Column

Miljoenen Russen reageerden op Poetins invitatie om een speelse naam te verzinnen voor zijn nieuwe raket. Wat zegt dat over het bewustzijn van de Rus? Cultuurcriticus Andrei Arkhangelsky ontleedt de nihilistische houding in de Russische samenleving ten opzichte van oorlog en vrede. 'Agressieve retoriek wordt opgevat als een nieuwe vorm van dialoog met de wereld.'

SarmatDe Sarmat-raket was een van de nieuwe wapensystemen die Poetin in zijn State of the Nation aankondigde

door Andrei Arkhangelsky

Direct na de toespraak van Vladimir Poetin tot het parlement op 1 maart, die mensen vooral is bijgebleven wegens zijn gedetailleerde verhaal over een nieuw wonderwapen, startte het ministerie van Defensie een wedstrijd voor de beste naam voor dat wapen. Tijdens de eerste ronde namen meer dan 870.000 mensen deel, die volgens het ministerie meer dan 245.000 naamvarianten hadden bedacht. De populairste waren Hyperboloïde, Muggendoder, Leraar, Vatnik ('watje', Oekraïens scheldwoord voor Rus), Haasje, Oftalmoloog, Stalin. [Volgens de laatste informatie van het ministerie namen uiteindelijk 8 miljoen mensen deel - red.]

Een dodelijk wapen onbekommerde, speelse, bagatelliserende namen geven is een oude traditie. Hoe angstaanjagender het wapen, hoe lachwekkender de naam - dat is militaire bravado (de eerste Amerikaanse kernbom heette Little Boy). In Rusland werden die namen vroeger door militairen zelf bedacht; nu is dat voorrecht aan de burgers gegeven. Alles is hierbij symbolisch: een democratische procedure wordt niet meer gebruikt om de mening van de mensen te peilen over een nieuwe wapenwedloop, maar om deze wedloop de facto te legitimiseren.

Bijzonder opmerkelijk is de naam die als winnaar uit de bus kwam: Nezjdantsjik ('onverwacht cadeautje'. Dat woord uit de spreektaal betekent 'onverwachte gebeurtenis', 'surprise'). Het wordt vandaag de dag in verschillende betekenissen gebruikt, maar een van de meest verbreide is 'ongepland kind', een 'moetje'. De enigszins vulgaire klank vindt zijn verklaring in het feit dat in de jaren 90, toen het woord in de mode raakte, de geboorte van een kind in Rusland een serieuze economische uitdaging was voor een gezin (het geboortecijfer daalde sterk in die jaren). Maar over het geheel genomen had het woord destijds een positieve betekenis: dondert niet, we redden het wel; het belangrijkste is het nieuwe leven, problemen zijn er om op te lossen. In het woord klonk de nieuwe energie in Rusland door, okee, het was wat grof, maar toch op de toekomst gericht.

Nu stellen de mensen voor een dodelijke raket deze naam te geven. Een wapen dat erop gericht is elke toekomst te doden en elke hoop de bodem in te slaan. Dat een ontkenning is van de zin van het bestaan voor allen die nu leven.

Dit is ook een symbolische gebeurtenis. Het toont welke route het bewustzijn der massa's in Rusland de laatste kwart eeuw, sinds 1991, heeft afgelegd.

Een dergelijke militaristische retoriek bestond in de USSR slechts in de jaren '20, toen de bolsjewieken nog droomden van de wereldrevolutie. Hij keerde korte tijd terug in de jaren '60, in de Chroesjtsjov-periode, tijdens de Cubacrisis en het conflict met China. Onder Brezjnev, Andropov, Gorbatsjov of Jeltsin was zulke retoriek uitgesloten.

'Om ons bestaan te rechtvaardigen en in onszelf te geloven, jagen wij anderen angst aan'

Genant is de intonatie: men spreekt over oorlog weer als over iets 'natuurlijks', als over 'de norm'. Iets om grappen over te maken. Dat heeft iets absurds. Het is eerder al opgemerkt door de presidentskandidaat en bekende Russische sociaal-democraat Grigori Javlinski:  het tweede deel van de toespraak van Vladimir Poetin (over de raketten) annuleert in wezen het eerste deel (dat ging over een toename van het welzijn der mensen en de ontwikkeling van de economie). Je kunt niet gelijktijdig plannen voor de toekomst maken en over de wereld denken in termen van de Koude Oorlog. De combinatie van militaristische retoriek en mooie plannen voor de toekomst botst, maar het is alsof de mensen dat niet in de gaten hebben.

Vechten voor vrede

Hoe kan het dat mensen in een land, dat een ongehoorde, enorme prijs heeft betaald in de Tweede Wereldoorlog, vandaag zo lichtzinnig over oorlog praten - als betrof het een kinderspelletje?

Dat kun je slechts begrijpen tegen de achtergrond van het verschijnsel autoritarisme - ons gespleten bewustzijn, ons dubbele bewustzijn (je zegt het een, denkt het andere en doet het derde). Dat zie je ook in het 'vechten voor vrede'.

In de naoorlogse USSR was de strijd om de vrede een belangrijk onderdeel van de officiële propaganda. De leuzen onderscheidden zich niet van die van, bijvoorbeeld, de Amerikaanse of Europese pacifisten. De Amerikanen gingen de straat op om te protesteren tegen de wapenwedloop. Ook sovjet-burgers protesteerden tegen de wapenwedloop. Het verschil bestond hierin dat de Amerikanen protesteerden tegen de daden van hun eigen regering, maar de sovjet-bevolking tegen de daden van anderen ('tegen de NAVO en de Amerikaanse oorlogsmachinerie'). In de USSR was de strijd voor de wereldvrede, anders dan in de VS, niet een persoonlijk initiatief van verontruste burgers. Sovjet-burgers demonstreerden slechts voor de wereldvrede onder leiding en met toestemming van de staat.

Daarom heeft die jarenlange 'strijd om de vrede' geen enkel spoor nagelaten in het bewustzijn van de Russen. In hun ogen ziet die strijd eruit als een saaie formaliteit, officieel gedoe, als instrument van politieke manipulatie. Ze nemen het totaal niet serieus.

Mensen geloven niet in het belang en de oprechtheid van een individuele strijd voor vrede. Daarom is in Rusland geen levensbelangrijk collectief instinct van zelfbehoud ontstaan, zoals het pacifisme hoort te zijn. De militaristische retoriek van de overheid zou een krachtige anti-oorlogsbeweging moeten veroorzaken, maar die bestaat in Rusland vandaag praktisch niet, met uitzondering van een klein groepje liberalen, van diezelfde partij Jabloko (De Appel) van Javlinski.

De zorgeloosheid ten opzichte van het militarisme valt te verklaren uit het feit dat de mensen prima begrijpen dat niemand Rusland bedreigt. Ze begrijpen dat de agressieve retoriek van de hoge tribunes niet gericht is op Russische burgers, maar op vreemden, op het Westen. De agressieve retoriek wordt opgevat als een nieuwe vorm van 'dialoog met de wereld'. Die toon moeten wij nu eenmaal aanslaan tegen onze 'westerse partners'.

Russen zijn niet in staat met een universele blik, vanuit een 'vredesstandpunt' de bedreigingen van het militarisme in te schatten. Tegelijk begrijpen mensen heel goed dat het 'alleen maar woorden' zijn en dat je dus niet hoeft te schrikken of er serieus op in hoeft te gaan. Russen geloven wel én niet in de officiële propaganda. De militaristische retoriek heeft voor hen betekenis maar is tegelijkertijd een loze formule. Dat is het dubbele bewustzijn.

Catastrofe als bindmiddel

Daar komt nog bij dat de militaristische, agressieve retoriek Russen de zin van het bestaan heeft teruggegeven, die met het échec van de sovjet-utopie in rook was opgegaan.

In al die post-sovjet-jaren is men naarstig op zoek geweest naar nieuwe zingeving, een nationaal idee, maar we hebben niks gevonden. De inrichting van een rijke, comfortabele, vriendelijke samenleving is geen nieuw verenigend idee gebleken. En dus is het unificerende principe opnieuw de symbolische genese van conflict en catastrofe, die domineert sinds 2014. Nu jagen wij anderen angst aan om onze eigen identiteit vast te stellen, om ons bestaan te rechtvaardigen. Om in onszelf te geloven. De militaire retoriek schept een illusie van eenheid, maar is, als elk idee, gebouwd op ontkenning en moet daarom voortdurend kunstmatig worden gereactiveerd.

Vandaag lacht men in Rusland over de taal van de Europese en Amerikaanse politici, die bestaat uit de 'doodsaaie', voorgeschreven waarheden over vrijheid, rechten en democratie. De officiële Russische ideologie wordt niet gebouwd op eigen normen en waarden, maar op de bespotting van andermans regels en wetten, waaronder ook universele en algemeen-menselijke. Dat voert de Europeanen en Amerikanen steeds vaker in een doodlopende steeg: 'wat gaat er in godsnaam om in die Russen?'

Maar het probleem is dat die ideologie ook binnen Rusland zelf iedere betekenis verwatert. De agressieve retoriek weerspiegelt vandaag de ware toestand van de Russische samenleving - het ontbreken van geloof in de toekomst, deceptie over iedere zingeving en het afwijzen van elke norm. Dat verandert de mens in een cynicus. Het kernwapenarsenaal van de wereld in aanmerking genomen, staat de verhouding tegenover oorlog en vrede in wezen voor de verhouding tegenover goed en kwaad. Wanneer mensen grappen maken over het meest vreselijke wat er kan gebeuren, door een raket een even drollig naampje te geven als hun toekomstige kind, dan betekent dat in de eerste plaats dat de basisinstincten en normen in de samenleving zijn vernietigd.

Daaruit kun je concluderen dat de crisis van het postmodernisme niet Europa heeft getroffen, zoals men dacht, maar Rusland. Hier is een echte crisis van woorden en gedachten aangebroken, waar alle fundamentele waarden verworden zijn tot een spel. Zo verwatert niet alleen de taal of de politiek, maar de zin van het bestaan. Tegen de achtergrond van de onbegrensde informatiekanalen en het opduiken van steeds perfectere middelen om elkaar te vernietigen, wordt de prijs voor die zorgeloosheid hoger en hoger. Voor iedereen. Niet alleen voor Rusland.