De Russische revolutie van 1917 was een keerpunt: voor Rusland zelf, en voor de rest van de wereld. Al honderd jaar zijn oorzaken en gevolgen onderwerp van debat. Voor RaamopRusland schetsen verschillende historici hun visie op 1917. Sergej Podbolotov beziet de revolutie als een politieke omwenteling in het bestuurscentrum Petrograd. Deel 3 uit een reeks.
1917 postersmall 2

'Russische revolutie was politiek en dus niet onvermijdelijk'

Was de Russische revolutie 1917 een mondiale of een nationale politieke omwenteling? Anders dan de Petersburgse historicus Boris Kolonitski, die het sociaal-culturele en internationale karakter van de Russische revolutie benadrukt, hecht zijn iets jongere collega Sergej Podbolotov meer waarde aan een politieke interpretatie van het revolutiejaar.

door Hubert Smeets

Niet alles laat zich verklaren uit de sociaal-culturele veranderingen die Rusland had ondergaan. De revolutie was ook het gevolg van politiek handelen in Petrograd zelf. Als de machthebbers en hun uitdagers anders hadden geopereerd, zou het jaar anders zijn afgelopen, aldus Sergej Podbolotov in een interview dat ik met hem had in zijn woonplaats Pavlovsk, een oud tsaristisch buitenverblijf vlakbij Sint-Petersburg.

Sergej Podbolotov komt uit een historisch nest. Zijn vader Pavel Podbolotov [1939-2009], die na de val van de Sovjet-Unie in 1991 rector werd van de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg, was ook geschiedkundige. Hij volgde niet trouw de partijlijn. In de late jaren van secretaris-generaal Leonid Brezjnev [1964-1982] en diens opvolger Joeri Andropov begon Pavel Podbolotov zich te verdiepen in de mensjewieken. ‘Zijn dissertatie ging over de activiteiten van de mensjewieken tussen 1917 en 1924’, vertelt zoon Sergej Podbolotov. ‘Ze verklaarden hem voor gek. Na de Rode Oktober waren er immers geen mensjewieken meer. Mensjewieken waren toen verdacht. Hij maakte zo de grenzen breder.’

Sergej Podbolotov zelf is gespecialiseerd in de talrijke nationalistische en rechtse stromingen in het prerevolutionaire Rusland. Hij publiceerde onder meer over de pogroms van 1905 en de vraag of de tsaar daarin de hand had alsmede over de monarchisten die zich onder Nicolaas II juist tegen de monarch keerde. Podbolotov werkt voor dezelfde Europese universiteit als Kolonitski, en doceert tevens aan de St. Petersburg Orthodox Spiritual Academy en Bilkent Universiteit in Ankara.

Sergei Podbolotov
Sergej Podbolotov. Foto Europese Universiteit

Wrede jeugd

‘De revolutie was een ongelooflijke tragedie. De Eerste Wereldoorlog was de fatale wending die eraan voorafging. ‘Rusland verloor de Eerste Wereldoorlog. Dat had niet gehoeven. Churchill had gelijk dat Rusland alleen maar het front had moeten houden. De Verenigde Staten waren immers net in de oorlog gestapt. Het tij keerde toen. Als de revolutie was uitgebroken in een land dat de Eerste Wereldoorlog niet had verloren, was het een andere revolutie geworden. Door die nederlaag draaide het uit op een revolutie van wraak, uitgevoerd door mannen die drie jaar van huis waren geweest, door mensen die andere mensen hadden gedood. Als dat soort mensen gaan dicteren, ja, dan wordt het verschrikkelijk.’

‘Lenin begreep dat heel goed. Hij leiddde een partij van teenagers. Pavel Pestel [1793-1926], een van de leiders van de Dekabristen die in 1825 tevergeefs in opstand kwamen tegen tsaar Nikolaas I, zei het een eeuw eerder al: als we iedereen boven de 25 executeren, winnen we. Bovendien was het ook een ander soort jeugd, dat begin twintigste eeuw ging domineren. Het waren jongeren die hun familie hadden verlaten om te gaan werken in Petersburg en Moskou. Op het land hadden ze geleefd in een wereld van taboes. Daar gingen ze zondag naar de kerk. Nu gingen ze in de stad ineens naar de bioscoop of naar een marxistische kring. Ze deden mee aan stakingen. Een gewelddadige arbeidsklasse kwam op.’

Daartegenover stond een tsaristische autocratie die zwalkte. Het ancien regime was intern te verdeeld om een koers te kunnen uitzetten of compromissen te sluiten? Nee, zo simpel is het volgens Podbolotov niet.

‘De ancien regime was wel bereid tot compromissen. Maar compromissen werken niet in Rusland. Compromissen worden gezien als zwakte. Wie mensen doodt, wordt gezien als sterk. Dat is een deel van de Mongools-Russische traditie. Het ancien regime onder Nikolaas II deed niettemin vrij veel. Het oktobermanifest van 1905, eigenlijk een grondwet, was een enorm compromis. Er kwam een parlement. Deze Doema werkte tot februari 1917. Er was sprake van religieuze tolerantie. De boeren kregen meer rechten. Kortstondig bestond er vrije meningsuiting. Er waren vakbonden en meer dan honderd politieke partijen. Nikolaas II zelf was een vreselijke politicus. Hij was een man van de negentiende eeuw, niet van de twintigste eeuw. Maar het land was nog niet dood in 1917 voor de burgeroorlog.’

Terreur als methode

‘De revolutie van 1905 was het gevolg van een coïncidentie van de gebeurtenissen. Het fin de siècle leverde een nieuwe cultuur op. De industrialisatie had demografische gevolgen. De verloren oorlog tegen Japan sloeg terug op de autocratie. De sociale beweging van vader Grigori Gapon [1870-1906], de priester die voor de arbeiders wilde opkomen, ontlokte een golf van petities.' En er was ook terreur als politiek wapen.

'Terrorisme speelde in Rusland een grote rol. Bedenk hoe bijvoorbeeld Fjodor Dostojevski over de terreuraanslagen tegen het tsaristische gezin dacht. Dostojevski zat een keer met de uitgever-journalist Aleksej Soevorin in koffiehuis aan de Nevski Prospekt en hoorde hoe studenten daar een terreurdaad met groot enthousiasme bediscussieerden. Soevorin vroeg Dostojevski: “als u zou weten dat er hier in dit café een aanslag wordt beraamd, geeft u dat dan aan bij de politie?” Dostojevski zei: “nee, dat zou mijn leven in deze maatschappij onmogelijk maken.” Soevorin antwoordde: “ik ook niet, ik zou al mijn zaken moeten sluiten.” Eigenlijk werd de moord op premier Pjotr Stolypin in 1911 pas voor het eerst als een tragische terreurdaad gezien. De moord op minister Pleve van binnenlandse zaken in 1904 was zeven jaar eerder nog wel gevierd. Maar de moord op Stolypin was een shock.’

Stolypin by Repin
Pjotr Stolypin. Portret van Ilja Repin.

Begin twintigste eeuw liepen zelfs nationalistische conservatieven rond met het idee tsaar Nicolaas II uit de weg te ruimen. ‘Dat soort ideeën leefde bijvoorbeeld onder de Zwarte Honderd [reactionaire antisemitische knokploegen - hs] ten tijde van minister Sergej Witte [1903-1906]. De Zwarte Honderd waren te zwak om het uit te voeren, maar ze spraken er wel over. De adel vermoordde later wel de monnik/gebedsgenezer Raspoetin. Maar Nicolaas II, dat durfden ze niet.'

Oorlogsindustrie

Dat Nikolaas II, zelf geen man die graag ruzie maakte, onder deze druk niet bereid was om enige realiteitszin over de oorlog met de Duitsers aan de dag te leggen, zoals Churchill bepleitte, is volgens Podbolotov niet zo gek.

‘Rusland lijkt in dit opzicht op Duitsland. Rusland is geen eiland als Engeland. Rusland heeft ook geen natuurlijke verdedigingslinies met bergruggen, zoals Spanje. Maar wel vreselijke tegenstanders. Denk aan de Turken en de Tataren. Of aan de Zweden en de Duitsers, groot en blond, ook niet leuk. Het antwoord van Rusland is altijd geweest: een sterk leger. Maarschalk Koetoezov zei in de Vaderlandse Oorlog tegen Napoleon [Borodino, 1812] ooit tijdens een vergadering: “als we Moskou verliezen, redden we Rusland, maar als we ons leger verliezen, verliezen we Rusland.” Zonder leger hebben we geen land. Tsaar Nikolaas I zei het zo: “ons lot is het om een bedreiging voor de wereld te zijn”.’

De snelle industrialisatie tweede helft negentiende eeuw en de daardoor opkomende burgerij veranderde dat diep beleefde militairisme niet fundamenteel.

‘Want waarom werd er eigenlijk geïndustrialiseerd? Om militaire redenen. De staat hield helemaal niet van de bourgeoisie. Maar zonder industrie kon het leger niet worden gemoderniseerd. De Krim-oorlog [1853-1856] had duidelijk gemaakt dat dit noodzakelijk was. Dus het moest maar. Dat gold overigens al voor Peter de Grote. De manufactuur in zijn tijd was een spin-off van zijn wens om de krijgsmacht te moderniseren.'

Verdeelde burgerij

Daar bleef het niet bij. De opkomende bourgeoisie werd niet alleen gewantrouwd door het ancien regime, maar was onderling ook nog eens verdeeld. Tegenover de sterker wordende bolsjewieken kon de burgerij daarom geen front vormen.

‘De oppositie was niet in staat tot teamwerk, net als nu tegenover Poetin. Iedereen gaf elkaar liever de schuld. De Witten hadden geen enkel politiek programma. Die zeiden alleen maar: we moeten eerst de Roden verslaan. Daartegenover stonden de bolsjewieken. De bolsjewieken waren top-down georganiseerd, hadden een gedisciplineerd partijapparaat. En de bolsjewieken hadden Lenin. Die begreep dat politiek in een politiek onervaren maatschappij, die voor alles in was, niet gericht moet zijn op compromisvorming. Natuurlijk lag het politieke initiatief daarom bij de bolsjewieken. Kleine groepen die de macht grepen, was honderd jaar geleden trouwens elders ook aan de orde. Denk aan de mars op Rome van Mussolini.’

‘Maar wie weet wat er was gebeurd als Lenin in april 1917 bij terugkeer in Rusland zou zijn vermoord? Wie weet wat er was gebeurd als Carl Gustav Mannerheim [1867-1951], de tsaristische generaal die later de vader van de Finse natie werd, binnen een paar dagen Petrograd had ingenomen, nadat hij in Finland het Rode Leger had verslagen? Wie weet wat er was gebeurd als de tsaristische admiraal Aleksandr Koltsjak [1874-1920] niet had gezegd “we kunnen Finland niet onafhankelijk maken” en daarmee Mannerheim in de kou had laten staan? Het ancien regime van de tsaar bleef denken dat het rijk intact kon blijven, ook zonder de tsaar die via familiebanden indirect over Finland en ook Polen regeerde.'

PoklonnajaGora FotoKremlin
Monument 'Helder der Eerste Wereldoorlog' in Moskou, onthuld in augustus 2014. Foto Kremlin

Eerste Wereldoorlog

Deze if-history speelt zich af aan het eind van de Eerste Wereldoorlog. Die oorlog is decennia lang op de achtergrond gebleven in de Russische historiografie: alsof die aan de latere Sovjet-Unie voorbij was gegaan. Nu wordt de Eerste Wereldoorlog juist op de voorgrond geplaatst. De reden is politiek-ideologisch van aard.

‘De communisten wilden dat de Eerste Wereldoorlog zou worden vergeten. De bolsjewieken propageerden dat Rusland die oorlog had verloren. Dat Lenin de enige politicus in Europa was geweest die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn eigen regering bevocht, was taboe. Als je in de Sovjet-Unie aandacht vroeg voor de Eerste Wereldoorlog was je bijna automatisch een anticommunist. Nu is de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog juist patriottisch. De Eerste Wereldoorlog kan in het discours namelijk ook anticommunisten aantrekken.’

Vandaar dat president Poetin bij honderdste verjaardag van het begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 2014 in een toespraak bij de onthulling van een nieuw monument in Moskou een soort dolkstootlegende lanceerde. Rusland was in 1917 aan de winnende hand, maar werd in eigen land verraden, aldus de president in 2014.

‘Een dolkstoot is nooit de intentie geweest. Veel generaals dachten echt dat de weg naar de zege op Duitsland open lag, als ze eerst een einde zouden maken aan het regime van Nikolaas II. De tsaar werd gezien als een barrière voor de overwinning. Alleen de gewone soldaten dachten dat niet. Die wilden niet terug naar de loopgraven, die wilden naar huis.’

Hetgeen de basis legde voor het eerste broodoproer in maart 1917, de Februarirevolutie volgens de toen nog geldende Juliaanse kalender. Anders dan lange tijd is benadrukt, waren armoede en honger niet de enige drijfveren voor die revolte.

‘De antropologische historicus Boris Mironov heeft in Passie voor revolutie [2013], een boek dat van alle kanten is aangevallen, proberen aan te tonen dat het paradigma dat de revolutie plaatsvond, omdat de mensen alleen maar armer werden, onzin is. Rusland was niet in crisis. De hervormingen gingen langzaam, maar er werd hervormd. De welvaart was toegenomen. Historici als Boris Kolonitski concentreren zich terecht ook op bredere culturele ontwikkelingen. De maatschappij, gevormd als die was door groothertogen enerzijds en voormalige lijfeigenen anderzijds, was niet homogeen, maar gespleten. De wereld van de politiek was bovendien een onbekende wereld in dat Rusland, waar slechts twintig procent van de bevolking kon lezen en schrijven. Die wereld van de politiek was hooguit bekend voor mensen als kadettenleider Vladimir Nabokov, de vader van de schrijver Nabokov. Niet voor de massa’s in Rusland. Dat zie je zelfs in de taal. De hogere klassen hadden het over svoboda, vrijheid. De lagere klassen spraken van volja, vrije wil. Ik ben het met Kolonitski eens dat je die tijd in sociaal-culturele termen moet begrijpen. Dat je de taal moet begrijpen, omdat je anders de tijd niet begrijpt.´

‘Maar weet één ding wel: Petrograd speelde wel degelijk de centrale rol in de gebeurtenissen, ongeacht wat Boris Kolonitski zegt over cultuur enzovoort. Zoals Moskou ook cruciaal was voor de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991 en niet Leningrad. Als je wilt schrijven over de geschiedenis van de lagere klassen, moet je natuurlijk ook het platteland onderzoeken. Als je een politieke geschiedenis wilt schrijven, moet je in de hoofdstad zijn: toen in Petersburg, nu in Moskou.’

1917 postersmall 2
Dit is het derde artikel in een reeks.
Eerder publiceerden wij een interview met historicus Boris Kolonitski uit Sint-Petersburg en een kort essay  van de Amsterdamse historicus Marc Jansen.