Voor het eerst in zijn leven als minister-president gaat premier Mark Rutte op politiek bezoek in Oekraïne. Samen met minister Wopke Hoekstra van Buitenlandse Zaken is hij dinsdag/woensdag 1 en 2 februari in Kyiv voor overleg met onder anderen de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Op de terugweg maken ze een tussenstop in Moldova.


Rutte Zelensky WEF2020 FotoUkrinform
Premier Rutte in gesprek met president Zelensky tijdens World Economic Forum 2020. Foto Ukrinform.

Tot nu toe had Zelensky, die in 2019 werd gekozen als opvolger van Petro Porosjenko, contact met Rutte afgehouden. Bij het World Economic Forum in Davos in het voorjaar van 2020 hadden beide regeringsleiders in de marge van de bijeenkomst een ontmoeting. Maar bij de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York in de herfst van 2019 kwam Zelensky gewoon niet opdagen bij een geplande ontmoeting met Rutte.

Vervroegd bezoek

Een officiële reis naar Oekraïne stond al langer op de agenda. Het dreigende conflict met Rusland heeft de planning nu versneld. Volgens Rutte staat de mogelijke levering van defensieve wapens, waar Oekraïne om heeft gevraagd, nog niet op de agenda. Daar is het te vroeg voor. ‘Nederland heeft gezegd: daar willen we echt serieus naar kijken’, maar ‘dat zal echt nog wel even duren’, aldus Rutte op zijn wekelijkse persconferentie van vrijdag 28 januari. Eind vorig jaar wilde de Nederlandse regering nog niet denken over bijvoorbeeld antitankwapens en cyberspecialisten voor Oekraïne. Maar dat het nieuwe kabinet daartoe nu wel bereid is, heeft volgens Rutte te maken met de ‘buitengewoon zorgwekkende verdere troepenopbouw richting de grensstreek’ met Oekraïne.

Nederland zou tot dergelijke wapenleveranties kunnen overgaan omdat Oekraïne een zogeheten ‘enhanced opportunity partner’ van de NAVO is. Op grond van deze status ondersteunt het Atlantisch bondgenootschap Oekraïne bij zijn bestuurlijke hervormingen, ook in de krijgsmacht. Oekraïne neemt daarnaast eveneens deel aan NAVO-oefeningen. De alliantie bereidt naar aanleiding van de ‘recente cyberaanval op Oekraïne extra samenwerking op vlak van cyber’, zo schreef minister Hoekstra van Buitenlandse Zaken een week eerder in een brief aan de Tweede Kamer.

Niederlande Referendum 2016
Uitslag Oekraïnereferendum in 2016: rood in meerderheid nee, groen in meerderheid ja.

Nederland heeft sinds acht jaar een ambivalente relatie met Oekraïne. Maar ondanks gedeelde belangen en onderlinge wrijvingen is premier Rutte afgelopen twaalf jaar nimmer in Kyiv geweest, niet na de MH17-crash in 2014 en evenmin na het Nederlandse Oekraïne-referendum in 2016. Het economische belang van Oekraïne voor Nederland noopte tot voor kort kennelijk niet tot zulke prioriteiten. Omgekeerd is president Petro Porosjenko van Oekraïne sinds de Russische annexatie van de Krim en militaire interventie in de Donbas wel een keer in Nederland geweest. In het najaar van 2015 bezocht hij de Universiteit Leiden.

Handel: negatieve balans voor Nederland

Economisch gezien is Oekraïne voor Nederland van beperkte betekenis. Afgaande op de recentste cijfers over 2021 bedraagt de onderlinge handel ruim 3 miljard euro. Met een verschil van circa 0,75 miljard euro tussen in- en uitvoer was die balans in 2021 negatief voor Nederland. Voor Oekraïne is Nederland een van de tien belangrijkste exportlanden. Met een kleine 2 miljard aan uitvoer is Nederland vergelijkbaar met buurstaat Hongarije. Die goederen bestaan voor ongeveer de helft uit voeding en levende dieren en voor een kwart uit dierlijke en plantaardige oliën. Op de lijst van importlanden figureert Nederland pas rond de 15de plaats, samen met staten als Litouwen en Japan. De helft daarvan bestaat uit machines en vervoermaterieel, chemische producten en voedingsproducten.

Van de twee grootste voormalige Sovjetrepublieken van weleer is Rusland (meer dan 140 miljoen inwoners) aanmerkelijk relevanter voor Nederland dan Oekraïne (ruim 40 miljoen). De handel over en weer met Rusland bedraagt op jaarbasis ongeveer 30 miljard euro. Die handelsbalans is met ruim 11 miljard overigens ook negatief voor Nederland.

MH17: gedeeld belangen

De crash met het Maleisische passagiersvliegtuig MH17, dat op 17 juli 2014 boven de Donbas werd neergeschoten met vermoedelijk een BUK-raket van de Russische krijgsmacht, heeft Nederland en Oekraïne dichterbij elkaar gebracht. Snel na de ramp stemde Kyiv ermee in dat het internationale technische en strafrechtelijke onderzoek niet door de Oekraïense politie en procureur-generaal zouden worden geleid maar door de Onderzoekraad voor Veiligheid en het OM in Nederland.

Hoewel de Nederlandse justitiële autoriteiten niet altijd te spreken waren over de werkwijze van de collega’s in Oekraïne – zo heeft de regering in Kiev een van de belangrijkste getuigen die ze in handen had, de separatist Volodymyr Tsemach uit de Donbas, in 2019 in een gevangenenruil met Moskou overdragen aan Rusland – hebben beide landen per saldo adequaat samengewerkt. Dubbel gecheckt bewijsmateriaal van de Oekraïense recherche en staatsveiligheidsdienst SBOe is ook verwerkt in de dagvaarding tegen de vier verdachten die sinds maart 2020 terecht staan in het strafproces voor de rechtbank van Den Haag.

Oekraïnereferendum: wantrouwen

Bijna twee jaar na de MH17-ramp kregen de bilaterale betrekkingen een terugslag te verduren door het referendum dat in Nederland werd gehouden over het in 2014 overeengekomen associatieverdrag van de EU met Oekraïne.

Dit akkoord was in 2013/2014 de inzet geweest van de Majdanbeweging in Oekraïne. Eerst studenten en later andere burgers waren eind november 2013 de straat op gegaan uit protest tegen het besluit van toenmalig president Viktor Janoekovitsj om, na politieke druk en financiële middelen van Vladimir Poetin, op de valreep toch geen associatieverdrag met de EU te sluiten. Twee maanden eerder in september dat jaar had zijn regering na veel wikken en wegen bekend gemaakt daar juist wel op uit te zijn. Deze geschonden belofte ontlokte een steeds breder uitwaaierend protest Oekraïne, dat uiteindelijk in februari 2014 leidde tot de val en vlucht van Janoekovitsj.

Harry van Bommel in Oekranereferendum
Oekraïne-campagneteam van Harry van Bommel (midden met rode das), toenmalig Tweede Kamerlid voor de SP. Foto Facebook.

Nederland was het enige land binnen de EU waar dit associatieverdrag leidde tot een politieke controverse over Oekraïne als potentiële Europese partner. Bij het referendum, dat na een handtekeningenactie van een coalitie van EU-sceptische politici en media moest worden georganiseerd, kwam weliswaar maar 32 procent van de kiezers op maar daarvan stemde een meerderheid van 61 procent tegen het politieke handelsakkoord met Oekraïne. De Tweede Kamer ratificeerde de overeenkomst pas nadat premier Rutte in Brussel een paar aanpassingen had bedongen, zoals de expliciete vaststelling dat het verdrag geen opstapje zou zijn voor een volwaardig lidmaatschap van de EU en ook niet zou leiden tot militaire samenwerking van de EU met Oekraïne. Hoewel deze aanpassingen de betekenis van het verdrag niet wezenlijk hebben aangetast, werd de houding van Nederland in Oekraïne wel als een slag in het gezicht ervaren.

Op het niveau van regeringsleiders waren er sindsdien geen wederzijdse bezoeken. De reis van Rutte maakt aan die passiviteit nu een einde.

Actueel