In de maand waarin het eeuwfeest van de Oktoberrevolutie wordt herdacht vertoont De Balie met het Instituut voor Sociale Geschiedenis een aantal fraaie industriefilms uit het post-communistische Rusland van nu. Over de rijke grote olie- en gasbedrijven zijn geen artistieke films gemaakt. Zoveel te meer over restanten van de centraalgeleide planeconomie. Mooie beelden van taaie achterblijvers die moedig weerstand blijven bieden.  

russischeijzervreters last limousineBij de onttakelde ZIL-automobielfabriek in Moskou komt onverhoeds bestelling binnen van Defensie: The last limousine

door Raymond van den Boogaard

Over arbeid werd in de oude Sovjet-Unie officieel in heroïsche, bijna militaristische termen gesproken. Voor de vervulling van het Vijfjarenplan – wat heet, de oververvulling of voortijdige vervulling – werd 'slag' geleverd, door op foto's in het partijblad Pravda (De Waarheid) vol zelfvertrouwen de toekomst inkijkende oedarniki, 'stootarbeiders' die plan en socialisme vastberaden een stoot vooruit hielpen.

De werkelijkheid van de arbeidswereld vormde daarmee vaak een schril contrast. Verregaande bureaucratisering, voortdurende tekorten aan van alles, enorme problemen met dronkenschap en meer in het algemeen de algehele demoralisering in de Sovjet-maatschappij zorgden voor een schrikbarend lage arbeidsproductiviteit, die in de officiële cijfers misschien niet altijd tot uitdrukking kwam, maar die iedereen kon zien.

De heldhaftige retoriek uit de Sovjet-tijd is verdwenen, maar  de arbeidspraktijk in Rusland is voor een deel dezelfde gebleven. Dat is tenminste de indruk die je krijgt bij Russische IJzervreters, een bijzonder interessant, drie avonden durend programma van recente Russische documentaires over arbeid in Rusland, georganiseerd door De Balie en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Het zijn zonder uitzondering erg mooi gemaakte films, die niet alleen de arbeids-, maar ook de belevingswereld tonen op vier bijzondere locaties: de Russische mijnstad Barentsburg op Spitsbergen, een afgelegen dorp op Kamsjatka, de zeewier-visserij op de Solovki-eilanden in de Witte zee en de ZIL-autofabriek in Moskou.

Taai groepje achterblijvers

Er zijn ongetwijfeld plaatsen in Rusland waar het economisch leven een dynamischer indruk maakt. Gijs Kessler, specialist voor de sociale geschiedenis van de USSR en Rusland en namens het IISG programmeur van de drie filmavonden, vertelt dat hij graag een documentaire had willen vertonen over een van de steden en gebieden waar de oppermachtige Russische olie- en gasindustrie de scepter zwaait. Maar een goede film op dat gebied was niet te vinden.

Russische filmmakers met enige kunstzinnige pretentie richten zich nu eenmaal liever op de trage, problematische aspecten van de werkelijkheid, en dan hoef  je in Rusland meestal niet zo heel ver te zoeken. Buiten de grote steden lijkt het vaak alsof er in de 25 jaar na het communisme niets veranderd is – althans niet ten goede. Het hele onmetelijke land lijkt bezaaid met de restanten van bedrijvigheid uit de Sovjet-tijd – steden, dorpen en bedrijven waar het merendeel van de vroegere bewoners en werknemers elders een goed heenkomen gezocht heeft, en een taai groepje achterblijvers probeert te overleven.

Het dorpje Tigil op het schiereiland Kamtsjatka, in het Verre Oosten van Rusland, is zo'n oord. In 31st haul volgt filmmaker Denis Klebejev mannen die belast zijn met de bevoorrading van deze nederzetting. Vanwege de afwezigheid van verharde wegen in het gebied vindt die plaats met door het leger afgedankte rupsvoetuigen, die voortdurend stuk gaan. In Gatherers of seagrass van Marija Moerasjova – in het Russisch heet de film Kapoesta, oftewel 'kool' – vissen mannen op de Solovki-eilanden met zelfgebouwde houten boten op zeewier. De manier waarop zij overleven en zelfs plezier maken heeft iets heldhaftigs, maar het is natuurlijk een andere heroïek dan die van de Sovjet-propaganda. Je zou haast zeggen dat deze Russen onverwoestbaar zijn, op hun economisch marginale post – opgevrolijkt door veel drank, en met seksuele krachttermen doorspekte gesprekken.

De enige van de vier films die met Russische overheidssteun tot stand is gekomen is Grumant, an island of communism. Grumant is een van de namen voor Spitsbergen, dat Noors is maar waar volgens een internationaal verdrag ook andere landen economisch actief mogen zijn. Rusland is sinds jaar en dag het enige land dat daarvan gebruik maakt. Er is een naar onze beroemde landgenoot Willem Barentz genoemde Russische nederzetting, Barentsburg. Sinds het einde van de Sovjet-Unie is het aantal bewoners van meer dan duizend geslonken tot ongeveer driehonderd, maar het Kremlin heeft grootse plannen voor het Arctische gebied in de komende jaren en wil daarom de – naar de film laat zien verouderde en behoorlijk gevaarlijke – kolenmijn open houden.

De film vermijdt te laten zien dat Barentsburg, net als een andere Russische nederzetting op Spitsbergen, deels uit ruïnes bestaat – al onder de tsaren werd op het eiland door Russen mijnbouw bedreven. Maar het is zeker geen slechte film, die Barentsburg toont als een soort klein communistisch museum. Net als in de Sovjet-tijd trotseren de Russische werkers op Spitsbergen, meestal op contract, de poolnacht, vaak met hun gezin. Geld is er afgeschaft, in die zin dat je betaalt met een magneetkaart, die de boodschappen automatisch van je salaris aftrekt. Er zijn in Rusland heel veel plaatsen waar nog bustes van Lenin het straatbeeld sieren, maar in Barentzburg heeft zelfs op de muren de slogan 'Ons doel is het communisme' de tand des tijds doorstaan.

Drie nieuwe limousines

De naar mijn smaak interessantste film is The last limousine van Darja Chlestkina, over de ZIL-fabriek in het zuid-oosten van Moskou. Het is een immens groot, inmiddels sterk vervallen complex waar in de Sovjet-tijd wel 70.000 mensen werkten, en waar voornamelijk vrachtwagens en militaire voertuigen werden gemaakt. De meest prestigieuze afdeling was die waar de limousines voor de hoogste Sovjet-top werden gemaakt, enorme sleeën naar Amerikaans voorbeeld die ook ZIL werden genoemd.

Wat niemand meer verwacht had: op een dag bestelt het Ministerie van Defensie drie nieuwe ZILS, voor de militaire parade op de Dag van de Overwinning. Specialisten van weleer moeten worden opgetrommeld om te proberen na twintig jaar weer drie van deze voertuigen te bouwen. Maar dat valt niet mee, in een goeddeels onttakeld bedrijf, waar op de gieterij alleen nog een paar Oezbeekse gastarbeiders werken. Alle onderdelen moeten stuk voor stuk met de hand worden gemaakt. En inmiddels vervalt de ZIL-fabriek, ooit de trots van de Moskouse industrie, meer en meer.

Het is een desolaat beeld van des-industrialisatie dat deze films laten zien. En het lijken zulke aardige Russen, die zich in deze omstandigheden staande houden. Je zou zo graag willen, dat  de Russische economie hun nieuwe kansen zou bieden, dat een nieuwe economische politiek er voor zorgen zou, dat deze morsige ellende maar tijdelijk was, een overblijfsel uit een andere tijd. Jammer genoeg ontbreekt het aan nieuwe perspectieven. De overheid, drijvend op de olie- en gasexport, heeft andere prioriteiten. Veel te veel Russen kennen nog weinig anders dan de afwikkeling van een problematisch verleden.

Russische IJzervreters is in de Balie op 14, 23 en 31 oktober, steeds om 19.30 uur. De filmvertoningen worden voorafgegaan door interviews, gesprekken en een lezing. Meer inlichtingen en kaartverkoop via de site van De Balie:  https://www.debalie.nl/uitgelicht/russische-ijzervreters/