Het lijkt een paradox: landen, die ooit leden onder het sovjet-juk, drijven nu af richting een autoritair ‘Russisch’ model. De verleiding is groot om de handdoek in de ring te gooien. Als Polen, Hongarije zich willen laten koeioneren en de Russen er weer invloed krijgen, wat dan nog? Maar dat is kortetermijndenken. Als het Oosten dichterbij komt, krimpt de vrije wereld.

door Ekke Overbeek

Vrijheid en democratie leken onstuitbaar, toen we rond de Kerst van 2004 op de Majdan in Kiev stonden te kleumen. De Europese Unie was in mei dat jaar naar het oosten uitgebreid. Nu bracht een derde ronde van de Oekraïense presidentsverkiezingen Viktor Joesjtsjenko aan de macht, die in de pers steevast werd aangeduid als ‘prowesters’. In de cafés rond de Majdan werd druk gespeculeerd over de vraag wanneer Moskou rijp zou zijn voor een ‘kleurige’ revolutie.

Onder de aanwezigen was Bogdan Borusewicz, de man die in 1980 de stakingen op de scheepswerf van Gdańsk organiseerde. Zonder Borusewicz hadden we nooit van Lech Wałęsa en Solidarność gehoord. De oud-dissident was er bij in Kiev om te getuigen hoe vrijheid en democratie verder uitdijden naar het oosten.

Dat was ruim tien jaar geleden. Nu kom ik hem wel eens tegen op demonstraties tegen de afbraak van rechtsstaat en democratie. Niet in Kiev, maar achthonderd kilometer naar het westen, in Warschau. Het Westen is in de verdediging.

Poken in een mierenhoop

In het oosten groeit iets wat ontsnapt aan het begrippenkader van ons vertrouwde wereldbeeld. Grabbelend naar houvast wordt het geschiedenisboek van de twintigste eeuw erbij gehaald. De situatie lijkt op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Poetin doet denken aan Hitler als hij gedreven door revanchisme de irredenta-kaart speelt. Er zou sprake zijn van een nieuwe Koude Oorlog met Rusland in zijn vertrouwde rol van slechterik.

Echter, in al deze gevallen zijn de verschillen minstens even groot als de overeenkomsten. Om bij het laatste voorbeeld te blijven. Er is geen sprake van een machtsevenwicht zoals tijdens de Koude Oorlog. Rusland is militair geen partij voor de NAVO. Het communisme is niet bezig met een comeback. Er is geen duidelijk omschreven ideologie waarmee Moskou dreigt de wereld over te nemen.

Als er al sprake is van een ideologische dreiging vanuit Moskou, dan is die besmet met een flinke dosis politiek opportunisme. Het Kremlin werpt zich op als hoeder van conservatieve waarden. Een postmoderne versie van de ‘gendarme van Europa’. Nationale ‘soevereiniteit’ versus Europese Unie en Amerikaans ‘imperialisme’. Het volk versus ‘liberale’ elites. ‘Natuurlijke’ relaties versus homoseksualiteit. Identiteit versus individualisme. Religie versus vrijheid. Orde en rust versus democratische chaos. Dit ideologische allegaartje geeft het Kremlin een stok om in andermans mierenhoop te poken.


KomorowskiMedvedevKatynKranslegging bij Katyn-monument door toenmalige presidenten Bronislaw Komorowski en Dmitri Medvedev. Foto Kremlin

Kaczynski kopieert Poetin

Nergens in Europa lukt dat zo goed als in de voormalige satellietstaten van de Sovjet-Unie. Terwijl Geert Wilders en Marine Le Pen nog ploeteren om in de buurt van de macht te geraken, zitten Viktor Orban en Jaroslaw Kaczyński stevig in het zadel. Orban papt daarbij openlijk aan met Poetin. Kaczyński niet, maar onbedoeld voert ook hij een politiek die Moskou in de kaart speelt.

Net als in de Baltische staten en Oekraïne hebben de Polen vaak en lang de Russen onuitgenodigd over de vloer gehad. Heel begrijpelijk reageert men hier furieus als West-Europeanen de Kremlin-propaganda napraten van het type: ‘Rusland is voor andere landen in de afgelopen honderd jaar nooit gevaarlijk geweest.’ Je hoeft maar een geschiedenisboekje van Centraal-Europa open te slaan om te begrijpen dat dit lariekoek is.

Vanuit dat perspectief is het verrassend dat een ‘patriot’ als Kaczyński stapje voor stapje een systeem introduceert dat verdacht veel lijkt op de 'machtsverticaal' van Poetin. Ook Kaczyński wil een strak geleide partij die staatsinstituties een voor een aan zich onderwerpt in naam van ‘het volk’ dat etnisch gedefinieerd wordt op basis van religie en taal. Daarmee wrikt hij de Europese Unie tot een losser verband. Een cadeautje voor Moskou waar men liever een verdeel- en heerspolitiek voert, dan met de Unie als eenheid praat.

Europa slaat met verbazing gade hoe in Hongarije en Polen – ooit kampioenen van de ‘transitie’ – de regeringen steeds meer ‘Poetin-achtige’ trekjes aannemen. Ruim een kwart eeuw na de val van het communisme wekt de kaart van Europa weer de indruk een continuüm te zijn. Hoe verder naar het oosten, hoe groter de acceptatie van autoritaire oplossingen. De oostgrens van de Europese Unie en de NAVO zijn zo bezien vrij willekeurig. De komende jaren rijst de vraag of wij bereid zijn onze piketpaaltjes in het oosten overeind te houden. En zo ja, tegen welke prijs?

Geopolitieke zwaartekracht

Voor wie al wat langer naar de regio kijkt, komt deze ontwikkeling niet helemaal als een verrassing. In Polen bijvoorbeeld is het vertrouwen in niet-democratische instellingen, zoals de kerk en het leger, altijd veel groter gebleven dan het vertrouwen in de instituties van de democratie. Tot nu toe viel dat niet zo op, omdat het geen politieke vertaling kreeg. Nu wordt zichtbaar dat de verschillen tussen oost en west zijn onderschat.

Die verschillen hebben uiteraard te maken met de geschiedenis.

Om me – ten onrechte – tot de afgelopen eeuw te beperken. De lappendeken die we na de val van het communisme ‘Centraal-Europa’ zijn gaan noemen, verscheen pas vanaf 1918 op de kaart. Het zijn landen die er eigenlijk nog maar net (weer) zijn. Tel daar nog een halve eeuw onvrijwillig verblijf in het Oostblok bij op en je hebt de wortels van hun existentiële angst en relatieve geslotenheid. Angst voedt wantrouwen tegen alles wat vreemd is: de Europese Unie, vluchtelingen, of buurlanden waarmee in het verleden oorlog werd gevoerd.

Centraal in de herinnering van deze landen staan hun vooroorlogse voorlopers die, op de Tsjechoslowaakse uitzondering na, allemaal autoritaire staten waren. Ze hadden zwaar te lijden onder de Tweede Wereldoorlog en vervolgens een halve eeuw nauwelijks mogelijkheden om die ellende te verwerken.

Het oorlogsverleden wordt nu ver- en vooral bewerkt door een generatie die er geen herinneringen aan heeft, met als resultaat mythevorming en zwart-witdenken. De ‘revolutie’ van 1968 hebben deze generaties eveneens grotendeels gemist, waardoor vrijheid minder de individuele betekenis heeft, die het voor ons heeft gekregen. Voeg daaraan toe de frustratie over het feit dat ze een kwart eeuw na dato nog altijd als armoedzaaiers worden gezien en je hebt de voedingsbodem voor niet-democratische experimenten.

Een deel van bovenstaande opsomming hebben ze gemeen met Rusland. Niet met ons. Dat levert een bizarre paradox op. Landen die de laars van Moskou van onder kennen, graviteren nu toch richting Moskou.

En dat gebeurt ook nog eens op een moment dat het Westen druk is met zijn eigen problemen. Trump morrelt aan de Amerikaanse militaire paraplu boven Europa. Europa zelf draagt het concept van de EU-28 ten grave. Met Groot-Brittannië richting uitgang en de overgebleven landen kibbelend op een kruispunt, begint de oostrand van de Unie te rafelen.

De geopolitieke zwaartekracht is onverbiddelijk. Alles tussen Narva en Varna is opnieuw onderhevig aan twee tegengestelde krachtenvelden. Rusland wil een vinger in de Europese pap. Zoals de Russische minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken het ooit onomwonden zei: Rusland wil meepraten bij elke beslissing die in Europa wordt genomen.

De meeste buurlanden van Rusland hebben daar niet zoveel trek in. Rationeel gezien hebben ze daarom meer dan ooit belang om tegen West-Europa aan te schurken. Maar in het tijdperk van alternatieve feiten, nep-nieuws en internettrollen is rationaliteit ver te zoeken. De ‘nieuwe lidstaten’ gebruiken hun grotere welvaart en zelfverzekerdheid steeds vaker om zich af te zetten tegen Brussel. Dat is verklaarbaar, maar ook een beetje dom.

Intermarum fata morgana

Polen spant de kroon. Als er een land is waar men weet dat het slecht toeven is in een grijze zone tussen Duitsland en Rusland, dan is het Polen. Toch gaat de huidige Poolse regering het hardst tegen Brussel tekeer. Daarnaast bouwt ze ook actief aan zo’n grijze zone: het Intermarum – een samenwerking van landen tussen de Oostzee, de Zwarte Zee en de Adriatische Zee. Dit Intermarum, zou een tegenwicht moeten vormen tegen zowel Rusland als Duitsland. Een fata morgana, hooguit goed als dagdroom om de tijd op het Brusselse strafbankje te doden.


Intermarum1
Ideaalbeeld van Intermarum

Dit dagdromen blijft niet zonder gevolgen in een wereld waar Poetin voorlopig stevig in het zadel zit en Trump Europa dwingt tot grotere zelfstandigheid. Vooralsnog houden NAVO en EU de boel bijeen, maar beide organisaties staan onder hoogspanning. Er komt een moment waarop die spanning zich ontlaadt.

Daarbij is de lappendeken in het geografische hart van Europa een zwakke schakel. Niet voor niets braken hier twee wereldoorlogen uit.

De regio is hard op weg opnieuw een bron van ongeduld en ongenoegen te worden. De eerste tekenen hiervan zijn zichtbaar in de taal. Na de val van het communisme werd de term ‘Oost-Europa’ in de media langzamerhand verdrongen door ‘Centraal-Europa’. Dat klonk een stuk vriendelijker en dichterbij. Maar met de komst van de lokale Poetin-achtigen is Oost-Europa weer terug van weggeweest. En daarmee de bijhorende dilemma’s.

Handdoek in de ring?

Zijn wij op onze beurt in West-Europa bereid om te sterven voor Narva of Daugavpils, mochten daar groene mannetjes opduiken? Of erkennen we om de lieve vrede dat Rusland zijn volksgenoten mag ‘beschermen’? Hoe denken wij te voorkomen dat het opborrelende nationalisme eeuwenoude antagonismes in deze regio wakker roept? Wat doen we als Warschau en Boedapest dwarsliggen wanneer een ‘kopgroep’ of een ‘kern-Europa’ verder wil? Verschilt het oosten gewoon niet teveel van ons? Willen we deze landen er nog wel bij, als er geen einde komt aan de afbraak van de rechtsstaat? Hoe diep gaat het mes in de structuurfondsen bij de volgende begroting? Misschien is een vrijhandelszone genoeg om de Duitse fabrieken daar in het oosten te laten draaien en mogen ze verder in hun eigen autoritaire sopje gaarkoken?

Kaczynski en Orban hebben niet het eeuwige (politieke) leven, maar hun nationalisme en autoritarisme zijn niet verdwenen tegen de tijd dat zij het veld ruimen. Waarschijnlijk blijven het landen waar op elk moment autoritaire nostalgie de kop kan opsteken.

De verleiding is vermoedelijk groot om de handdoek in de ring te gooien. Polen, Hongaren en andere ‘nieuwkomers’ hebben hun achterstallige Marshallplan gehad. Als ze zich laten koeioneren door hun alfa-mannetjes, dan is dat hun eigen keuze. En als de Russen er weer invloed krijgen, wat dan nog? Zolang de boel maar rustig is en wij er zaken kunnen doen.

Dat is echter kortetermijndenken. Als wij de komende jaren passief toekijken hoe het Oosten dichterbij komt, nemen we op de koop toe dat de vrije wereld krimpt en daarmee de kans afneemt dat onze levensstijl de 21e eeuw overleeft.

Deelnemen aan dit debat?

Bijdragen die goed geschreven zijn en het debat inhoudelijk verder brengen, zullen wij graag publiceren. De redactie houdt zich het recht voor artikelen te weigeren dan wel te redigeren of in te korten.
Naam(*)
Dit veld is verplicht.

E-mailadres(*)
Het e-mailadres lijkt niet correct.

Uw mededeling aan de redactie
Invalid Input

Uw artikel of document
Invalid Input