In de zomer van 2010 werden tien Russische spionnen uit de VS geruild voor vier Russen die hun gevangenisstraf uitzaten in Rusland. Een van die laatsten was Sergej Skripal. De Russische 'slapers' leefden jarenlang undercover in Amerika, maar uit een boek van journalist Gordon Corera blijkt dat de FBI hun operaties al die jaren zorgvuldig in de gaten hield. Politicoloog Ben de Jong over het ongrijpbare leven van Russische spionnen.

spy swap 2010In 2010 werden tien Russische spionnen uit de VS uitgewisseld tegen vier Russen die in Rusland wegens spionage vastzaten

door Ben de Jong

Wie herinnert zich de tien Russen nog die in de zomer van 2010 in de Verenigde Staten wegens spionage werden opgepakt? Zij werden vervolgens op het vliegveld van Wenen uitgewisseld tegen vier andere Russen die in Russische strafkampen op beschuldiging van spionage hadden vastgezeten. De zaak deed denken aan de Koude Oorlog, toen dergelijke scènes regelmatig voorkwamen. Een van de vier vrijgelaten Russen was Sergej Skripal, die in maart 2018 in Salisbury samen met zijn dochter het doelwit zou worden van een moordaanslag die op naam kwam van de Russische militaire inlichtingendienst GROe.

De BBC-journalist Gordon Corera heeft over de spionnenruil en zijn lange voorgeschiedenis een uitstekend boek geschreven, dat onder meer de werkwijze van de Russische inlichtingendienst en die van de FBI daartegen uitvoerig behandelt, met een goed gevoel voor het pakkende detail. Bij de arrestaties in juni 2010 die gelijktijdig plaatsvonden, bleek dat de FBI in een operatie met de codenaam ‘Ghost Stories’ al zo’n tien jaar binnen in dit Russische netwerk zat en naar hartenlust meekeek en meeluisterde bij wat de tien Russen zoal uitspookten. (Een van hen was overigens een vrouw van Peruaanse komaf en geen Russin.)

De FBI had het netwerk ‘gepenetreerd’, zoals dat in spionagejargon heet. Zo’n netwerk zoveel jaar laten doorlopen biedt een dienst als de FBI het grote voordeel dat zij de modus operandi van de tegenstander uitvoerig kunnen observeren. Daarbij gaat het om zaken als de codes en technische middelen die gebruikt worden, de opdrachten die de tien van de Moskouse Centrale krijgen en vooral natuurlijk ook de potentieel gevaarlijke contacten die zij leggen met Amerikanen in gevoelige posities.

Alle berichten die de Centrale aan zijn personeel in het veld stuurde konden door de FBI worden meegelezen en de woningen van de Russen en hun telefoongesprekken werden afgeluisterd. In dit opzicht was Ghost Stories een klassieke en zeer succesvolle ‘contra-inlichtingenoperatie’, die tot doel had door observatie van binnenuit een operatie van de tegenstander over langere tijd in kaart te brengen en waar nodig te dwarsbomen.

Directoraat S

Een gemeenschappelijk kenmerk van de tien Russen was dat zij niet door inlichtingenpersoneel van de Russische ambassade werden aangestuurd, maar vanuit Moskou door Directoraat S van de Russische inlichtingendienst SVR dat buiten ambassades om opereert. De inlichtingenofficieren onder de tien werden om die reden als ‘illegalen’ aangeduid, een categorie die door de SVR en ook de vroegere KGB als de hoogste vorm van spionage werd gezien. Een aantal van hen werkte volgens klassieke KGB-methodes, bijvoorbeeld twee echtparen van de tien: Donald Heathfield en Tracey Foley (echte namen waarschijnlijk Andrej Bezroekov en Elena Vavilova) en Richard en Cynthia Murphy (Vladimir en Lidia Goerjev). Zij opereerden met gestolen Canadese identiteiten, bij voorkeur van jonggestorven personen.

skripals in restaurant in salisburyDe voormalige GROe-officier Sergej Skripal met zijn dochter Julia in een restaurant in Salisbury, voor de vergiftigingspoging

In zo’n geval was het vrijwel uitgesloten dat hun levensweg die van de persoon wiens identiteit zij hadden gestolen zou doorkruisen. Tijdens de Koude Oorlog vertoonde de burgerlijke stand in Canada een leemte, waardoor het mogelijk was op basis van de geboortegegevens van een jonggestorvene legaal een gloednieuw paspoort te verkrijgen. De geboorte- en overlijdensregistratie waren in dat land in het pre-digitale tijdperk namelijk van elkaar gescheiden. Personeel van de KGB of de SVR struinde regelmatig kerkhoven af om gegevens te verzamelen over een jonggestorvene zoals naam, plaats en datum van geboorte. (Van belang was daarbij onder andere dat het geboortejaar van de overledene en van de Rus die de nieuwe identiteit wilde aannemen, niet al te ver uit elkaar lagen.)

Met die gegevens werd door een overheidsdienst een geboortebewijs verstrekt, waarmee vervolgens bij weer een andere Canadese instantie een echt paspoort kon worden aangevraagd. Dat stond op naam van de jonggestorvene maar zou door een Rus worden gebruikt. Een minder omslachtige methode die door de KGB en de SVR ook regelmatig werd gehanteerd, is het verkrijgen van een echt paspoort door omkoping van een ambtenaar van de burgerlijke stand. In al dit soort gevallen nam een Russische inlichtingenofficier de identiteit over van een ‘dead double’, zoals dat in inlichtingenjargon heet.

Een ander belangrijk aspect van de SVR-operatie die in 2010 aan het licht kwam, was dat de tien Russen geen ‘netwerk’ waren in de zin dat zij met elkaar samenwerkten. Zij wisten niet van elkaars bestaan (afgezien van de echtparen uiteraard) en hadden niet of nauwelijks contact met elkaar. Zij ontvingen al hun instructies rechtstreeks vanuit Moskou, via internet of van een koerier die speciaal uit Rusland overkwam.

Dergelijke illegalen leiden in het Westen met hun gestolen identiteit vaak tientallen jaren een bestaan waarvoor zij in privé-termen een hoge prijs betalen: afgesneden van familie en vrienden in Rusland duiken zij onder in het land van de vijand, om onopvallend inlichtingenmissies uit te voeren. Daarnaast doen ze ook de dingen die ‘gewone’ mensen doen. De twee echtparen Heathfield-Foley en Murphy studeerden en werkten in de VS en kregen er zelfs kinderen. De twee zoons van Heathfield en Foley waren respectievelijk 16 en 20 toen de FBI in juni 2010 ’s ochtends in alle vroegte met een overmacht aan personeel hun huis binnenviel. Van de Russische achtergrond van hun ouders wisten zij naar eigen zeggen niets en zij werden uitgewezen naar Rusland, een land dat ze niet kenden en waarvan ze de taal niet spraken.

Waar doen die slapers het voor?

Hoe kregen de KGB en de SVR sommige medewerkers zo ver dat ze zich zulke opofferingen konden getroosten? Corera zegt er in zijn boek niet zoveel over, maar uit diverse bronnen is er wel het een en ander bekend. Allereerst was de selectie voor een dergelijke carrière zeer streng. De toekomstige illegalen werden grondig doorgelicht op zaken als ideologische betrouwbaarheid (vaderlandsliefde zo men wil) en lichamelijke en psychische geschiktheid. (Op zich is dat niets bijzonders. Ook bij voormalige BVD’ers valt bijvoorbeeld te beluisteren dat hun agenten die ten tijde van de Koude Oorlog voor de dienst in de CPN infiltreerden, dat vaak deden om de Nederlandse zaak te dienen tegen het communistische gevaar.)

De opleiding van Russische illegalen duurde meerdere jaren, waarbij vooral de nadruk lag op het leren van talen. Kenmerkend detail: om hun identiteit zoveel mogelijk geheim te houden vond die opleiding een-op-een plaats, dus niet klasgewijs aan de academie van de KGB of de SVR, zoals bij gewone inlichtingenofficieren die vanuit een ambassade werkten het geval was. Een andere behulpzame psychologische factor is daarbij dat zo’n illegaal het gevoel kan hebben dat hij of zij achter de schermen een belangrijke historische rol speelt, een sleutelrol in het wereldgebeuren zogezegd. Die situatie streelt hun ego, ook al weet niemand in hun omgeving ervan. Dat mechanisme is ook vaak waar te nemen bij reguliere agenten, zeg een Rus die in het diepste geheim voor de CIA werkt. Ze vinden misschien dat ze op hun werk niet de erkenning krijgen die ze verdienen, maar in het geniep belazeren ze iedereen. Dat geeft sommigen grote voldoening.

Bij Russische illegalen, ook die uit de tijd van de Koude Oorlog, speelt een grote geldelijke beloning niet of nauwelijks een rol. Ze krijgen bijna per definitie geen waar voor hun geld, want ze maken heel veel uren voor het vaderland. De twee eerdergenoemde echtparen moesten bijvoorbeeld de nodige tijd aan hun spionagewerkzaamheden besteden, maar tegelijkertijd hielden ze er ook nog een normaal beroep op na, dat als cover diende. En dan laten we het feit dat zij ook nog kinderen hadden, maar even buiten beschouwing. De omstandigheid dat de illegalen uit Russians Among Us regelmatig met Moskou steggelden over financiële kwesties maakt nog eens extra duidelijk dat ze het niet deden voor het geld.

Tegelijkertijd moeten ze wel het gevoel hebben gehad dat ze tot een elite behoorden, alleen al omdat ze de genoegens konden plukken van een leven in het Westen, een voorrecht dat ten tijde van de Koude Oorlog vrijwel geen enkele Rus gegund was. De verlokkingen van de westerse levenswijze waren uit het oogpunt van de KGB en de SVR tegelijkertijd een potentieel gevaar. De gang van zaken rond een van de tien, Michail Vasenkov alias Juan Lazaro, is in dit verband typerend. Hij beëindigde in 2004 zijn werk voor de SVR vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, maar hij keerde niet naar Rusland terug. Eens per jaar had hij in Latijns-Amerika een korte ontmoeting met een SVR-officier die hem zijn pensioen overhandigde in een plastic zak met contanten. De kans lijkt dus niet groot dat Vasenkov in 2010 met veel plezier naar zijn vaderland is teruggekeerd.

De KGB en de SVR beschikten tot slot nog over een belangrijk middel om illegalen als deze tien in het gareel te houden. Eens in de zoveel jaar mochten ze meestal via allerlei omwegen en met weer andere identiteitspapieren naar de Sovjet-Unie of Rusland reizen om hun lieve moeder nog eens op te zoeken, misschien wel voor de laatste keer. Mochten ze besluiten naar het Westen over te lopen dan waren de consequenties in de privé-sfeer extreem. Niet alleen zouden ze hun moeder nooit meer zien, die moeder en andere achtergebleven familieleden zouden ook blootgesteld worden aan allerlei represailles. De moeder zou haar leuke flatje in Moskou waarschijnlijk kwijtraken en andere familieleden mogelijk hun baan. De achtergebleven familieleden fungeerden in feite als gijzelaars. Er is wel eens opgemerkt dat geen enkele westerse overheid dergelijke opofferingen van zijn mensen zou vragen en dat lijkt een juiste constatering. Bij Russen ligt dat mogelijk anders. Daar gelden opofferingen voor de Staat vaak als het hoogste goed.

Nieuwe methodes

Het is de verdienste van Corera dat hij uitlegt dat deze Russische operatie aan de ene kant klassieke en bekende werkwijzen gebruikte zoals hierboven beschreven, maar tegelijkertijd volkomen nieuwe methodes hanteerde. Een belangrijk nieuw aspect van de Russische modus operandi bleek uit de casus van twee andere van de in 2010 gearresteerden. De bekendste was Anna Chapman (oorspronkelijk Koesjtsjenko), een jonge vrouw van eind twintig, van wie na haar arrestatie massaal foto’s in de media en op het internet de ronde deden. Haar Engelse achternaam was het resultaat van een kortstondig huwelijk met een Brit aan het begin van haar verblijf in het Westen. Het bijzondere aan Chapman en haar tegenhanger Michail Semenko was dat zij van hun Russische afkomst geen enkel geheim maakten. Chapman ging regelmatig naar Rusland en schreef openlijk over haar Russische connecties in de sociale media; Semenko sprak gewoon Russisch met zijn vriendin.

Deze nieuwe wijze van opereren is kenmerkend voor tal van Russische inlichtingenoperaties vandaag de dag. Omdat er in tegenstelling tot vroeger zoveel Russen voor langere tijd of permanent in het Westen verblijven, hoeft inlichtingenpersoneel niet langer als niet-Rus in de grote menigte onder te duiken. Het is voor de SVR tegenwoordig ook betrekkelijk eenvoudig hun personeel in een van de talrijke buitenlandse vestigingen van Russische bedrijven onder te brengen.

spy swap anna chapman foto wikipediaUndercover spionne Anna Chapman maakte geen geheim van haar Russische origine (foto wikipedia)

Corera heeft voor Russians Among Us uitvoerig met personeel van de FBI gesproken en ook waar mogelijk Russische bronnen gebruikt. Hij heeft daardoor menig fascinerend detail boven tafel gekregen. Zo bleek de Centrale in Moskou bij tijd en wijle ontevreden over de prestaties van zijn mensen in de VS en liet dat in zijn berichten aan hen duidelijk merken. In het geval van het echtpaar Murphy was de vrouw ontevreden over de arbeidsmoraal van haar man en nam zij gaandeweg zijn rol op spionagebied helemaal over: hij werd de huisman van het stel en zorgde vooral voor hun twee zoons.

Dit alles ontging de FBI vanzelfsprekend niet. Een niet onbelangrijk punt van de Russische operatie blijft helaas wel duidelijk onderbelicht, namelijk wat die grote personele en financiële inspanning de SVR nu eigenlijk heeft opgeleverd. Daar krijgt de lezer geen echt antwoord op. Onduidelijk is of Corera het niet weet, maar het lijkt ook goed mogelijk dat de FBI liever niet wilde dat hij het opschreef.

De grote vraag is natuurlijk hoe de FBI er überhaupt in slaagde in deze Russische operatie binnen te dringen en alles wat zich daar afspeelde zo nauwlettend te volgen. Hier verschijnt de Russische inlichtingenofficier Alexander Potejev ten tonele. Hij was een veteraan van de Sovjetoorlog in Afghanistan en werd later een medewerker van Directoraat S. Potejev werd in 1999 door de FBI gerekruteerd in New York, waar hij bij de Verenigde Naties voor de Russische missie werkte. Hij zou een massa gegevens over operaties van Directoraat S aan de Amerikanen doorspelen, ook nadat hij weer was overgeplaatst naar het hoofdkwartier van de SVR in Moskou. Slechts een paar dagen voordat de tien Russen in de VS werden gearresteerd, slaagde Potejev erin vanuit Moskou via Wit-Rusland naar het Westen te ontsnappen. Toen pas ging de FBI tot arrestaties over. Potejev geniet nu ergens in de VS van een welverdiende rust. Dat is een ander belangrijk principe van het inlichtingenwerk dat de FBI in praktijk bracht: zorg eerst dat je menselijke bron in veiligheid is en sla dan pas toe.

Gordon Corera, Russians Among Us: Sleeper Cells, Ghost Stories and the Hunt for Putin’s Agents. London: William Collins (2020). 438pp.

Ben de Jong is verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden