Rusland wil het belastingverdrag met Nederland opzeggen. Beide landen zijn er afgelopen maanden niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over de hoogte van de belastingtarieven voor Russische bedrijven die in Nederland zijn gevestigd en over het fiscale regime voor Nederlandse investeerders in Rusland. Het Russische ministerie van Financiën heeft nu bij de Doema een wetsontwerp ingediend, waarmee een einde aan het belastingverdrag wordt gemaakt.

Zuidas by night Amsterdam
Zuidas in Amsterdam. Foto Wikimedia.

Het opzeggen van het bilaterale verdrag met Nederland is een gevolg van de opdracht van president Vladimir Poetin eerder dit jaar om het belastingstelsel in Rusland te herzien en zo meer inkomsten te genereren voor overheidsuitgaven in de sociale sector. Eén van de onderdelen van zijn instructie aan het ministerie van Financiën was om de belasting op dividend- en rente-inkomsten tot 15 procent te verhogen. Hervorming van het fiscale stelsel is sowieso een prioriteit voor het Kremlin. De ministerraad wordt sinds begin dit jaar geleid door premier Michaïl Misjoestin, die voordien ongeveer tien jaar hoofd van de belastingdienst is geweest.

Het voornemen van de Russische regering om het belastingverdrag open te breken kan een groot aantal Russische multinationals raken. Nederland is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor Russische holdings, ongeacht of die bedrijven nu private ondernemingen dan wel staatsconcerns zijn. Onder de in Nederland geregistreerde firma’s bevinden zich bijvoorbeeld talrijke besloten vennootschappen van de staatsbedrijven Gazprom (energie en bankwezen), Rosneft (olie), Inter Rao (elektriciteit) of Sberbank (spaarinstelling) en eveneens bv’s van private ondernemingen als Metsjel (staal), Yandex (ict en fintech), Kaspersky (ict), Veon (telefonie), Norilsk Nikkel (metaal), Alrosa (diamant), Svyaznoy (ict), X5 Retail Group (voedsel) en Yukos (energie).

Kapitaalvlucht

Het uit 1998 daterende belastingverdrag voorziet er in dat een bedrijf of persoon niet in beide landen tweemaal over een en dezelfde inkomstenbron belasting hoeft te betalen. Die regel geldt voor zowel particulieren als bedrijven. Het opzeggen van het verdrag zal vermoedelijk alleen gevolgen hebben voor bedrijven en niet voor individuele belastingplichtige burgers.

Het conflict tussen Rusland en Nederland gaat over de tarieven die beide landen aan ondernemers in rekening brengen voor hun inkomsten uit rente en dividend. Russische bedrijven prefereren vaak Nederland omdat de tarieven voor dividend en rente er lager zijn dan in Rusland. Bedrijven die het slim spelen, kunnen die beperken tot 3 à 5 procent. Volgens het Russische ministerie van Financiën is de schatkist van Rusland door deze belastingvlucht via Nederland de afgelopen drie jaar ruim 13 miljard euro (12O9 miljard roebel) misgelopen: 5 miljard euro (457 miljard roebel) in 2017, 4,5 miljard euro in 2018 en 3,8 miljard euro in 2019. Deze kapitaalvlucht uit Rusland is de laatste jaren afgenomen. In 2018 zocht 63 miljard dollar een uitweg naar het buitenland. In 2019 was dat bedrag gedaald tot bijna 27 miljard. Maar over 2020 wordt toch weer een groei verwacht. In de eerste drie kwartalen van 2020 was de netto kapitaalvlucht gestegen tot ruim 44 miljard dollar.

Harmonisering naar Russische standaard

De regering in Moskou wil dat de belastingtarieven in Nederland worden geharmoniseerd conform de Russische eisen en worden opgetrokken naar 15 procent voor dividend en 20 procent voor rente-inkomsten. Cyprus, Luxemburg en Malta hebben op hoofdlijnen toegegeven aan de Russische eisen. Maar Nederland weigert dat, zolang Rusland niet bereid is tot fiscale privileges voor Nederlandse bedrijven die in Rusland actief zijn.

Als de Doema inderdaad een eind maakt aan het verdrag – er zijn geen aanwijzingen dat het parlement dat niet zal doen – dan zullen Russische ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd in 2022 niet meer onder het Nederlandse fiscale regime vallen. Volgens bronnen van de Russische financiële nieuwssite VTimes zullen veel multinationale ondernemingen uit Rusland daar last van krijgen. Nederland is weliswaar niet meer zo cruciaal als draaischijf voor kapitaalvlucht via de Antillen naar belastingparadijzen als de Kaaiman Eilanden, maar is nog steeds wel belangrijk voor internationale joint ventures, patentregistraties en andere licenties van grensoverschrijdende bedrijvigheid.

Omdat Cyprus, Malta en Luxemburg zich wel naar de Russische eisen hebben gevoegd, zijn er binnen de EU geen andere vluchtoorden meer. Opzeggen van het verdrag met Nederland kan er daarom toe leiden dat deze bedrijven dubbel belast zullen gaan worden: voor een laag percentage in Nederland en voor een hoger percentage in Rusland. Om dat te voorkomen, zouden ze hun registratie moeten verplaatsen naar bijvoorbeeld speciale offshore-zones in Rusland zelf (Verre Oosten of Kaliningrad), maar dat brengt grote kosten en extra risico’s met zich mee.

Slechte ervaringen

De regering in Moskou heeft geen andere motieven geopenbaard dan haar wens tot financiële harmonisering. Maar de drastische stap die het ministerie van Financiën nu wil zetten, staat wellicht niet los van de onveranderlijk kille bilaterale betrekkingen tussen beide landen. Die koelheid heeft niet alleen te maken met de MH17. De Russische staat heeft afgelopen jaar een paar negatieve ervaringen met het burgerlijk recht in Nederland opgedaan.

Begin 2020 verloor de Russische overheid een civiele zaak ter grootte van 50 miljard dollar tegen het voormalige energieconcern Yukos, dat na de arrestatie van zijn topman Michail Chodorkovski in 2003 fiscaal werd ontmanteld en vervolgens werd doorverkocht aan staatsolieconcern Rosneft. Volgens de aandeelhouders van Yukos was die confiscatie in strijd met het internationale Energiehandvest waarbij ook Rusland zich had aangesloten. Een arbitragetribunaal gaf hen gelijk. De Russische regering legde zich daar niet bij neer. Maar het Gerechtshof in Den Haag bepaalde in februari 2020 dat deze arbitrage wel degelijk moest worden gehonoreerd en dat de Russische staat de aandeelhouders van Yukos ruim 50 miljard dollar schadevergoeding moest betalen.

In een andere rechtszaak in Nederland boekte Oekraïne in het najaar een kleine overwinning tegen Rusland. Beide landen staan tegenover elkaar in een slepende kwestie over de vraag of het in 2014 in Amsterdam geëxposeerde Krimgoud moet worden teruggeven aan de Oekraïense staat dan wel aan de (Russische) autoriteiten op de geannexeerde Krim. Deze zaak wordt in appel door het Hof in Amsterdam behandeld. In november 2020 wist de Oekraïense staat de rechter bij het Hof met succes te wraken. De door Kiev gewraakte rechter Duco Oranje bleek rond 2010 als advocaat bij het bureau Clifford Chance te hebben opgetreden voor de Russische staat in een zaak, die zijdelings met de Yukos-affaire had te maken. Omdat Oranje de rechtbank daarover ‘niet juist dan wel niet volledig’ had geïnformeerd, kon de ‘schijn van partijdigheid worden gewekt’, aldus de wrakingskamer. ‘Alles bij elkaar is het teveel.’

Catastrofe

Businessconsultants noemen het opzeggen van het belastingverdrag tegenover VTimes een ‘catastrofe’ voor veel Russische bedrijven. Maar de kans dat er alsnog een compromis wordt gevonden, achtten ze gering. Nederland is veel minder afhankelijk van Russisch kapitaal dan Cyprus, Malta en Luxemburg en kan zijn poot dus stijf houden. Als het verdrag inderdaad wordt beëindigd, zal dat door allerlei termijnen pas in 2022 geëffectueerd kunnen worden.

Actueel