. U komt en gaat, maar ik moet hier werken. Ik vrees voor mijn museum, ik vrees het lot van Dmitrijev.’

Volgens de aanklager dateert Koltyrins zedenmisdrijf van een maand na deze uitspraken. Al zijn kennissen typeren Koltyrin als een uitermate voorzichtige en zelfs bange man, het is dus aan de lezer om te beoordelen hoe waarschijnlijk dat verhaal is.

Rookgordijnen rondom Sandarmoch

De Karelische journalist Anna Jarovaja, die heeft gesproken met Finse en Russische historici over de verschillende versies van de geschiedenis van Sandarmoch, wijst op een belangrijke parallel. In de sovjet-geschiedenis bestaat een eerder voorbeeld waarbij de herinnering aan een ongewenste gebeurtenis cynisch en operatief werd ‘verwaterd’. Toen in het bos van Katyn een massagraf uit 1939 werd ontdekt met enkele duizenden geëxecuteerde Poolse krijgsgevangenen, beweerde de sovjet-overheid dat de officieren door de nazi’s waren geëxecuteerd. In werkelijkheid waren zij vermoord door de NKVD.

Toen koos men voor een verfijnder schema: in 1966 werd er in het Witrussische dorpje Chatyn een monument opgericht voor de door de Duitsers uitgeroeide locale bewoners. De staatspropaganda maakte van dit Chatyn snel een symbool voor de misdaden van de fascisten op het grondgebied van de USSR. De keuze van juist dit dorp uit de honderden vergelijkbare dorpen was volgens historici een afleidingsmanoeuvre: de naam leek sprekend op Katyn.

Ook bij andere massagraven uit de tijd van de Grote Terreur, bijvoorbeeld in Bykovnja bij Kiev of in Koeropaty bij Minsk, deed de overheid pogingen om de schuld voor de executies af te schuiven op de nazi’s, overigens zonder succes.

De poging om de geschiedenis van Sandarmoch te herschrijven lijkt een voortzetting van die in de USSR uitgewerkte strategie. Dat is onderdeel van een breder beeld. In 2017 vernieuwde datzelfde Russische Militair-Historische Genootschap de expositie in het herdenkingscentrum van Katyn door er informatieborden over executies van sovjet-krijgsgevangenen door Poolse troepen uit de Sovjet-Poolse oorlog van 1919-1921 aan toe te voegen.

De tentoonstelling suggereert daarmee nogal doorzichtig dat de misdaad van Katyn moet worden gezien tegen de achtergrond van de misdrijven van de Polen. Het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken en Poolse en Russische experts hebben gewezen op de ontoelaatbaarheid van dergelijke manipulaties.

Er zijn in heel Rusland honderden, zo niet duizenden massagraven van de sovjet-staatsterreur, die grotendeels niet zijn geïdentificeerd. Zij vormen natuurlijk een enorm potentieel voor de mobilisatie van de samenleving vanuit een kritische blik op het sovjet-verleden.

Wat zoiets kan bewerkstelligen werd zichtbaar in Spanje, waar het blootleggen van oorlogsgraven door kleinkinderen van de slachtoffers leidde tot politieke hervormingen en een andere houding ten opzichte van het Franco-regime. Daarom is Sandarmoch voor de Russische overheid gevaarlijk en is het belangrijk dat soort ‘herinneringsactivisme’ te blokkeren.

De logica van de repressie

Repressie met politieke en ideologische motieven blijft intussen in het moderne Rusland een ‘zwarte doos’, die analisten al 20 jaar vergeefs proberen open te breken. Dat bewijst de effectiviteit van de binnenlandse politiek van het Kremlin. Toch kun je er wel een zekere logica in ontdekken.   

Een van de belangrijkste kenmerken is dat het systeem in Rusland zich veel indrukwekkender, alomvattender en consequenter voordoet dan het in werkelijkheid is. Het is geen van bovenaf gedirigeerd repressieapparaat. Anders dan het sovjet-systeem heeft het geen bindende en door alle overheidsfunctionarissen gedeelde ideologie. De machtsstructuur werkt veeleer via mechanismen van heb- en carrièrezucht die zich naadloos aanpassen aan de op dat specifieke moment officieel beleden gedragslijn.

Na 2014 drong het thema van de strijd met de binnen- en buitenlandse vijanden zich op de voorgrond. Tegen de achtergrond van het conflict met de internationale gemeenschap veranderden ook de krachtsverhoudingen binnen de elites. De positie van hen die samenwerking met Europa en de VS en economische en politiek hervormingen nastreefden, verzwakte en de positie van de siloviki [mensen uit de machtsministeries – red.] en isolationisten werd sterker.    

dmitrijev moscow picket
Eenmansdemonstratie in Moskou voor vrijlating van Dmitrijev (foto website Dmitrievaffair)

Zo ontstond een nieuw gevecht om invloedssferen. De repressie is geen bestuursmechanisme, zoals in de Sovjet-Unie, maar een instrument van onderlinge concurrentie, dat niet zozeer wordt aangestuurd van bovenaf, als wel gebruikt als middel om de eigen onmisbaarheid en effectiviteit te bewijzen. Hoe dat functioneert is goed te zien aan het voorbeeld van Dmitrijev. Hoewel duidelijk is dat de zaak tegen Dmitrijev naadloos past in een serie aanvallen van de staat op de herdenking van de onaangename episodes uit het sovjet-verleden, is het een versimpeling om dit te beschouwen als niet meer dan een staatscampagne tegen andersdenkenden.

Rusland kent geen  van bovenaf gedirigeerd repressieapparaat

Hier vermengen zich een politieke en een bestuurlijke logica. Inderdaad, Dmitrijev heeft de onvrede van de locale autoriteiten opgewekt omdat Sandarmoch door zijn toedoen internationale bekendheid heeft gekregen. Bedenk dat Karelië een grensgebied is, waar de siloviki met hun veiligheidsbewustzijn traditioneel sterk staan. Een onafhankelijke actor met een onberispelijke reputatie, zoals Dmitrijev, was voor de locale overheid een potentieel gevaar en dat verklaart mogelijk de keuze voor een wetsartikel dat juist die reputatie moest verpulveren. 

Toch is het moeilijk voorstelbaar dat er sprake was van een directe ‘politieke bestelling’: het systeem heeft geen orgaan die zulke bestellingen doet. Vermoedelijk was de directe reden voor de zaak de banale wens van de Karelische machtselite om hun posities in het bestuursapparaat te versterken.

Het justitieel apparaat in Rusland wordt gedreven door oplossingsstatistieken: hoe hoger het percentage opgeloste misdrijven, des te effectiever het systeem werkt en hoe sterker de positie van alle schakels in het apparaat van het ministerie is. Dat principe wordt voortdurend en zonder enig resultaat bekritiseerd door binnen- en buitenlandse mensenrechtenorganisaties en experts.

Dat leidt ertoe dat de instanties gefixeerd zijn op het verkrijgen van hoge oplossingscijfers. Bij de zaak-Dmitrijev zijn er enkele factoren die een ‘statistisch motief’ veronderstellen. Het bestaan van de foto’s is op zichzelf al ruim voldoende om resultaat te boeken, maar ook het wetsartikel over pedofilie is een makkelijk hulpmiddel: het vormt een belemmering voor maatschappelijke steun. Zedenzaken worden achter gesloten deuren behandeld en de beschuldiging is vaak gebaseerd op onvolledige en moeilijk controleerbare gegevens (getuigenissen van minderjarige kinderen zijn makkelijk te manipuleren). Dat geeft een grote kans op succes, maar is meteen ook haar zwakte: er kunnen zich excessen voordoen, die het centrum handmatig moet repareren.

Serebrennikov en Goloenov

Valt de zaak-Dmitrijev te vergelijken met die van toneelregisseur Kirill Serebrennikov en journalist Ivan Goloenov? Bij alle drie is sprake van overduidelijk gefabriceerde zaken, die tijdens of soms zelfs nog vóór de rechtszaak uiteenspatten. Alle drie riepen een scherpe maatschappelijke reactie op, die de president direct bereikte. Maar de verschillen zijn groter.

De zaak tegen toneelregisseur Serebrennikov, beschuldigd van fraude met staatssubsidie, werd een voorbeeld van de mobilisatie van de artistieke intelligentsia, hij werd zelfs gesteund door theaterleiders en regisseurs die deel uitmaken van de machtselite; goede krantenartikelen en films maakten de ongefundeerdheid van de beschuldigingen voor een breed publiek overduidelijk.

Bij de zaak tegen onderzoeksjournalist Goloenov, die drugs ondergeschoven had gekregen door de politie, werkte de corporatieve solidariteit nog sterker: binnen enkele uren en dagen sprak de complete journalistieke gemeenschap niet alleen zijn steun voor hem uit, maar publiceerde ook bewijsmateriaal dat de foto’s van het drugslaboratorium niets met Goloenov te maken bleken te hebben. In beide gevallen zat er voor de initiatiefnemers van de vervolging niets anders op dan hun gezicht te redden door toe te geven.

Maar in het geval van Dmitrijev speelden deze factoren bijna geen rol. Een speurneus uit de provincie is niet te vergelijken met een internationaal bekende regisseur met invloedrijke kennissen of met een journalist die kan rekenen op solidariteit vanuit de beroepsgroep. De zaak tegen Dmitrijev wordt achter gesloten deuren gevoerd en het is dus ook heel moeilijk zijn onschuld of het failliet van de rechtbank overtuigend te bewijzen. Lukte dat nog wel bij de eerste rechtszaak, nu de onderzoeksrechter een troef heeft gevonden in de grootmoeder van het meisje ligt dat veel ingewikkelder. Tot slot maakt het wetsartikel over pedofilie het veel moeilijker je solidair te verklaren met de beklaagde.

Het zou bovendien vreemd zijn als een proces over een historicus die sovjet-repressie onderzoekt evenveel weerklank zou vinden als een proces tegen een populaire regisseur of een poging om een geruchtmakende onderzoeksjournalist drugs in de schoenen te schuiven. Tegelijkertijd is de inzet in de zaak-Dmitrijev veel hoger. De solidariteit met hem groeit veel langzamer, maar werkt veel effectiever.

In feite is die groeiende solidariteit met Dmitrijev een belangrijke continuering van zijn levenswerk geworden. Dmitrijev hield zich al dertig jaar bezig met het zoeken naar en fatsoeneren van de massagraven, maar dat was alleen bekend bij de beperkte groep mensen die geïnteresseerd is in het thema van de sovjet-repressie. De publiciteit rondom het proces heeft die kring mensen enorm uitgebreid en heeft velen voor het eerst aan het denken gezet over hun eigen houding ten opzichte van die geschiedenis. De steunbetuigingen voor Dmitrijev behelsden meer dan collectieve brieven en lawaai op de sociale media, maar veroorzaakten ook een stroom aan artikelen en bijeenkomsten over ieders verantwoordelijkheid voor het misdadige verleden. 

Velen begrepen voor het eerst dat de tegenstelling tussen hen die de herinnering aan de sovjet-terreur willen bewaren en aandacht willen voor mensenrechtenschendingen en hen die dat verleden willen verzwijgen en zelfs terugkeert in het systeem verankerd ligt.

De vervolging van mensenrechtenactivisten die zich met de repressie bezighouden zal doorgaan, maar ook de steun voor hen groeit. Op de solidariteitsavond voor Dmitrijev, in mei in Moskou, waren twee keer zoveel mensen als op de eerste bijeenkomst in hetzelfde Sacharov Centrum in december 2017 en daar waren bekendheden bij als schrijfster Ljoedmila Oelitskaja, rock-ster Andrej Makarevitsj, uitgeefster Irina Prochorova en zanger Joeli Kim. Er is twee keer zoveel geld opgehaald voor Dmitrijev en zijn gezin, waaruit ondermeer de advocaatkosten worden betaald. Alle onafhankelijke kranten hebben over hem geschreven. In juni was er voor het eerst een serie eenmansdemonstraties in Petrozavodsk.

Vorig jaar waren op de jaarlijkse herdenkingsdagen in Krasny Bor en Sandarmoch op 4 en 5 augustus meer mensen dan het jaar daarvoor, dit jaar waren het er rond de tweehonderd. Behalve talloze artikelen in de pers zal er voor het eerst een internationale herdenking zijn voor de slachtoffers in Sandarmoch en de namen zullen worden voorgelezen in Moskou, Vladivostok, Helsinki, Washington, Praag, Dnipro, Berlijn, Stuttgart, San Francisco, Sofia en andere plaatsen. Ten gevolge van de publiciteit heeft Dmitrijev veel pоst in de gevangenis ontvangen. Als in augustus of september de rechtszittingen worden hervat zullen er mensen uit het hele land komen. Men schrijft hem uit heel Rusland. Dit is allang niet meer de zaak van een Karelische streekhistoricus, maar een proces dat weerklank vindt in heel Rusland.

Welke motieven de initiatiefnemers van de beschuldigingen tegen Dmitrijev ook gehad hebben, het proces tegen hem heeft alles in zich om een belangrijke episode te worden in de ‘herinneringsoorlogen’ van het Rusland van na de Krim. Het zal niet lukken de geschiedenis van Sandarmoch te herschrijven en de mensen die daarmee verbonden zijn in diskrediet te brengen. De zaak tegen Dmitrijev en Sandarmoch is pas net begonnen.

Lees meer op de website https://dmitrievaffair.com