In Oekraïne is de beslissing van het Amsterdams gerechtshof om het Krim-goud aan Kiëv in bewaring te geven tot de ‘situatie op de Krim is gestabiliseerd’ met gejubel ontvangen. Rusland is bijzonder boos over het vonnis. Verwacht wordt dat de Krim-musea in cassatie zullen gaan bij de Hoge Raad en dat uitvoering van de uitspraak wordt uitgesteld tot er een definitief oordeel door de Nederlandse rechter is geveld.

krim goud voorwertpen

Voorwerpen van de tentoonstelling, opnieuw toegewezen aan Kiëv.
Foto Allard Pierson Museum

De Oekraïense president Zelenski sprak via twitter van een ‘langverwachte overwinning’ en schreef dat ‘na het Scythische goud wij ook de Krim zullen terughalen’. De hoogste politicus van de Krim, Sergej Aksjonov, typeerde het vonnis als een ‘vijgenblad voor een roofoverval’.  Het besluit was weliswaar te verwachten, aldus Aksjonov, maar het is ‘schandelijk, onrechtvaardig en onrechtmatig’. Volgens Aksjonov zal niemand ooit meer het Krim-goud  te zien krijgen als het naar Oekraïne gaat. Dan komen de objecten terecht in particuliere verzamelingen, zo voorspelde hij. Hij suggereerde dat ze zullen worden ingepikt door president Zelenski persoonlijk en diens vriendjes.

Het ministerie van Buitenlandze Zaken in Moskou verklaarde bij monde van Maria Zacharova, dat de rechters zich door zuiver politieke motieven hebben laten leiden. ‘Het vonnis schept een bijzonder gevaarlijk precedent, dat het vertrouwen tussen musea in verschillende landen ondermijnt en samenwerking in de toekomst tussen musea, in het bijzonder tussen Rusland en Nederland, in twijfel trekt.’

Na de eerste uitspraak van de Nederlandse rechter in 2016 waarschuwde de Russische regering al dat Rusland geen museumstukken meer zou uitlenen aan Nederlandse musea als de Krim-musea de zaak in hoger beroep zouden verliezen. De Russische minister van cultuur zei destijds dat hij niet zag hoe je nog een tentoonstelling met Nederland kon organiseren met bijvoorbeeld bruiklenen uit de Hermitage  ‘als een of andere rechter de stukken in beslag neemt’.  Ook nu klinken dergelijke dreigementen.

Genuanceerder geluid

Een genuanceerder geluid kwam echter van de Russische cultuurbestuurder Michail Sjvydkoj. Hij is vertegenwoordiger van president Poetin met betrekking tot internationale culturele samenwerking en was voorheen minister van cultuur. Het feit dat de kwestie van teruggave van het Krim-goud zo lang sleept getuigt er volgens hem van dat het gaat om een ‘uiterst gecompliceerd juridisch conflict’.  

Hij begrijpt het Russische standpunt dat de objecten moeten teruggaan naar de musea waar ze vandaan kwamen, naar de Krim. Maar er bestaat ook een andere visie, zegt hij, waarin de musea geen eigenaars van de objecten zijn, maar beheerders. Dit is naar de mening van het Nederlandse hof het geval. Sjvydkoj is het daar niet mee eens, maar hij wil geen negatief oordeel geven over de Nederlandse rechters, die ‘in de regel buitengewoon professioneel zijn’.  Tegelijkertijd zegt hij dat hun besluit niet losstaat van een politieke contekst, die in Nederland ‘anti-Russisch’ is.

Hij vindt dat de laatste beroepsmogelijkheid moet worden benut en dat Rusland moet afwachten hoe het oordeel van de Hoge Raad zal uitvallen. Voor die tijd is het prematuur het te hebben over sancties tegen Nederlandse musea. ‘In deze kwestie moeten alle voors en tegens worden afgewogen en besluiten worden genomen die onszelf geen schade berokkenen’, aldus Sjvydkoj. 

Oekraiense museumwet

Het conflict ontstond in 2014 toen na afloop van de tentoonstelling ‘De Krim – Goud en geheimen van de Zwarte Zee' het Amsterdamse Allard Pierson Museum de meer dan duizend geleende kunstschatten en voorwerpen niet terugstuurde naar de vier musea op de Krim waarmee een bruikleenovereenkomst was gesloten. Terwijl de objecten in Amsterdam waren, bezette Rusland de Krim en annexeerde het gebied dat tot dan toe bij Oekraïne hoorde.

In een eerste uitspraak besloot de Amsterdamse rechtbank dat de kunst op grond van het Unesco-verdrag terug moest naar de soevereine staat die ze in bruikleen gaf. In hoger beroep is de uitkomst gelijk, maar baseert het Amsterdamse gerechtshof zich niet op een internationaal verdrag, maar op de Oekraïense museumwet.  

‘Hoewel de museumstukken afkomstig zijn uit de Krim en in zoverre ook als Krims erfgoed zijn te beschouwen, maken zij deel uit van het cultureel erfgoed van Oekraïne zoals deze laatste sinds 1991 als onafhankelijke staat heeft bestaan’, aldus het hof. ‘De museumstukken behoren tot het publieke deel van het Museumfonds van de staat Oekraïne.’ 

Bronnen: Rossijskaja gazeta, Kommersant, Ria.ru, Mid, Kyiv Post

Actueel