De Russische wereld is door de val van de Sovjet-Unie verscheurd is geraakt. Samen met het patriarchaat van de Orthodoxe Kerk in Moskou werkt het Kremlin aan de hereniging van deze orthodox christelijke Roesski Mir.

door Hubert Smeets

Russische wereld is de naam van de politiek-culturele stichting Roesski Mir die is opgericht tijdens de tweede ambtstermijn van president Vladimir Poetin. ‘Roesski Mir kan en moet allen verenigen voor wie het Russische woord en de Russische cultuur kostbaar zijn, waar ze ook wonen, in Rusland of buiten zijn grenzen. Gebruik deze woordcombinatie vaker: Russische wereld,’ luidde de oproep van Poetin in 2006 aan een zaal vol intellectuelen in Sint-Petersburg. Tien jaar later werd de verenigende kracht en macht van Rusland in deze Roesski Mir in vol ornaat zichtbaar.

De Roesski Mir doet zich eerst op de Krim gelden. Eind februari 2014 bezetten anonieme mariniers en andere ‘groene mannetjes’ van de Russische militaire inlichtingendienst GROe het parlementsgebouw van het ‘autonome’ Oekraïense schiereiland en laten de plaatselijke volksvertegenwoordigers vervolgens onder schot een nieuwe lokale regering kiezen.

President Vladimir Poetin ontkent aanvankelijk dat hij het is geweest die de Roesski Mir op de Krim, na zeventig jaar historische anomalie, in ere heeft hersteld. Maar na de succesvolle operatie is hij er zo trots op dat hij er een jaar later in de televisiedocumentaire Krim – De weg naar het moederland openlijk over praat hoe hij zelfs de inzet van kernwapens heeft ingecalculeerd.

De Roesski Mir laat zich vervolgens in de Donbas zoem. Daar wordt begin maart 2014 het provinciehuis in Donetsk bezet door licht gewapende activisten die volgens de plaatselijke gouverneur, net als op de Krim, ook zouden hebben geopereerd onder commando van Moskou-mannen. Drie maanden later barst rond en in Donetsk een openlijke oorlog los. Iets oostelijker in Loegansk gebeurt hetzelfde. ‘Russische Lente’ is het voorjaar van 2014 dan inmiddels gedoopt.

De Roesski Mir beperkt zich niet tot Oekraïne. Het blikveld van het Kremlin is breder. Bijna de hele voormalige Sovjet-Unie ligt praktisch in zijn vizier. In theorie strekt de Roesski Mir zich zelfs uit tot alle Russen waar ook ter wereld. Het Kremlin bepaalt of Russen bij Rusland horen. Niet omgekeerd.

De Roesski Mir is historisch voorbeschikt. In zijn overwinningsrede ter gelegenheid van de annexatie van de Krim op 18 maart 2014 in de Sint-Joris-zaal van het Kremlin zegt president Poetin: ‘De bekering tot het orthodoxe christendom was de voorbeschikking van een gemeenschappelijke cultuur, van waarden en beschaving die de volkeren van Rusland, Oekraïne en Belaroes hebben verenigd. [...] We kunnen hoe dan ook niet zonder elkaar.’

Die Russische wereld dient te worden verdedigd tegen westerse dreiging. Het burgerprotest op de Maidan in Kiev in de winter van 2013-2014 is zo’n aanval. Maar verdedigen is niet voldoende. Die wereld moet ook weer uitdijen binnen haar oude en vanzelfsprekende grenzen. Allereerst naar de buurlanden die Aleksandr Solzjenitsyn in 1990 in zijn essay Hoe we Rusland herbouwen? tot de Slavische Unie rekende. En vervolgens mogelijk verder.

Nabije buitenland

In het ‘nabije buitenland’ wordt daarom elke uitspraak van Poetin of andere mannen rond het Kremlin met exegetische precisie beluisterd en geanalyseerd.

In een gesprek met journalisten zei president Aleksandr Loekasjenko, al sinds 1994 leider van de voormalige Sovjetrepubliek Belaroes, een jaar na de annexatie van de Krim. ‘Ik begrijp niet wat die Russische wereld eigenlijk is. Kunnen we ook spreken van een Wit-Russische en Oekraïense wereld? En zijn dat tegengestelde werelden? Ik denk niet dat deze domme thesis veel steun heeft onder Wit-Russen maar bij velen juist waakzaamheid oproept.’

Niet toevallig is Loekasjenko zijn presidentiële verkiezingscampagne in het najaar van 2015 ingegaan met een andere toonzetting dan al zijn andere presidentsverkiezingen sinds 1994. Niet langer is het parool dat alleen Loekasjenko staat ‘voor een sterk en welvarend Wit-Rusland’. De leuze is nu: ‘Voor de toekomst van een onafhankelijk Wit-Rusland’.

Zijn eveneens autoritaire collega Noersoeltan Nazarbajev van Kazachstan is ook alert. Tijdens het jaarlijkse zomerkamp van zijn jeugdbeweging Nasji (De Onzen) op het eiland Seliger tussen Veliki Novgorod en Tver had de Russische president gezegd: ‘De Kazachen hebben nooit een staat gehad. Hij heeft ’m gesticht. Nazarbajev is een heel kundige leider, in de hele voormalige Sovjetruimte misschien wel de kundigste.’ Voor Nazarbajev, sinds 1991 president van die voorheen onbeduidende Kazachen, bevat deze opmerking geen geheimen. Als Nazarbajev er niet meer zou zijn, aan de macht of in het leven, dan is ook de soevereiniteit van de staat Kazachstan geen wet van Meden en Perzen meer, zegt Poetin eigenlijk. Om elke twijfel meteen weg te nemen, organiseert Nazarbajev in april 2015 daarom tussentijdse presidentsverkiezingen. Die wint hij met 97,7 procent bij een opkomst van 95,2 procent. Als het gaat om manipulatie en almacht is Nazarbajev niet voor een kleintje vervaard.

Ministers uit de Russische regering en adviseurs van het Kremlin laten zich in vergelijkbare bewoordingen uit over bijvoorbeeld Oekraïne, Moldavië, Georgië en de Baltische landen.

De grootste gemene deler van allen is het idee dat Rusland nog steeds de hoeder is van het territorium dat ooit tot de Sovjet-Unie behoorde. In de documentairefilm De President die de Russische televisie in april 2015 uitzendt, legt Vladimir Poetin het zelf zo uit: ‘Na de val van de Sovjet-Unie had iedereen bij ons illusies. Zelfs ik dacht dat alles na deze ideologische ineenstorting kardinaal zou veranderen. Nee dus. Het veranderde niet kardinaal omdat geopolitieke belangen niets te maken hebben met welke ideologie dan ook.’

Wat en wie is een Rus?

Dat het herstel van de Roesski Mir een politieke doelstelling is, is onloochenbaar. Maar wie woont er in die wereld? Wat is een Rus? En wie bepaalt dat?

President Poetin geeft daarop een maand na de annexatie van de Krim al een eerste antwoord. Rusland is een ‘stofzuiger die verschillende etniciteiten opzuigt’ en daarom ‘zeer flexibel’ kan opereren, zegt hij in april 2014 tijdens zijn jaarlijkse televisieoptreden Directe lijn, waar het volk de president vragen kan stellen. Een westerling denkt vooral aan zichzelf. Een Rus niet, die wordt gedreven door ‘hogere morele waarden’, door ‘wij-gevoel’, aldus Poetin.

Het is vervolgens de Russisch Orthodoxe Kerk die de cruciale vraag ‘Wat is een Rus?’ verder en systematischer beantwoordt. In november 2014 komt in de kathedraal van Christus de Verlosser in Moskou, de hoofdzetel van de orthodoxe kerk, het XVIII Mondiale Russische Volksconcilie bijeen. Daar bij het belangrijkste altaar van de orthodoxie wordt dé identiteit van dé Rus vastgesteld.

Het jaar 2014 is volgens dit achttiende concilie een ‘keerpunt in de hedendaagse Russische geschiedenis’ geweest. ‘We konden ons niet voorstellen dat tanks, vliegtuigen en artillerie zouden worden ingezet tegen burgers, dat ouders, vrouwen en kinderen in vredige steden zouden worden blootgesteld aan beschietingen en bombardementen,’ zeggen de deelnemers. Mobilisatie is daarom geboden. De soevereiniteit van Rusland en de eenheid van zijn volkeren staan immers op het spel, aldus de slotverklaring. ‘In deze situatie moet het Russische volk als nooit eerder zijn moed, beslistheid en saamhorigheid tonen.’

Maar hoe ziet die kennelijk eenduidige identiteit van het Russische volk eruit. Volgens de kerkelijk leiders in 2014 in Moskou bijeen is die ingewikkeld. ‘Het Russische volk heeft van oudsher een gecompliceerde genetische structuur, met Slavische, Fins-Oegrische, Scandinavische, Baltische, Iraanse en Turkse stammen.’ Die complexiteit is geen bedreiging voor de eenheid van het Russische volk. De Kerk formuleert het iets minder plastisch dan de president voor de televisie: ‘de uniciteit van de etnogenetica van het Russische volk’ wordt namelijk mede gevormd door zijn vermogen tot assimilatie van andere etnische groepen, zoals ‘Tataren, Litouwers, Joden, Polen, Duitsers, Franse en andere nationaliteiten,’ postuleert het finale communiqué in de Christus de Verlosser.

Dat die mengelmoes niet uit elkaar valt, komt door een paar krammen die de boel stevig bij elkaar houden. Ten eerste de gemeenschappelijke Russische taal die als lingua franca verheven is boven alle andere talen. De cohesie wordt ten tweede gesmeed door het orthodoxe geloof, dat, ondanks de religieuze verscheidenheid, meer dan alle andere godsdiensten een ‘enorme rol’ speelt in staat en maatschappij. En tot slot is er de gemeenschappelijke geschiedenis. Want ‘iedere Rus voelt een diepe emotionele verbondenheid met de belangrijkste gebeurtenissen van zijn geschiedenis’: de kerstening van Rus tot het christendom (988), de Slag bij Koelikovo, waar de Tataren werden verslagen (1380), de kracht om de chaos van de tsaarloze Tijd der Troebelen te boven te komen (1604-1613), plus uiteraard de militaire overwinningen op Napoleon (1812) en Hitler (1945).

Iedereen, concludeert het concilie in de Moskou, kan Rus zijn: iedereen die ‘zichzelf als Rus beschouwt, die geen andere etnische voorkeur heeft, die praat en denkt in het Russisch; die het orthodoxe christendom erkent als basis van de nationale geestelijke cultuur, die solidariteit voelt met het Russische volk.’

In één zin: de Russische identiteit wordt niet door ras of etniciteit bepaald, wordt niet door bloed en bodem gedetermineerd, maar wordt gedreven door cultuur en religie.

Buitenlands beleid voor 250 miljoen Russen overal ter wereld

Het aantal Russen is niet verwaarloosbaar. Qua taal kan Moskou, dat nu regeert over ruim 140 miljoen zielen, aanspraak maken op een groep van ruim 250 miljoen. De schattingen lopen uiteen, maar over de hele wereld spreken 230 tot 280 miljoen mensen die ene gemeenschappelijke identiteitstaal van de Roesski Mir. Ruim 160 miljoen mensen gebruiken het Russisch als moedertaal, de rest als tweede taal.

Grof geschetst woont bijna de helft van al die Russisch-sprekenden (moedertaal plus tweede taal) dus buiten de huidige Russische staat. In de meeste niet-Russische landen, waar een grote meerderheid wel Russisch spreekt, maar niet als moedertaal, is het Russisch een dwingende minderheidstaal. Zoals in Kazachstan (24 procent), Letland (28 procent), Estland (25 procent), Oekraïne (17 procent), Moldavië (10 procent), Wit-Rusland (8 procent) en Oezbekistan (8 procent).

Qua religieus engagement doet de kathedraal van Christus de Verlosser daar niet voor onder. De Russische Orthodoxe Kerk beschouwt het eigen Moskouse Patriarchaat als leidende geestelijke kracht voor maximaal 300 miljoen orthodoxen, die zich op hun beurt qua anciënniteit weer de eerste christenen ter wereld voelen. Deze oosterse christenheid beperkt zich in geografische zin niet alleen tot de ‘Slavische Unie’ (Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland en noordelijk Kazachstan) die Solzjenitsyn in 1990 bepleitte. De Russische wereld die het kerkelijke concilie voor ogen heeft, kan zich ook uitstrekken naar regio’s die geen Oost-Slavische achtergrond hebben, maar door hun geopolitieke lot of oorlogsgeschiedenis ooit onder Russische invloed zijn gekomen dan wel door Moskou zijn bezet, zoals de Baltische landen, Moldavië, Armenië en Georgië. Of zelfs naar Bulgarije en Servië.

De praktische politieke consequenties hiervan zwart op wit verankerd als beleid: in de alomvattende doctrine die president Poetin in februari 2013 heeft vastgesteld. In dit Concept voor de buitenlandse politiek van Rusland staat dat alle ‘landgenoten in staat moeten zijn om hun rechten in hun landen van verblijf effectief te schragen’. Niet alleen in Rusland zelf, kortom, maar ook in den vreemde. Het gaat daarbij niet alleen om de economische handelsbelangen die Rusland van oudsher heeft in die buitenlanden en die de afgelopen halve eeuw steeds meer worden bepaald door olie, gas en andere grondstoffen die Moskou als hefboom inzet. Het draait evenmin louter om militaire presentie langs oceanen en wereldzeeën. Nee, er is meer. Het Kremlin moet er volgens de doctrine van Poetin voor zorgen dat ‘de Russische diaspora zijn culturele en etnische identiteit kan bewaken.’

Daarmee onderscheiden de huidige Russische pretenties in het buitenland van nu zich van de Sovjet-ambities van een halve eeuw geleden. In beide gevallen werden de aspiraties aangekleed met anti-Amerikaanse retoriek en sentiment. Dat is een overeenkomst. Maar broederhulp van de Sovjet-Unie werd niet alleen gerechtvaardigd met een beroep op nationale belangen. Het communisme was mondiaal georiënteerd – althans, het deed alsof. Het communisme moest dus lippendienst bewijzen aan zijn opdracht om de hele wereld te veroveren op het ‘grootkapitaal’. De Russische wereld van nu heeft die internationalistische pretenties niet meer. Broederhulp van Rusland heeft alleen nationale dekking nodig.

De Roesski Mir staat niet voor een superieur politiek systeem, maar voor een superieure cultuur. De Roesski Mir is zowel een Primat der Innenpolitik als een Primat der Aussenpolitik.