In Rusland is het heel gewoon dat politici kerkelijke taal bezigen. De staat en de Russisch-orthodoxe kerk hebben nauwe banden. Een staatsleider met de autoriteit van Poetin past in het orthodoxe wereldbeeld van keizerschap en patriarchaat, ontleend aan Byzantium. De andere religies hebben het nakijken, maar de moslims zoeken aansluiting, al was het maar in een gedeelde afkeer van het westers liberalisme.

door Gulnaz Sibgatullina en Jos Schaeken

In november 2016 dreigde de Russische minister van Cultuur, Vladimir Medinski, dat 'zij die de heldendaden van onze voorouders in twijfel trekken zullen branden in de hel'. Die heldendaden betroffen een groep soldaten die volgens de officiële Sovjet-geschiedenis ongekende moed en dapperheid toonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Terwijl historici debatteren over de betrouwbaarheid van de bronnen, suggereerde Medinski (zelf historicus van beroep) dat hun biografieën eigenlijk 'heiligenlevens' zijn en daarmee verheven boven elk nader onderzoek.

kerk en staat zijn eenKerk en staat zijn één in Rusland

In een seculiere staat zullen religieuze kwalificaties als 'branden in de hel' en 'heiligenlevens' vreemd overkomen uit de mond van een lid van de regering. Maar in de Russische publieke sfeer zijn verwijzingen naar de bijbel en de christelijke geloofsleer niet ongebruikelijk. Overtuigde regeringsgezinde activisten en politici verwoorden en verpakken hun mening graag in de taal van de Russisch-orthodoxe kerk. Hiermee willen ze hun boodschap kracht bij zetten en zoeken ze aansluiting bij het overgrote deel van de bevolking dat zichzelf tegenwoordig als orthodox beschouwt. Het gaat op papier om niet minder dan driekwart, hoewel slechts een fractie daadwerkelijk regelmatig een kerk bezoekt. Het is dus maar de vraag in hoeverre de activisten serieus weerklank vinden. Het verbaast echter niemand meer wanneer prominente politieke figuren spreken over het sacrale recht om beslissingen te nemen. Sommige van Poetins ondergeschikten zien hem als een geschenk van God en voeren besluiten alleen met zijn zegen (благословение) uit.

Spreek correct!

Terwijl politici de taal van de kerk spreken, waakt de kerk over haar zuiverheid. Patriarch Kirill leidt sinds 2016 het Genootschap van de Russische Letteren (Общество русской словесности), omdat taal en literatuur wezenlijke aspecten van het leven zijn, dus 'onderdeel van de geestelijke verantwoordelijkheid van de Kerk'.

Het Genootschap kent een uitgebreid presidium van geestelijken, politici, wetenschappers en vertegenwoordigers uit de wereld van kunst en cultuur. Want het gaat niet goed met de Russische taal; er wordt veel minder gelezen dan vroeger en de taal verloedert met buitenlandse woorden: waarom heet het centrale marktplein van Moskou eigenlijk Food City (Фуд Сити) en niet gewoon Voedselstad (Пищеград), vraagt een lid van het presidium zich af. Een paar jaar geleden hingen er in de Petersburgse metro plakkaten met aanwijzingen om vulgair taalgebruik en ook leenwoorden te vermijden: Spreek correct! Soms pakte dat overigens raar uit: Poster bleek niet goed te zijn, plakat, geleend ten tijde van Peter de Grote, is blijkbaar wel echt Russisch. Op het hier afgebeelde plakkaat zien we Ljoedmila Verbitskaja, niet alleen plaatsvervangend voorzitter van het Genootschap maar ook president van de Petersburgse Staatsuniversiteit.

poster tegen leenwoorden

Poster tegen leenwoorden in het Russisch: 'brend' moet merk zijn, 'flyer' vlugschrift

Natuurlijk, in veel landen worden leenwoorden, met name uit het Engels, gezien als taalverloedering. Maar dat de kerk zich er actief tegenaan bemoeit, kenmerkt de bijzondere situatie in Rusland: 'Trend (тренд) is een vreemd woord, tendens (тенденция) ook, maar dat is Latijn', aldus patriarch Kirill, die zich afvraagt waarom ontwikkelde mensen dan toch voor trend kiezen.   

De sturende kracht van taal

De Russisch-orthodoxe kerk bewaakt zorgvuldig de zuiverheid, elegantie en het prestige van de Russische taal maar is zelf een stuk vrijzinniger in het gebruik en het effect van de verschillende taalregisters. Als ze zich in de politieke arena begeeft, komt een woord als verzoening weinig voor. De kerk moet de staat ondersteunen en de oppositie veroordelen. En die missie laat geen ruimte om de kudde te herinneren aan Mattheüs 22 versus 39. In plaats daarvan mag de bekende aartspriester Vsevolod Tsjaplin zeggen dat 'God een uitroeiing (уничтожение – fysiek, niet moreel) van sommige mensen zal zegenen'. Met 'sommige mensen' doelt men onder andere op oppositieleden, de vijanden en verraders van Rusland.

In de afgelopen tien jaar heeft de samenwerking tussen de Russisch-orthodoxe kerk en de staat zijn verdere beslag gekregen. Gevoed door een flinke dosis patriottisme en financiële overheidssteun, is de kerk een ideologische constructie geworden. Deze metamorfose – van een sluimerende religie in de Sovjet-Unie tot een impliciet geconstrueerde staatsideologie – kan verrassend zijn, maar is het eigenlijk niet. De figuur van een staatsleider met autoriteit past in het orthodoxe wereldbeeld dat een krachtig speelveld voor keizerschap en patriarchaat opeist, geheel in de geest van de Byzantijnse traditie en haar nalatenschap op Russische bodem (het Derde Rome).

Zelfs ten tijde van de officieel atheïstische Sovjet-Unie zien we periodes waarin religieus getint taalgebruik de diepe relatie tussen kerk en staat laat doorschemeren. De bolsjewieken verwoestten kerken en executeerden priesters, maar riepen tegelijkertijd in de jaren veertig alle religieuze denominaties op om bondgenoot te zijn in oorlogstijd. Stalin sprak de bevolking toen niet alleen aan als kameraden, maar ook als broeders en zusters. En een bekend patriottisch lied uit 1941 spreekt van de Heilige Oorlog: 'Laat de nobele razernij koken als een golf. Een oorlog des volks woedt – een Heilige Oorlog'. 

Naar evenbeeld en gelijkenis

Andere religies in Rusland hebben het nakijken bij de symbiose tussen de Russisch-orthodoxe kerk en de staat, maar beseffen dat ze de regels van het spel moeten volgen. Ze hebben het politieke establishment, inclusief financiële steun, nodig om te overleven. Dat geldt ook voor de tweede grootste godsdienst van Rusland, de islam. Naar schatting kent het land tussen de vijftien en twintig miljoen moslims, met soennieten als dominante meerderheid en een kleine groep (ongeveer 10%) sjiieten.

Hoewel moslims vaak geassocieerd worden met de onrusten in de noordelijke Kaukasus (Tsjetsjenië), zijn ze over het hele land verspreid en bewonen ze deze gebieden al eeuwenlang. Tataren en Basjkieren wonen in de gelijknamige deelrepublieken in centraal Rusland. Ook in Siberië vinden we Tataren naast Kazachen. Bovendien zijn in de laatste decennia miljoenen moslims uit Centraal-Azië als arbeidsmigranten naar Rusland gekomen. In tegenstelling tot de Russisch-orthodoxe kerk is er geen enkele leider die alle moslims in het land vertegenwoordigt.

PutinMuftiRodeplein2015Poetin en religieuze leiders vieren op 4 november 2015 de Dag van de Nationale Eenheid op het Rode Plein (foto Kremlin)

In een felle concurrentie over de status van grootmoefti experimenteren islamitische leiders met hun retorische strategieën. Hun doel is om status en macht te bereiken, vergelijkbaar met die van de patriarch. Daarom presenteren sommigen zich als grootmoefti van de moslims van 'het Heilige Roes', naar analogie van de officiële titel van de patriarch en verwijzend naar de historische term Roes (Русь) voor de Oost-Slavische wereld. In januari 2015 leverde moefti-sjeik Ravil Gajnoetdin een 'Kerstboodschap' (Рождественское послание), iets wat de patriarch elk jaar doet onder precies dezelfde naam.

Gajnoetdin legt uit waarom hij deze woorden heeft gekozen: het Russische 'Kerstmis' betekende in het Kerkslavisch simpelweg geboorte, de fysieke verschijning van een mens op aarde. Uiteraard doelt hij niet op Christus maar op Mohammed: 'ik probeer de taal, de boodschap van de islam toegankelijk te maken voor onze tijdgenoten en daarom gebruik ik de gangbare woorden en beelden van de Russische cultuur'. Als moslims de symbolen en concepten van de Russisch-orthodoxe kerk kunnen gebruiken, geeft dat de indruk dat de twee abrahamitische religies niet zo ver van elkaar staan. Op deze manier willen islamitische leiders ook ingaan tegen de perceptie van vele orthodoxe Russen die de islam als een vreemd en agressief geloof zien.

Door gebruik te maken van de orthodoxe woordenschat proberen de moefti’s de islam als een even belangrijk geloof te positioneren, dat net zoveel aandacht van de staat verdient. Orthodoxie en de islam zijn Ruslands 'traditionele' religies; ze zijn vreedzaam en loyaal en moeten de 'spirituele banden' van het land beschermen. Het concept van de spirituele banden benadrukt de bijzonderheid van het Russische volk. Een bedreiging van deze waarden is westers liberalisme. Zowel islamitische als orthodoxe leiders waarschuwen dat degenen die Rusland willen vernietigen eerst zullen proberen het religieuze systeem te slopen. Het Westen wordt afgeschilderd als een gemeenschappelijke vijand voor zowel moslims als christenen, de vijand die het land verenigt in tijden van crisis. In bijvoorbeeld de buitenlandse politiek van Rusland steunt de islam de staat net zoals de Russisch-orthodoxe kerk dat doet; de laatste neemt actief deel aan onderhandelingen in Oekraïne, terwijl islamitische leiders zich als partners van de staat opstellen in de betrekkingen met Turkije en landen in het Midden-Oosten.

Heilige Alliantie

De alliantie tussen staat en kerk doet ons denken aan tsaristisch Rusland. Oude kerken worden hersteld, nieuwe gebouwd. In deze nieuwe-oude politieke theologie is Rusland noch Europa noch Azië, maar een uitzonderlijk ‘Euraziatisch’ land. De Russisch-orthodoxe Kerk interpreteert en verdedigt deze bijzondere positie zelfs in eschatologische zin: 'Westers liberalisme, dat is de weg naar de Apocalyps', aldus patriarch Kirill. Ruslands confrontatie met het Westen is een Heilige Oorlog, die zal doorgaan tot 'de nederlaag van het Westen of het uiteenvallen van Rusland'.

Moslimleiders zijn net zo kritisch over westerse waarden en benadrukken dat de islam al eeuwenlang inherent deel uitmaakt van de Euraziatische gedachte. Volgens Gajnoetdin is de unieke rol van het huidige Rusland zelfs mede bepaald door de Gouden Horde. Met deze historische verwijzing vergroot hij zijn claim op de natuurlijke plaats van de islam in Rusland, naast die van de Russisch-orthodoxe Kerk. Beide zijn deel van Roes 2.0 en de eerste bezigt ten opzichte van de staat de religieuze taal van de tweede. Diezelfde taal gebruikt ook de staat op verhitte momenten tegen zijn opponenten. En kerk en staat gaan hand in hand om de zuivere Russische taal, symbool van eenheid en identiteit, te bewaken.