De oppositie in Rusland kan geen vuist maken. Ze is onderling verdeeld en wordt door het Kremlin verdeeld gehouden. Er zijn meer verklaringen voor de machteloosheid. In een hegemonic authoritarian regime, als Rusland, heeft de oppositie sowieso minder kansen dan in een competitive authoritarian regime, zoals in Oekraïne of Georgië. Maar dat wil niet zeggen dat de verhoudingen in Moskou vastliggen. Grote politieke verandering in autoritaire regimes komt bijna altijd onverwacht.

door Max Bader

Het Russische dagblad Kommersant schreef op 30 december over de versplintering van de democratische oppositie in Rusland. Zelfs nadat één van haar leiders, Boris Nemtsov, in februari 2015 werd vermoord, slaagde de oppositie er niet in zich te verenigen. In de recente Doemaverkiezing deed de oppositie mee onder twee vlaggen. De partij Jabloko, die van 1993 tot 2007 in de Doema vertegenwoordigd was, haalde volgens de officiële uitslagen 1,9% van de stemmen. De nieuwere partij PARNAS (Partij van de Volksvrijheid) van onder anderen ex-premier Michail Kasjanov haalde 0.7% van de stemmen. Een reeks andere oppositiepartijen wist niet aan de registratievoorwaarden voor deelname aan de verkiezingen te voldoen.

Het onvermogen van de democratische oppositie om zich te verenigen in één partij of beweging, één leider aan te wijzen, en één centrale boodschap naar voren te brengen, is vaak opgemerkt. Sympathisanten van de oppositie in binnen- en buitenland klagen er over, terwijl het voor voorstanders van het Poetinregime een bron is van leedvermaak.

Velen zijn van mening dat de oppositie haar meelijwekkende toestand vooral zichzelf moet aanrekenen. Als de oppositie zich maar kon verenigen, dan zou ze eindelijk een vuist kunnen maken tegen het regime en mogelijk de electorale dominantie van het regime kunnen doorbreken. Dat Poetin en de regeringspartij Verenigd Rusland zo dominant zijn, ligt niet of niet alleen aan het autoritair bestuur, vinden zij, maar ook aan de zwakte van de democratische oppositie. Voorstanders van het regime verbinden de tandenloosheid van de oppositie aan de legitimiteit van het regime: we zijn beter af met Poetin en zijn mensen dan met die kneuzen van de oppositie.

Niet alleen kinnesinne

Ongetwijfeld is het zo dat de leiders van de Russische oppositie zich regelmatig laten leiden door kortzichtige sentimenten of belangen en ze er mede daarom niet in slagen hun activiteiten beter te coördineren. De meer fundamentele redenen voor het onvermogen van de oppositie om zich te verenigen, worden echter vaak verkeerd begrepen of onderschat. De eerste hangt samen met de actieve tegenwerking van de oppositie door het regime. De tweede reden is gerelateerd aan de intrinsieke dilemma’s waar de oppositie in een autoritair regime zoals dat van Rusland onder Poetin mee te maken heeft.

De tegenwerking door het regime is in hoofdzaak tweeledig. Ten eerste wordt oppositiepolitici en oppositie-activisten het leven op allerlei manieren zuur gemaakt. Sommigen wordt hun vrijheid ontnomen, zoals Sergej Oedaltsov, die één van de gangmakers was van de demonstratiegolf van 2011-2012 en nu een gevangenisstraf van viereneenhalf jaar uitzit. De meest prominente oppositiepoliticus, Aleksej Navalny, is verschillende keren opgepakt en berecht maar heeft tot nu toe langdurige opsluiting weten te ontlopen. Zijn broer Oleg is wél vastgezet, wat breed wordt gezien als een middel om druk uit te oefenen op Aleksej Navalny zelf.

Er bestaan verschillende risico’s voor wie zich manifesteert in de oppositie. Wie deelneemt aan een oppositiedemonstratie kan zijn baan verliezen. Wie wordt opgepakt bij een demonstratie kan een hoge boete krijgen of voor langere tijd worden vastgezet. Wie een regime-kritische blogpost, Facebookpost of tweet schrijft of doorstuurt kan worden vervolgd. Vervolging van oppositiepolitici- en activisten is incompleet en onvoorspelbaar, maar de risico’s zijn aanzienlijk. Wie wil en durft er dan nog?

Boris Nemtsov at the Moscow rally at the Bolotnaya square 10 Dec 2011
Boris Nemtsov tijdens een protestbijeenkomst in de winter van 2011-2012

Loyaliteit, stem verheffen of afzijdigheid

Als je in Rusland oppositiesympathieën koestert, heb je, naar het beroemde dictum van politiek econoom Albert Hirschman, drie opties: exit, voice, and loyalty. Sommigen laten zich verleiden de zijde van het regime te kiezen (loyalty). Anderen blijven, alle risico’s ten spijt, stug doorgaan met het bedrijven van oppositie-activisme (voice). Maar vermoedelijk de grootste groep begint er nooit aan of gooit het bijltje er bij neer (exit). Als je aan Russen vraagt wat ze van het regime vinden, kun je grofweg drie verschillende antwoorden verwachten: vóór, tegen, of ‘ik sta buiten de politiek’ (ja vne politiki). Veel van de mensen in deze laatste groep zouden zich vermoedelijk aansluiten bij de oppositie wanneer de risico’s kleiner waren.

Een significant aantal mensen kiest voor de letterlijke exit: zij emigreren. Sommigen onder hen doen dat omdat ze (bij herhaling) worden vervolgd of vervolging vrezen. Een recent voorbeeld is Pavel Doerov, oprichter van het sociale netwerk Vkontakte, het Russische Facebook. De libertaire Doerov weigerde vanaf 2011 regelmatig om aan eisen van de autoriteiten tegemoet te komen, zoals het sluiten van de pagina van Navalny. Doerov werd er uiteindelijk uit gewerkt bij Vkontakte, waarna hij besloot te emigreren. Een ander bekend voorbeeld is Evgenija Tsjirikova, die vanaf 2006 bekendheid verwierf door haar milieu-activisme en later ook politiek activisme. In 2015 emigreerde zij naar Estland, naar eigen zeggen om haar kinderen te beschermen tegen de repressie van de staat. Tientallen, mogelijk honderden Russische activisten hebben in recente jaren politiek asiel aangevraagd in met name de Baltische staten, Oekraïne en andere Europese landen. Anderen emigreren simpelweg omdat ze de politieke situatie uitzichtloos achten.

Voor de actieve oppositie in Rusland gaan zij verloren.

Verdeel en heers

Het tweede element van tegenwerking door het regime is een actieve verdeel-en-heerspolitiek. Eén middel is het verspreiden van compromitterend materiaal over de oppositie. In veel gevallen wordt dit verkregen via geheime video-opnamen, het hacken van emailaccounts en mobiele telefoons of telefoontaps.

Kort na het begin van de grootschalige demonstraties in 2011, bijvoorbeeld, werden telefoongesprekken van de later vermoorde Boris Nemtsov gepubliceerd waarin hij zich laatdunkend uitliet over andere oppositiepolitici. In 2016 werden video-opnames verspreid van Michail Kasjanov met zijn minnares. Wanneer dit soort materiaal in de openbaarheid komt, zegt de oppositie te doen alsof ze het niet hebben gehoord of gezien, maar het kwaad is al geschied: het materiaal brengt de oppositie in diskrediet, en zaait bovendien interne verdeeldheid.

Een ander drukmiddel is het selectief bevoordelen of straffen van afzonderlijke oppositiepartijen. In recente jaren mocht de partij Jabloko vaak meedoen aan verkiezingen, en won soms zelfs zetels in regionale parlementen, terwijl andere partijen om vaak arbitraire redenen deelname werd ontzegd.

Een soortgelijke vorm van selectieve behandeling zien we ook bij de registratie van politieke partijen. Sinds het versoepelen van de regels voor partijregistratie in 2012 zijn tientallen nieuwe partijen geregistreerd, waaronder veel marginale partijen. De partij van Aleksej Navalny, de Partij van de Vooruitgang, wordt echter niet geregistreerd. Sommigen maken graag gebruik van de mogelijkheid hun partij te registreren en aan verkiezingen mee te doen, wat irritatie opwekt bij anderen. De oppositie verspilt veel energie met discussies over het al dan niet meedoen aan verkiezingen en zo ja, namens welke partij of coalitie.

 Julia Navalny Aleksej Navalny Jasjin wikimediaJulia en Aleksej Navalny (midden) aan de kop van een demonstratie samen met Ilja Jasjin (rechts). Foto Wikipedia

Twee soorten verkiezingsrepressie

Een tweede fundamentele reden achter het onvermogen van de oppositie om zich te verenigen, heeft te maken met de dilemma’s waar de oppositie in een autoritaire staat als Rusland mee te maken heeft.

De meeste autoritaire regimes in de wereld van vandaag organiseren periodieke nationale verkiezingen en regelen op die manier machtsoverdracht en de zetelverdeling in het parlement. Dit moderne type autoritair regime wordt in veel wetenschappelijke literatuur aangeduid met de term electoral authoritarian regime.

Er is de nodige diversiteit onder deze regimes in de mate waarin ze repressie uitoefenen en competitie toelaten in verkiezingen. De wetenschappelijke literatuur maakt vaak onderscheid tussen competitive electoral authoritarianism en hegemonic electoral authoritarianism.

In competitive electoral authoritarian regimes is sprake van veel machtsmisbruik, worden de media gemanipuleerd en wordt zo duidelijk verkiezingsfraude gepleegd, dat je niet meer geloofwaardig kunt spreken van een democratie. Tegelijkertijd hebben deze regimes geen volledige controle over politieke processen en staat de uitslag van verkiezingen niet altijd bij voorbaat vast. Door de beperkte mate van controle over politieke processen kan in deze staten bovendien een relatief sterke oppositiebeweging bestaan. Oekraïne onder president Koetsjma en later Oekraïne onder Janoekovitsj zijn treffende voorbeelden van dit type regime.

Hegemonic electoral authoritarian regimes, daarentegen, oefenen een grotere mate van controle uit over politieke processen en koppelen dat aan meer repressie, waardoor de oppositie wordt gemarginaliseerd. Verkiezingen in deze staten zijn niet veel meer dan een ritueel waarvan de uitslag tevoren voor iedereen bekend is. Rusland onder Poetin is een hegemonic electoral authoritarian regime: de staat controleert de media die er écht toe doen, oefent een mate van repressie uit die veel oppositie-activiteit afschrikt, bepaalt wie er wel en niet mee mag doen aan verkiezingen, en manipuleert die verkiezingen op zo’n manier dat verrassingen zijn uitgesloten. Onder deze omstandigheden heeft de oppositie, in ieder geval op landelijk niveau, geen uitzicht op het behalen van electoraal succes. De oppositie weet dat, wat ze ook doet, het nagenoeg uitgesloten is dat ze zetels wint in het nationale parlement zolang het politiek regime niet wezenlijk verandert.

Hoe autoritairder, hoe minder oppositie

In de regio van de voormalige Sovjet-Unie is sinds 1991 vijfmaal – tweemaal in Oekraïne en Kirgizië, en éénmaal in Georgië – een autoritair regime ten val gekomen na grootschalige protesten of een revolutie. In al deze gevallen van regime change ging het om een competitive in plaats van een hegemonic regime.

Alle hegemonic regimes in de regio – in Azerbeidzjan, Kazachstan, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan en Wit-Rusland – hebben zich gehandhaafd. In geen van deze landen, dus ook niet in Rusland, heeft de oppositie zich ooit echt weten te verenigen.

Het is een misvatting dat de kans op verzet vanuit de bevolking, en dus de kans op regime change, groter is naarmate een regime autoritairder is. Dat is een schijnbare paradox: onder een hegemonic authoritarian regime heeft de oppositie strikt genomen nog meer reden zich te verenigen dan onder een competitive authoritarian regime, maar is de feitelijke kans op vereniging juist kleiner.

Het is dus niet verbazingwekkend dat de Russische oppositie zich niet weet te verenigen: dit is ‘normaal’ voor het soort van hegemonic regimes waar Rusland onder Poetin een voorbeeld van is. Neem de presidentsverkiezingen van 2018. Navalny heeft al aangekondigd mee te willen gaan doen aan deze verkiezingen. Zelfs als het regime hem dat zal toestaan, zal het ervoor zorgen dat hij geen schijn van kans heeft. Iedereen, inclusief andere oppositieleiders, weet dit. Een aantal oppositieleiders zal daarom waarschijnlijk besluiten ook mee te doen aan de verkiezingen. Winnen zal de oppositie toch niet, en als je meedoet kun je tenminste je persoonlijk profiel versterken.

Hoop die in de lucht hangt

Wat nodig is om een grotere mate van coördinatie onder de oppositie waarschijnlijk te maken, is het gevoel dat er verandering in de lucht hangt. Hoezeer Rusland ook een hegemonic authoritarian regime heeft, er zijn in de afgelopen jaren een paar momenten geweest waarop de oppositie dat gevoel had, en dat leidde prompt tot een veel sterkere mate van samenwerking. Het eerste moment was na de Doemaverkiezingen van eind 2011. Tot december 2011 trokken de meeste oppositiedemonstraties niet veel meer dan een paar honderd, vaak diehard, beroepsdemonstranten. Maar in de maanden na de Doemaverkiezing vonden demonstraties plaats met plotseling tot wel honderdduizend deelnemers. De protestbeweging had momentum, tot het regime vanaf mei 2012 de repressie tegen de oppositie opvoerde.

Een ander moment was de burgemeestersverkiezing in Moskou in september 2013. Na de demonstratiegolf van 2011-2012 besloten de autoriteiten in Moskou om die zonder al te veel schandaal te laten verlopen. Aleksej Navalny mocht meedoen, voerde succesvol campagne, en kreeg 27% van de stemmen - eigenlijk ongekend onder een hegemonic authoritarian regime. Weliswaar deed ook nog een kandidaat van oppositiepartij Jabloko mee, maar een groot deel van de oppositie had zich feitelijk achter Navalny geschaard.

Deze twee episodes maken duidelijk dat het niet per se zo slecht gesteld is met de oppositie: het momentum kan plotseling daar zijn, en dan blijkt veel mogelijk. Grote politieke verandering in autoritaire regimes komt bijna altijd onverwacht.