Terwijl Loekasjenko in het geheim een nieuwe autoritaire presidentiële grondwet voor Belarus brouwt, concipieert team-Tichanovskaja in het openbaar een parlementaire constitutie. Raam op Rusland sprak daarover met Anatol Ljabedzka, grondwetcoördinator van de oppositie van Belarus, die in Den Haag een ontmoeting had met Nederlandse parlementsleden.

belarus ljabedzka foto hubert smeetsAnatol Ljabedzka voor de Tweede Kamer in Den Haag. Foto auteur

door Hubert Smeets

De maatschappelijke strijd in Belarus heeft vele gezichten. Een van die gevechten gaat over de (nieuwe) grondwet van het land. Staatsleider Aleksandr Loekasjenko heeft voor februari een referendum over een ingrijpend gewijzigde constitutionele orde aangekondigd. Tegelijkertijd is de oppositie rond president-in-ballingschap Svetlana Tichanovskaja bezig om een democratisch alternatief te concipiëren. Anatol Ljabedzka, een jurist en historicus uit Minsk, coördineert de schrijfwerkzaamheden binnen het team-Tichanovskaja.

Ljabedzka (60) is een oudgediende in de oppositie. Hij kan bogen op ruim dertig jaar politieke ervaring in Belarus. Hij zat al in de Opperste Sovjet toen het land nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie en stemde mee toen Belarus zich in 1990 soeverein verklaarde en een jaar later zijn onafhankelijkheid uitriep. Loekasjenko zat toen met Ljabedzka in de Witrussische volksvertegenwoordiging. Maar de latere president onthield zich toen wijselijk van stemming. 'Voor Loekasjenko heeft de onafhankelijkheid van Belarus nooit intrinsieke waarde gehad. Het is voor hem slechts een instrument tot de macht', herinnert Ljabedzka zich.

Toch steunde Ljabedzka vier jaar later Loekasjenko toen die meedeed aan de eerste presidentsverkiezingen in het onafhankelijke Belarus. Loekasjenko won, maar in 1996 kwam er een eind aan hun bondgenootschap. Ljabedzka hoorde bij de 36 parlementariërs die tegen de ontbinding van het kabinet stemden en zich ook keerden tegen de nieuwe centralistisch-presidentiële grondwet, die Loekasjenko er via een gemanipuleerd referendum dat jaar doorheen wilde jassen. De overgrote meerderheid van de 260 volksvertegenwoordigers stond destijds echter achter Loekasjenko. In de kwart eeuw daarna zou het van kwaad tot erger gaan in Belarus.

Politiek gevangene

Voor zijn democratische engagement is Ljabedzka meerdere malen gestraft. In 2011 zat hij 108 dagen vast in de Amerikanka, het huis van bewaring van de staatsveiligheidsdienst KGB dat is vernoemd naar de Bridewell Prison in Chicago. Afgelopen jaar zat hij driemaal kortere tijd opgesloten in Okrestina, de inmiddels even beruchte gevangenis van de binnenlandse strijdkrachten van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De omstandigheden voor de politieke gevangenen waren er zo slecht – minimaal zestien man in een cel van 10 m², geen matrassen of dekens, tweemaal ’s nachts een staand appèl enzovoort – dat het woord foltering gepast is.

Sinds de zomer van 2021 woont Labedzka niet meer in Minsk. De huiszoekingen door zwaarbewapende politiemannen hielden aan en hij kon elk moment weer worden gearresteerd. Hij had een tasje met tandenborstel en -pasta klaar staan. Dat werd hem en zijn gezin te veel. Tijdens een dienstreis naar Vilnius is hij daar achtergebleven.

Vanuit Litouwen zet hij nu zijn werkzaamheden voort. Eind november was Anatol Ljabedzka een paar dagen in Den Haag voor overleg met de Tweede Kamerleden Ruben Brekelmans (VVD), Agnes Mulder (CDA) en Kati Piri (PvdA). Een nauwe band met de parlementen in de hele EU is volgens hem van belang nu de strijd is Belarus is uitgemond in een 'loopgravenoorlog die niemand kan winnen'.

Almachtige staat

Bovendien heeft de oppositie steun nodig voor haar grondwettelijke alternatief voor het regime in Minsk. Onder druk van president Vladimir Poetin moet Loekasjenko in februari 2022 een referendum laten houden over een nieuwe grondwet.

Ruim twee maanden voor dat plebisciet is er nog altijd geen officiële tekst voor die Loekasjenko-grondwet. Maar via de zakenman/communist Joeri Voskresenski, die in de zomer van 2020 nog deed alsof hij in het oppositionele kamp zat, na een kortstondige arrestatie overliep en nu meeschrijft aan de nieuwe grondwet van het regime, worden wel concept-teksten gelekt.

Als die kloppen, dan krijgt Belarus een constitutionele orde die is afgekeken van de nieuwe Russische grondwet die Poetin in juni 2020 met succes aan een volksraadpleging heeft onderworpen. Belarus blijft een presidentiële republiek. Het staatshoofd mag voortaan maar twee termijnen dienen, maar die worden wel verlengd van vier naar vijf jaar. In theorie kan Loekasjenko zo tot diep in de jaren dertig van deze eeuw regeren, net als Poetin. Ook de minimumleeftijd van de te kiezen president wordt verhoogd van 35 naar 40 jaar. Kandidaten uit de oppositie wordt in de nieuwe grondwet de pas afgesneden door de bepaling dat een president zeker twintig jaar voor de verkiezingen permanent in Belarus moet hebben gewoond en dat hij/zij geen verblijfsvergunning in een ander land mag hebben gehad. Financiële hulp van buitenlandse ngo’s en burgers wordt eveneens verboden.

Voskresenski
Joeri Voskresenski, auteur van Loekasjenko-constitutie. Foto Belta.

In de nieuwe Loekasjenko-constitutie is het staatsapparaat nog machtiger dan in de huidige grondwet. De positie van de burger wordt verder verzwakt. Weliswaar worden de sociale rechten nadrukkelijk en uitvoerig benoemd, de burger krijgt straks ook te maken met sociale én politieke plichten die aanzienlijk verder gaan dan belasting betalen en de wet gehoorzamen. Zo staat in de uitgelekte concepttekst: ‘Eenieder moet zijn sociale verantwoordelijkheid laten zien, in zijn arbeid of in andere vormen van sociaal nuttige activiteiten die een bijdrage aan de staat en de samenleving leveren’.

Semi-totalitair

In talrijke artikelen wordt verwezen naar de ‘culturele en geestelijke tradities van de eeuwenoude Witrussische staat’. Dat het huwelijk straks grondwettelijk alleen voorbehouden is aan man en vrouw – in de oude stond dat niet expliciet – is hiermee in lijn. Maar er wordt straks nog meer geëist van de Witrussen. Niet alleen moet de staat zorgen voor ‘het behoud van de historische waarheid en de herinnering aan de heldhaftige prestatie van het Witrussische volk bij het verdedigen van het vaderland tijdens de Grote Patriottische Oorlog’ [WO2]. Ook de individuele burgers mogen niet afwijken van de officiële staatscanon. Het nieuwe artikel 54 luidt letterlijk: ‘Eenieder moet het historische, culturele en geestelijke erfgoed alsmede andere nationale waarden beschermen. Het ontwikkelen van patriottisme, burgerlijke activiteit en het behoud van de historische herinnering aan het heldhaftige verleden van het Witrussische volk is de plicht van iedereen.’

Een grondwet, waarin niet zozeer de rechten maar vooral ook de plichten van de burgers worden vastgelegd, begint totalitaire trekjes te vertonen. In de huidige Russische grondwet is de duizendjarige geschiedenis van het rijk sinds 2020 eveneens de dwingende maatstaf geworden voor talrijke verbodsbepalingen. Russen moeten zich bijvoorbeeld onthouden van een vrijzinnige interpretatie van ’s lands geschiedenis en pleiten voor andere staatkundige grenzen is er strafbaar. Maar de grondwet van Poetin stelt niet de eis aan individuele burgers dat ze actief patriottisch zijn of anderszins sociaal nuttig werk voor de staat doen.

Parlementaire democratie

In de conceptgrondwet van de oppositie is geen sprake van dit soort geboden. Het alternatief van team-Tichanovskaja beschrijft op klassieke wijze de scheiding der machten binnen de verschillende staatsorganen en definieert de rechten van de burgers.

Team-Tichanovskaja stuurt aan op een parlementair model. Van het huidige presidentieel stelsel, dat door Loekasjenko sinds 1996 stelselmatig is verkracht, heeft de oppositie haar bekomst. ‘Dan wordt een opvolger van Loekasjenko, of die nu Svetlana Tichanovskaja heet dan wel Pavel Latoesjko [voormalig minister en diplomaat onder Loekasjenko-hs] of Viktor Babariko [de bankier en geblokkeerd presidentskandidaat die nu een straf van 14 jaar uitzit], weer gijzelaar van het systeem', zegt Ljabedzka.

In het democratische Belarus, dat de oppositie in ballingschap voor ogen heeft, wordt er een machtsevenwicht geschapen tussen de regering en de president. De opstellers van de alternatieve grondwet nemen een voorbeeld aan Letland, Litouwen en Polen. Het staatshoofd wordt er rechtstreeks gekozen en houdt ook greep op de buitenlandse politiek en het nationale veiligheidsbeleid. Maar de president heeft in het binnenlands bestuur aanzienlijk minder uitvoerende macht dan nu. Het staatshoofd mag in het parlement een premier-kandidaat voordragen en de procureur-generaal of de voorzitter van het bestuur van de centrale bank. De regering wordt echter parlementair gelegitimeerd. Het is de volksvertegenwoordiging die de premier kiest en kan ontslaan. Ook de procureur-generaal en andere hoge staatsfunctionarissen worden zo benoemd.

Het nieuwe 220-koppige parlement, Sojm geheten en twee keer groter dan de huidige Kamer van Afgevaardigden, wordt evenredig verkozen, met een kiesdrempel van drie procent. Het districtenstelsel wordt afgeschaft en vervangen door een systeem van voorkeursstemmen. Een speciale Raad voor Justitie moet de onafhankelijke rechtelijke macht in Belarus gaan beheren. Ook andere bepalingen in de ontwerpgrondwet, bijvoorbeeld over een Rekenkamer en een Anti-corruptie agentschap, vertonen gelijkenis met die in verschillende Europese landen.

Dialoog als doel

Belangrijk aspect van het oppositionele alternatief is niet zozeer de inhoud als wel de totstandkoming ervan. Door de burgers bij de wording te betrekken, kan de civil society tegen de verdrukking in levend worden gehouden, is het idee.

Ljabedzka heeft een speciale site ingericht voor de discussie over deze grondwet. Om de juridische kwaliteit te bewaken wordt die website kanstytucyja.online strikt gemodereerd. Maar binnen die grenzen kan iedereen eigen voorstellen indienen. Tot nu toe zijn er al 1700 suggesties op de site gepubliceerd, aldus Ljabedzka. Deze aanpak bevordert volgens hem niet alleen de ‘dialoog binnen de oppositie’ maar ook met buitenlandse deskundigen, bijvoorbeeld met de Venetië-commissie van de Raad van Europa, een comité dat zich bezighoudt met het constitutioneel recht en de democratische orde in Europa. Belarus is geen lid van de Raad van Europa – de doodstraf bestaat er daarom nog en wordt er ook ten uitvoer gelegd – maar zou dat volgens de oppositie wel moeten worden.

Kansrijk?

Of het referendum in februari doorgaat, is onduidelijk. Loekasjenko heeft de nieuwe grondwet aangekondigd, toen hij zwak stond en geen ‘nee’ kon zeggen tegen Poetin die hem bij een ontmoeting in Sotsji onder zware druk zette om de oppositie wat wind uit de zeilen te nemen. Maar als het regime het plebisciet inderdaad gaat organiseren, dan wordt dat een van de volgende veldslagen in Belarus. En ook die slag zal geen einde maken aan de crisis, laat staan de repressie. Loekasjenko steunt nu alleen nog op zijn eigen clans binnen leger, politie en geheime dienst: op 'generaals die gisteren nog kolonel waren' en hun baas dus dankbaar dienen. Daarom ‘biedt het referendum geen legitimiteit en dus ook geen stabiliteit’, denkt Labedzka.

Toch wil hij dat er in februari een democratisch alternatief ligt, zodat de burgers van Belarus in elk geval kunnen weten dat het ook anders zou kunnen. ‘Dromen zijn onontbeerlijk’, zegt Ljabedzka. ‘Zonder optimisme zou ik eerder gek zijn geworden.’